Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-04-07
ECLI:NL:RBZWB:2026:2797
Civiel recht; Arbeidsrecht
Beschikking
3,793 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2797 text/xml public 2026-04-28T13:47:29 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-07 11999682 \ AZ VERZ 25-60 (E) Uitspraak Beschikking NL Middelburg Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2797 text/html public 2026-04-24T12:57:55 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2797 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 07-04-2026 / 11999682 \ AZ VERZ 25-60 (E) Werkgever is niet te spreken over het gedrag van werknemer. Ondanks een officiële waarschuwing verbetert dit niet. Vervolgens ontvangt werkgever parkeerboetes enboets voor snelheidsovertredingen m.b.t. de bedrijfsauto die werknemer in bezit heeft. Daaruit blijkt dat werknemer de auto privé gebruikt, wat tegen de regels is. Werknemer weigert met werkgever het gesprek in persoon aan te gaan. Werkgever dient vervolgens een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in bij de kantonrechter. Werknemer verschijnt niet in de procedure en voert dus geen verweer. Verzoek tot ontbinding wordt toegewezen. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Middelburg Zaaknummer / rekestnummer: 11999682 \ AZ VERZ 25-60 Beschikking van 7 april 2026 in de zaak van [werkgever] B.V. m.h.o.d.n. [handelsnaam] , te [plaats 1], verzoekende partij, hierna te noemen: [werkgever], gemachtigde: mr. R.M. Dessaur, tegen [werknemer] , te [plaats 2], verwerende partij, hierna te noemen: [werknemer]. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift en de daarna ingediende producties 19 en 20. 1.2. Op 31 maart 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Na het sluiten van de mondelinge behandeling is beschikking bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. [werknemer], geboren [datum] 1986, is sinds 12 april 2025 in dienst bij [werkgever]. De functie van [werknemer] is Supervisor met een loon van € 1.601,00 bruto per vier weken tegen een arbeidsomvang van 25 uur per week. 2.2. Bij brief van 6 november 2025 heeft [werkgever] [werknemer] een officiële waarschuwing gegeven vanwege haar ongewenste houding en gedrag. 2.3. [werkgever] heeft op 17 november 2025 een loonstop aangekondigd en [werknemer] uitgenodigd voor een gesprek op 18 november 2025. [werkgever] heeft daarbij medegedeeld dat de loonstop zal worden gehandhaafd, totdat er een fysiek gesprek tussen partijen heeft plaatsgevonden. 3 Het verzoek 3.1. [werkgever] verzoekt de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te ontbinden, primair vanwege verwijtbaar handelen of nalaten, subsidiair vanwege een verstoorde arbeidsverhouding, meer subsidiair vanwege omstandigheden die zodanig zijn dat van [werkgever] in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren en uiterst subsidiair vanwege een combinatie van omstandigheden genoemd in twee of meer van de hiervoor genoemde gronden. Daarnaast verzoekt [werkgever] [werknemer] te veroordelen in de proceskosten. 3.2. [werkgever] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd – kort weergegeven – dat [werknemer] voor haar werkzaamheden een bedrijfsauto ter beschikking heeft gekregen. Deze auto mag enkel gebruikt worden voor zakelijke ritten (inclusief woon-werkverkeer). Privégebruik van de auto is niet toegestaan en is expliciet opgenomen in de door partijen ondertekende chauffeursovereenkomst. Nadat [werkgever] diverse verkeersboetes ontving van dagen en tijdstippen waarop [werknemer] niet aan het werk was, wilde [werkgever] op 14 november 2025 daarover in gesprek gaan met [werknemer]. Tijdens dat gesprek vertoonde [werknemer] verbaal en fysiek geweld. [werknemer] is vervolgens zonder toelichting van de werklocatie vertrokken. [werkgever] heeft [werknemer] aansluitend uitgenodigd voor een nader gesprek op 17 november 2025 en verzocht om afgifte van de auto. [werknemer] heeft op voornoemde datum de auto ingeleverd, maar weigerde in gesprek te gaan. [werknemer] wil alleen via e-mail het gesprek aangaan. Ook op 18 november 2025 verschijnt [werknemer] niet voor een gesprek na verzoek daartoe. Hieruit volgt dat [werknemer] niet bereid is om in persoon met [werkgever] in gesprek te gaan. [werknemer] heeft zonder toestemming de bedrijfsauto meerdere malen privé gebruikt en weigert daarover een toelichting te geven. [werknemer] vertoont al langere tijd ongewenst gedrag. Dit is verwijtbaar. Daardoor is de arbeidsverhouding ook verstoord geraakt. Het handelen van [werknemer] maakt het onmogelijk om nog langer met haar samen te kunnen werken. 