Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-04-20
ECLI:NL:RBZWB:2026:2786
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,050 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2786 text/xml public 2026-04-28T13:38:59 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-20 25/2799 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Breda Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2786 text/html public 2026-04-28T13:38:39 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2786 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 20-04-2026 / 25/2799 Recht op WW-uitkering, maar sprake van verwijtbare werkloosheid. Beroep ongegrond. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/2799 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 april 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats 1] , eiseres en De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), verweerder (gemachtigde: [gemachtigde] ). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het besluit op de aanvraag van eiseres voor een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) en een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW) van het UWV. Eiseres is het niet eens met dit besluit. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV terecht heeft beslist dat eiseres recht heeft op een WW-uitkering, maar dat deze niet tot uitbetaling komt omdat zij verwijtbaar werkloos is geworden. Het UWV heeft om die reden ook terecht bepaald dat eiseres geen recht heeft op een toeslag op grond van de TW. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Feiten en procesverloop 2. Eiseres is vanaf 1 april 2023 werkzaam bij [stichting] in [plaats 2] . Per 1 september 2023 is haar arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor 36 uur per week omgezet naar een oproepovereenkomst voor 0 tot 36 uur per week (nulurencontract). Eiseres heeft op 18 oktober 2024 een aanvraag voor een WW-uitkering ingediend. Het UWV heeft deze aanvraag met het besluit van 24 oktober 2024 (primair besluit) afgewezen. 2.1. Eiseres heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. 2.2. Met het bestreden besluit van 22 april 2025 op het bezwaar van eiseres (bestreden besluit I) is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 2.3. Eiseres heeft op 23 april 2025 beroep ingesteld tegen bestreden besluit I. 2.4. Tijdens de beroepsprocedure heeft het UWV op 28 november 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen (bestreden besluit II). De wijziging houdt in dat eiseres recht heeft op een WW-uitkering per 1 september 2023, omdat vanaf dat moment de arbeidsovereenkomst is omgezet naar een nulurencontract. Het UWV betaalt de uitkering echter niet uit, omdat eiseres verwijtbaar werkloos is geworden. Op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep van eiseres mede betrekking op bestreden besluit II. 2.5. De rechtbank heeft het beroep op 23 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van het UWV deelgenomen. Eiseres is niet verschenen. Beoordeling door de rechtbank Het standpunt van het UWV 3. In bestreden besluit I is het UWV uitgegaan van de door eiseres op de aanvraag ingevulde ingangsdatum van de werkloosheid van 9 augustus 2023. Tot de datum van 1 september 2023 had eiseres een contract voor 36 uur per week en ook recht op loon tot deze datum. Aangezien er per 9 augustus 2023 geen sprake was van het verlies aan arbeidsuren, ontstond er geen werkloosheid. 3.1. In bestreden besluit II heeft het UWV bepaald dat, omdat per 1 september 2023 wel sprake was van urenverlies, eiseres per die datum recht heeft op een WW-uitkering. Dit recht wordt echter niet uitbetaald, omdat eiseres verwijtbaar werkloos is geworden. Uit contact met zowel eiseres als met haar (ex-) werkgever is gebleken dat eiseres op eigen verzoek per 1 september 2023 het contract voor bepaalde tijd heeft laten omzetten van 36 uur per week naar een nulurencontract. Het UVW stelt zich op het standpunt dat eiseres hierdoor verwijtbaar werkloos is geworden in de zin van de WW. Omdat eiseres geen WW-uitkering krijgt, heeft zij ook geen recht op een toeslag op grond van de TW. Het standpunt van eiseres 4. Volgens eiseres is zij werkloos geraakt door het wegvallen van werkuren nadat haar vaste urencontract is omgezet naar een nulurencontract. Vanaf dat moment bood haar werkgever nauwelijks nog werk aan, waarna de arbeidsovereenkomst op 23 augustus 2024 definitief is beëindigd. Deze situatie voldoet volgens eiseres aan de definitie van werkloosheid zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid van de WW, waarmee zij voldoet aan de voorwaarden om recht te hebben op een WW-uitkering. Eiseres heeft geen beroepsgronden ingediend ten aanzien van het bestreden besluit II. 4.1. Daarnaast stelt eiseres dat de beslissing op bezwaar ruim buiten de wettelijke beslistermijn van artikel 4:13 van de Awb van acht weken is genomen. Dit is volgens eiseres in strijd met artikel 4:14, eerste lid van de Awb, waarin staat dat een bestuursorgaan tijdig dient te beslissen. Dit heeft geleid tot onnodige onzekerheid voor eiseres. Wettelijk kader 5. