Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-11
ECLI:NL:RBZWB:2026:2847
Civiel recht
Rekestprocedure
4,071 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2847 text/xml public 2026-04-17T15:35:49 2026-04-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-11 444572 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2847 text/html public 2026-04-17T11:45:36 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2847 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 11-03-2026 / 444572 Verlenging ondertoezichtstelling voor twaalf maanden. Doelen nog niet bereikt. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/444572 / JE RK 26-179 Datum uitspraak: 11 maart 2026 Beschikking verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND , gevestigd te Middelburg , hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (GI), betreffende [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2015 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2018 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats 1] , advocaat: mr. R. Wouters te Middelburg, [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats 2] . Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: - de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad, om de kinderrechter over het verzoek te adviseren. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van de GI van 27 januari 2026 met bijlagen, ontvangen op 27 januari 2026. 1.2. Het verzoek is mondeling behandeld op de zitting met gesloten deuren op 11 maart 2026, gelijktijdig met het verzoek van de moeder tot het vaststellen van eenhoofdig gezag (met zaaknummer C/02/439384 / FA RK 25-4477). Op dit verzoek van de moeder is bij separate beschikking beslist. 1.3. Bij de zitting zijn verschenen: - de moeder, bijgestaan door haar advocaat; - een vertegenwoordigster van de GI; - een vertegenwoordiger van de Raad. De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist en tijdig is opgeroepen. 1.4. De kinderrechter heeft de minderjarige [minderjarige 1] gelet op zijn leeftijd naar zijn mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.2. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de moeder. 2.3. Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 12 maart 2025 zijn de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming west Zeeland voor de duur van twaalf maanden, met ingang van 12 maart 2025 en tot 12 maart 2026. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. [minderjarige 1] heeft in het gesprek met de kinderrechter verteld dat hij zich zorgen maakt en veel verdriet heeft nu hij zijn vader al zeker een jaar niet meer heeft gezien en zijn ouders er niet in slagen om met elkaar te praten. Hierdoor heeft [minderjarige 1] ook zijn halfzusje nog niet ontmoet. Dit vindt hij erg jammer en dat zou hij heel graag willen. [minderjarige 1] heeft het gevoel dat zijn vader geen tijd voor hem heeft. Hij zou zijn vader graag minstens een keer per maand willen zien. 4.2. De GI handhaaft het verzoek en verwijst voor de onderbouwing naar de overgelegde stukken. Daaruit blijkt, kort samengevat, dat de minderjarigen nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd en de doelen nog niet zijn bereikt. Er is sinds november 2025 een vaste jeugdbeschermer bij de ouders en de minderjarigen betrokken. Sindsdien zijn er wat stappen gezet, maar dit is nog beperkt. Ook is het de GI ondanks diverse pogingen niet gelukt om contact te krijgen met de vader. Voor de komende tijd dient er in ieder geval ondersteuning te worden ingezet voor de moeder. Daarnaast dient er, als de vader afwezig blijft, hulpverlening voor de minderjarigen te worden ingezet om hen krachtiger te maken in de huidige situatie. 4.3. Door en namens de moeder wordt ingestemd met het verzoek van de GI. De ondertoezichtstelling is nog maar kort geleden daadwerkelijk van start gegaan, dus de moeder heeft er nog niet echt de vruchten van kunnen plukken, maar zij is tevreden over de hulpverlening die nu is aangevraagd. Verder benoemt de moeder dat er geen contact is tussen de ouders. Dit zou zij wel willen, voor de minderjarigen. De minderjarigen verblijven nog steeds regelmatig bij de grootouders vaderszijde. Ook daar hebben zij de vader de afgelopen anderhalf jaar niet meer gezien. De moeder vindt deze situatie erg schrijnend, zeker nu de minderjarigen veel behoefte hebben aan contact met en betrokkenheid van hun vader. Tot slot benoemt de moeder desgevraagd dat [minderjarige 1] therapie heeft gevolgd. Deze is inmiddels afgerond. 5 De beoordeling Het wettelijk kader 5.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en: a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en; b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen. 5.2. Op grond van artikel 1:260 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar. De inhoudelijke beoordeling 5.3. De kinderrechter is van oordeel dat aan de genoemde voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Daarom zal de kinderrechter het verzoek van de GI toewijzen en de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengen voor de verzochte duur van een jaar, met ingang van 12 maart 2026 en tot 12 maart 2027. De kinderrechter legt hieronder uit waarom hij deze beslissing neemt. 5.4. Op basis van de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is de kinderrechter van oordeel dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De eerdere zorgen, zoals genoemd in de vorige beschikking van de kinderrechter van 12 maart 2025, zijn nog steeds aanwezig. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben al veel meegemaakt in hun jonge leven, waaronder verschillende verlieservaringen, en er bestaan zorgen over hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Er is sprake van kind-eigenproblematiek bij beide minderjarigen en zij hebben veel last van de moeizame verstandhouding van en het gebrek aan communicatie tussen de ouders. Er zijn daarnaast veel zorgen over de inmiddels al langdurige afwezigheid van de vader in het leven van de minderjarigen en het grote verdriet dat deze afwezigheid de minderjarigen doet. De minderjarigen hebben de vader al ruim een jaar niet meer gezien, terwijl zij dat wel heel graag willen en daar veel behoefte aan lijken te hebben. Hierdoor hebben de minderjarigen ook hun halfzusje nog niet kunnen ontmoeten. De kinderrechter vindt deze gang van zaken en dan met name de houding en opstelling van de vader en het effect daarvan op de minderjarigen erg zorgelijk. 