3.3. [werknemer] heeft geen verweer gevoerd en is niet op de mondelinge behandeling verschenen. 4 De beoordeling van het verzoek 4.1. Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. 4.2. Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. 4.3. De kantonrechter oordeelt dat er een redelijke grond is voor ontbinding. Dat wordt als volgt toegelicht. 4.4. Ondanks de officiële waarschuwing op 6 november 2025 heeft [werknemer] haar gedrag niet verbeterd, aangezien zij op 14 november 2025 verbale en fysieke agressie vertoont. Daarnaast heeft [werknemer] de bedrijfsauto gebruikt buiten werktijd, terwijl is afgesproken dat dit niet mag. Ondanks verzoeken daartoe weigert zij een verklaring hierover te geven. Ook weigert [werknemer] in persoon het gesprek aan te gaan met [werkgever], waardoor communicatie met haar niet mogelijk is. [werknemer] heeft de stellingen van [werkgever] niet weersproken. De kantonrechter gaat er om die reden vanuit dat hetgeen [werkgever] heeft gesteld correct is. Het handelen van [werknemer] is (ernstig) verwijtbaar, waardoor van [werkgever] niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. 4.5. Herplaatsing van [werknemer] ligt gelet op het verwijtbaar handelen niet in de rede. 4.6. De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van [werkgever] zal toewijzen en dat de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 9, onderdeel b, BW zal worden ontbonden met ingang van de datum van deze beschikking, te weten 7 april 2026, omdat [werknemer] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. 4.7. De proceskosten komen voor rekening van [werknemer], omdat [werknemer] overwegend ongelijk krijgt en sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van [werknemer]. De proceskosten aan de zijde van [werkgever] worden begroot op € 856,00 (€ 135,00 aan griffierecht, € 577,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 7 april 2026, 5.2. veroordeelt [werknemer] in de proceskosten van € 856,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [werknemer] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend, 5.3. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad . Deze beschikking is gegeven door mr. Van Spronssen en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026. Artikel 7:669 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Artikel 7:669 lid 1 BW. Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2797 text/xml public 2026-04-28T13:47:29 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-07 11999682 \ AZ VERZ 25-60 (E) Uitspraak Beschikking NL Middelburg Civiel recht; Arbeidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2797 text/html public 2026-04-24T12:57:55 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2797 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 07-04-2026 / 11999682 \ AZ VERZ 25-60 (E) Werkgever is niet te spreken over het gedrag van werknemer. Ondanks een officiële waarschuwing verbetert dit niet. Vervolgens ontvangt werkgever parkeerboetes enboets voor snelheidsovertredingen m.b.t. de bedrijfsauto die werknemer in bezit heeft. Daaruit blijkt dat werknemer de auto privé gebruikt, wat tegen de regels is. Werknemer weigert met werkgever het gesprek in persoon aan te gaan. Werkgever dient vervolgens een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in bij de kantonrechter. Werknemer verschijnt niet in de procedure en voert dus geen verweer. Verzoek tot ontbinding wordt toegewezen. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Middelburg Zaaknummer / rekestnummer: 11999682 \ AZ VERZ 25-60 Beschikking van 7 april 2026 in de zaak van [werkgever] B.V. m.h.o.d.n. [handelsnaam] , te [plaats 1], verzoekende partij, hierna te noemen: [werkgever], gemachtigde: mr. R.M. Dessaur, tegen [werknemer] , te [plaats 2], verwerende partij, hierna te noemen: [werknemer]. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift en de daarna ingediende producties 19 en 20. 1.2. Op 31 maart 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Na het sluiten van de mondelinge behandeling is beschikking bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. [werknemer], geboren [datum] 1986, is sinds 12 april 2025 in dienst bij [werkgever]. De functie van [werknemer] is Supervisor met een loon van € 1.601,00 bruto per vier weken tegen een arbeidsomvang van 25 uur per week. 2.2. Bij brief van 6 november 2025 heeft [werkgever] [werknemer] een officiële waarschuwing gegeven vanwege haar ongewenste houding en gedrag. 2.3. [werkgever] heeft op 17 november 2025 een loonstop aangekondigd en [werknemer] uitgenodigd voor een gesprek op 18 november 2025. [werkgever] heeft daarbij medegedeeld dat de loonstop zal worden gehandhaafd, totdat er een fysiek gesprek tussen partijen heeft plaatsgevonden. 