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak. Oordeel van de rechtbank 6. Het UWV heeft ter zitting toegelicht dat het bestreden besluit II in samenhang moet worden bezien met bestreden besluit I. Het betreft een aanvulling, wat betekent dat het UWV de aanvraag van eiseres heeft beoordeeld op zowel de datum van 9 augustus 2023 als de datum van 1 september 2023. Bestreden besluit I (beoordelingsdatum 9 augustus 2023) 7. Eiseres voert aan dat zij werkloos in de zin van de WW is geraakt door het wegvallen van werkuren vanwege het omzetten van het vaste urencontract naar een nul-urencontract. 7.1. De rechtbank is van oordeel dat het UWV in bestreden besluit I terecht heeft besloten dat eiseres op 9 augustus 2023 niet werkloos was en er daarom geen recht op een WW-uitkering bestond. Op dat moment had eiseres immers nog een contract van 36 uur. Uit de aanvraag bleek ook dat pas per 1 september 2023 sprake was van urenverlies. Het UWV had daarom in het bestreden besluit I (ook) de beoordelingsdatum van 1 september 2023 moeten betrekken. Dat heeft het UWV niet gedaan. Hierdoor kleeft aan bestreden besluit I een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek. Omdat bij bestreden besluit II de datum van 1 september 2023 alsnog door het UWV is beoordeeld, is eiseres door dit gebrek niet benadeeld. Het gebrek zal dan ook met toepassing van artikel 6:22 van de Awb worden gepasseerd. 7.2. Gelet op bestreden besluit II is niet langer in geschil of vanaf 1 september 2023 sprake is van werkloosheid in de zin van de WW en of eiseres recht heeft op een WW-uitkering. De gronden die betrekking hebben op bestreden besluit I behoeven daardoor geen verdere bespreking meer. Bestreden besluit II (beoordelingsdatum 1 september 2023) 8. De rechtbank stelt vast dat eiseres tegen bestreden besluit II geen beroepsgronden heeft ingebracht. Ook is zij niet ter zitting verschenen. Omdat geen gronden zijn aangevoerd, is het beroep voor zover het is gericht tegen bestreden besluit II van rechtswege ongegrond. Heeft eiseres recht op toeslag van het UWV? 9. Eiseres heeft eveneens een aanvraag ingediend voor een toeslag van het UWV op grond van de TW. 9.1. Als een werknemer een WW-uitkering krijgt van UWV, kan deze een toeslag op de uitkering aanvragen. Dit kan alleen als het inkomen lager is dan het sociaal minimum. Daarnaast moet de aanvrager een uitkering van het UWV ontvangen. 9.2. Omdat is vastgesteld dat de WW-uitkering niet wordt uitbetaald, heeft het UWV zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres geen recht heeft op een toeslag op grond van de TW. Is er sprake van overschrijding van de wettelijke beslistermijn? 10. Eiseres stelt dat het UWV de wettelijke beslistermijn heeft overschreden en dat dit heeft geleid tot onnodige onzekerheid aan haar kant. 10.1.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2786 text/xml public 2026-04-28T13:38:59 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-20 25/2799 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Breda Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2786 text/html public 2026-04-28T13:38:39 2026-04-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2786 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 20-04-2026 / 25/2799 Recht op WW-uitkering, maar sprake van verwijtbare werkloosheid. Beroep ongegrond. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/2799 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 april 2026 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats 1] , eiseres en De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), verweerder (gemachtigde: [gemachtigde] ). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over het besluit op de aanvraag van eiseres voor een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) en een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW) van het UWV. Eiseres is het niet eens met dit besluit. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV terecht heeft beslist dat eiseres recht heeft op een WW-uitkering, maar dat deze niet tot uitbetaling komt omdat zij verwijtbaar werkloos is geworden. Het UWV heeft om die reden ook terecht bepaald dat eiseres geen recht heeft op een toeslag op grond van de TW. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Feiten en procesverloop 2. Eiseres is vanaf 1 april 2023 werkzaam bij [stichting] in [plaats 2] . Per 1 september 2023 is haar arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor 36 uur per week omgezet naar een oproepovereenkomst voor 0 tot 36 uur per week (nulurencontract). Eiseres heeft op 18 oktober 2024 een aanvraag voor een WW-uitkering ingediend. Het UWV heeft deze aanvraag met het besluit van 24 oktober 2024 (primair besluit) afgewezen. 2.1. Eiseres heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. 