5.5.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2847 text/xml public 2026-04-17T15:35:49 2026-04-12 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-11 444572 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2847 text/html public 2026-04-17T11:45:36 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2847 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 11-03-2026 / 444572 Verlenging ondertoezichtstelling voor twaalf maanden. Doelen nog niet bereikt. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/444572 / JE RK 26-179 Datum uitspraak: 11 maart 2026 Beschikking verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND , gevestigd te Middelburg , hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (GI), betreffende [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2015 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2018 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats 1] , advocaat: mr. R. Wouters te Middelburg, [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats 2] . Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: - de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad, om de kinderrechter over het verzoek te adviseren. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van de GI van 27 januari 2026 met bijlagen, ontvangen op 27 januari 2026. 1.2. Het verzoek is mondeling behandeld op de zitting met gesloten deuren op 11 maart 2026, gelijktijdig met het verzoek van de moeder tot het vaststellen van eenhoofdig gezag (met zaaknummer C/02/439384 / FA RK 25-4477). Op dit verzoek van de moeder is bij separate beschikking beslist. 1.3. Bij de zitting zijn verschenen: - de moeder, bijgestaan door haar advocaat; - een vertegenwoordigster van de GI; - een vertegenwoordiger van de Raad. De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist en tijdig is opgeroepen. 1.4. De kinderrechter heeft de minderjarige [minderjarige 1] gelet op zijn leeftijd naar zijn mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.2. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de moeder. 2.3. Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 12 maart 2025 zijn de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van Stichting Jeugdbescherming west Zeeland voor de duur van twaalf maanden, met ingang van 12 maart 2025 en tot 12 maart 2026. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. [minderjarige 1] heeft in het gesprek met de kinderrechter verteld dat hij zich zorgen maakt en veel verdriet heeft nu hij zijn vader al zeker een jaar niet meer heeft gezien en zijn ouders er niet in slagen om met elkaar te praten. Hierdoor heeft [minderjarige 1] ook zijn halfzusje nog niet ontmoet. Dit vindt hij erg jammer en dat zou hij heel graag willen. [minderjarige 1] heeft het gevoel dat zijn vader geen tijd voor hem heeft. Hij zou zijn vader graag minstens een keer per maand willen zien. 4.2. De GI handhaaft het verzoek en verwijst voor de onderbouwing naar de overgelegde stukken. Daaruit blijkt, kort samengevat, dat de minderjarigen nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd en de doelen nog niet zijn bereikt. Er is sinds november 2025 een vaste jeugdbeschermer bij de ouders en de minderjarigen betrokken. Sindsdien zijn er wat stappen gezet, maar dit is nog beperkt. Ook is het de GI ondanks diverse pogingen niet gelukt om contact te krijgen met de vader. Voor de komende tijd dient er in ieder geval ondersteuning te worden ingezet voor de moeder. Daarnaast dient er, als de vader afwezig blijft, hulpverlening voor de minderjarigen te worden ingezet om hen krachtiger te maken in de huidige situatie. 4.3. Door en namens de moeder wordt ingestemd met het verzoek van de GI. De ondertoezichtstelling is nog maar kort geleden daadwerkelijk van start gegaan, dus de moeder heeft er nog niet echt de vruchten van kunnen plukken, maar zij is tevreden over de hulpverlening die nu is aangevraagd. Verder benoemt de moeder dat er geen contact is tussen de ouders. Dit zou zij wel willen, voor de minderjarigen. De minderjarigen verblijven nog steeds regelmatig bij de grootouders vaderszijde. Ook daar hebben zij de vader de afgelopen anderhalf jaar niet meer gezien. De moeder vindt deze situatie erg schrijnend, zeker nu de minderjarigen veel behoefte hebben aan contact met en betrokkenheid van hun vader. Tot slot benoemt de moeder desgevraagd dat [minderjarige 1] therapie heeft gevolgd. Deze is inmiddels afgerond. 5 De beoordeling Het wettelijk kader 5.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en: a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en; b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen. 5.2. Op grond van artikel 1:260 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar. De inhoudelijke beoordeling 5.3. De kinderrechter is van oordeel dat aan de genoemde voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Daarom zal de kinderrechter het verzoek van de GI toewijzen en de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengen voor de verzochte duur van een jaar, met ingang van 12 maart 2026 en tot 12 maart 2027. De kinderrechter legt hieronder uit waarom hij deze beslissing neemt. 5.4. Op basis van de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is de kinderrechter van oordeel dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De eerdere zorgen, zoals genoemd in de vorige beschikking van de kinderrechter van 12 maart 2025, zijn nog steeds aanwezig. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben al veel meegemaakt in hun jonge leven, waaronder verschillende verlieservaringen, en er bestaan zorgen over hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Er is sprake van kind-eigenproblematiek bij beide minderjarigen en zij hebben veel last van de moeizame verstandhouding van en het gebrek aan communicatie tussen de ouders. Er zijn daarnaast veel zorgen over de inmiddels al langdurige afwezigheid van de vader in het leven van de minderjarigen en het grote verdriet dat deze afwezigheid de minderjarigen doet. De minderjarigen hebben de vader al ruim een jaar niet meer gezien, terwijl zij dat wel heel graag willen en daar veel behoefte aan lijken te hebben. Hierdoor hebben de minderjarigen ook hun halfzusje nog niet kunnen ontmoeten. De kinderrechter vindt deze gang van zaken en dan met name de houding en opstelling van de vader en het effect daarvan op de minderjarigen erg zorgelijk. 5.5.