3 Het verzoek 3.1. [werkgever] verzoekt de arbeidsovereenkomst met [werknemer] te ontbinden, primair vanwege verwijtbaar handelen of nalaten, subsidiair vanwege een verstoorde arbeidsverhouding, meer subsidiair vanwege omstandigheden die zodanig zijn dat van [werkgever] in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren en uiterst subsidiair vanwege een combinatie van omstandigheden genoemd in twee of meer van de hiervoor genoemde gronden. Daarnaast verzoekt [werkgever] [werknemer] te veroordelen in de proceskosten. 3.2. [werkgever] heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd – kort weergegeven – dat [werknemer] voor haar werkzaamheden een bedrijfsauto ter beschikking heeft gekregen. Deze auto mag enkel gebruikt worden voor zakelijke ritten (inclusief woon-werkverkeer). Privégebruik van de auto is niet toegestaan en is expliciet opgenomen in de door partijen ondertekende chauffeursovereenkomst. Nadat [werkgever] diverse verkeersboetes ontving van dagen en tijdstippen waarop [werknemer] niet aan het werk was, wilde [werkgever] op 14 november 2025 daarover in gesprek gaan met [werknemer]. Tijdens dat gesprek vertoonde [werknemer] verbaal en fysiek geweld. [werknemer] is vervolgens zonder toelichting van de werklocatie vertrokken. [werkgever] heeft [werknemer] aansluitend uitgenodigd voor een nader gesprek op 17 november 2025 en verzocht om afgifte van de auto. [werknemer] heeft op voornoemde datum de auto ingeleverd, maar weigerde in gesprek te gaan. [werknemer] wil alleen via e-mail het gesprek aangaan. Ook op 18 november 2025 verschijnt [werknemer] niet voor een gesprek na verzoek daartoe. Hieruit volgt dat [werknemer] niet bereid is om in persoon met [werkgever] in gesprek te gaan. [werknemer] heeft zonder toestemming de bedrijfsauto meerdere malen privé gebruikt en weigert daarover een toelichting te geven. [werknemer] vertoont al langere tijd ongewenst gedrag. Dit is verwijtbaar. Daardoor is de arbeidsverhouding ook verstoord geraakt. Het handelen van [werknemer] maakt het onmogelijk om nog langer met haar samen te kunnen werken. 3.3. [werknemer] heeft geen verweer gevoerd en is niet op de mondelinge behandeling verschenen. 4 De beoordeling van het verzoek 4.1. Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. 4.2. Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. 4.3. De kantonrechter oordeelt dat er een redelijke grond is voor ontbinding. Dat wordt als volgt toegelicht. 4.4. Ondanks de officiële waarschuwing op 6 november 2025 heeft [werknemer] haar gedrag niet verbeterd, aangezien zij op 14 november 2025 verbale en fysieke agressie vertoont. Daarnaast heeft [werknemer] de bedrijfsauto gebruikt buiten werktijd, terwijl is afgesproken dat dit niet mag. Ondanks verzoeken daartoe weigert zij een verklaring hierover te geven. Ook weigert [werknemer] in persoon het gesprek aan te gaan met [werkgever], waardoor communicatie met haar niet mogelijk is. [werknemer] heeft de stellingen van [werkgever] niet weersproken. De kantonrechter gaat er om die reden vanuit dat hetgeen [werkgever] heeft gesteld correct is. Het handelen van [werknemer] is (ernstig) verwijtbaar, waardoor van [werkgever] niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. 4.5. Herplaatsing van [werknemer] ligt gelet op het verwijtbaar handelen niet in de rede. 4.6. De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van [werkgever] zal toewijzen en dat de arbeidsovereenkomst met toepassing van artikel 7:671b lid 9, onderdeel b, BW zal worden ontbonden met ingang van de datum van deze beschikking, te weten 7 april 2026, omdat [werknemer] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. 4.7. De proceskosten komen voor rekening van [werknemer], omdat [werknemer] overwegend ongelijk krijgt en sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van [werknemer]. De proceskosten aan de zijde van [werkgever] worden begroot op € 856,00 (€ 135,00 aan griffierecht, € 577,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing. 5 De beslissing De kantonrechter 5.1. ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 7 april 2026, 5.2. veroordeelt [werknemer] in de proceskosten van € 856,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [werknemer] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend, 5.3. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad . Deze beschikking is gegeven door mr. Van Spronssen en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026. Artikel 7:669 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Artikel 7:669 lid 1 BW. Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.