2.2. Met het bestreden besluit van 22 april 2025 op het bezwaar van eiseres (bestreden besluit I) is het UWV bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 2.3. Eiseres heeft op 23 april 2025 beroep ingesteld tegen bestreden besluit I. 2.4. Tijdens de beroepsprocedure heeft het UWV op 28 november 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen (bestreden besluit II). De wijziging houdt in dat eiseres recht heeft op een WW-uitkering per 1 september 2023, omdat vanaf dat moment de arbeidsovereenkomst is omgezet naar een nulurencontract. Het UWV betaalt de uitkering echter niet uit, omdat eiseres verwijtbaar werkloos is geworden. Op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep van eiseres mede betrekking op bestreden besluit II. 2.5. De rechtbank heeft het beroep op 23 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van het UWV deelgenomen. Eiseres is niet verschenen. Beoordeling door de rechtbank Het standpunt van het UWV 3. In bestreden besluit I is het UWV uitgegaan van de door eiseres op de aanvraag ingevulde ingangsdatum van de werkloosheid van 9 augustus 2023. Tot de datum van 1 september 2023 had eiseres een contract voor 36 uur per week en ook recht op loon tot deze datum. Aangezien er per 9 augustus 2023 geen sprake was van het verlies aan arbeidsuren, ontstond er geen werkloosheid. 3.1. In bestreden besluit II heeft het UWV bepaald dat, omdat per 1 september 2023 wel sprake was van urenverlies, eiseres per die datum recht heeft op een WW-uitkering. Dit recht wordt echter niet uitbetaald, omdat eiseres verwijtbaar werkloos is geworden. Uit contact met zowel eiseres als met haar (ex-) werkgever is gebleken dat eiseres op eigen verzoek per 1 september 2023 het contract voor bepaalde tijd heeft laten omzetten van 36 uur per week naar een nulurencontract. Het UVW stelt zich op het standpunt dat eiseres hierdoor verwijtbaar werkloos is geworden in de zin van de WW. Omdat eiseres geen WW-uitkering krijgt, heeft zij ook geen recht op een toeslag op grond van de TW. Het standpunt van eiseres 4. Volgens eiseres is zij werkloos geraakt door het wegvallen van werkuren nadat haar vaste urencontract is omgezet naar een nulurencontract. Vanaf dat moment bood haar werkgever nauwelijks nog werk aan, waarna de arbeidsovereenkomst op 23 augustus 2024 definitief is beëindigd. Deze situatie voldoet volgens eiseres aan de definitie van werkloosheid zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid van de WW, waarmee zij voldoet aan de voorwaarden om recht te hebben op een WW-uitkering. Eiseres heeft geen beroepsgronden ingediend ten aanzien van het bestreden besluit II. 4.1. Daarnaast stelt eiseres dat de beslissing op bezwaar ruim buiten de wettelijke beslistermijn van artikel 4:13 van de Awb van acht weken is genomen. Dit is volgens eiseres in strijd met artikel 4:14, eerste lid van de Awb, waarin staat dat een bestuursorgaan tijdig dient te beslissen. Dit heeft geleid tot onnodige onzekerheid voor eiseres. Wettelijk kader 5. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak. Oordeel van de rechtbank 6. Het UWV heeft ter zitting toegelicht dat het bestreden besluit II in samenhang moet worden bezien met bestreden besluit I. Het betreft een aanvulling, wat betekent dat het UWV de aanvraag van eiseres heeft beoordeeld op zowel de datum van 9 augustus 2023 als de datum van 1 september 2023. Bestreden besluit I (beoordelingsdatum 9 augustus 2023) 7. Eiseres voert aan dat zij werkloos in de zin van de WW is geraakt door het wegvallen van werkuren vanwege het omzetten van het vaste urencontract naar een nul-urencontract. 7.1. De rechtbank is van oordeel dat het UWV in bestreden besluit I terecht heeft besloten dat eiseres op 9 augustus 2023 niet werkloos was en er daarom geen recht op een WW-uitkering bestond. Op dat moment had eiseres immers nog een contract van 36 uur. Uit de aanvraag bleek ook dat pas per 1 september 2023 sprake was van urenverlies. Het UWV had daarom in het bestreden besluit I (ook) de beoordelingsdatum van 1 september 2023 moeten betrekken. Dat heeft het UWV niet gedaan. Hierdoor kleeft aan bestreden besluit I een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek. Omdat bij bestreden besluit II de datum van 1 september 2023 alsnog door het UWV is beoordeeld, is eiseres door dit gebrek niet benadeeld. Het gebrek zal dan ook met toepassing van artikel 6:22 van de Awb worden gepasseerd. 7.2. Gelet op bestreden besluit II is niet langer in geschil of vanaf 1 september 2023 sprake is van werkloosheid in de zin van de WW en of eiseres recht heeft op een WW-uitkering. De gronden die betrekking hebben op bestreden besluit I behoeven daardoor geen verdere bespreking meer. Bestreden besluit II (beoordelingsdatum 1 september 2023) 8. De rechtbank stelt vast dat eiseres tegen bestreden besluit II geen beroepsgronden heeft ingebracht. Ook is zij niet ter zitting verschenen. Omdat geen gronden zijn aangevoerd, is het beroep voor zover het is gericht tegen bestreden besluit II van rechtswege ongegrond. Heeft eiseres recht op toeslag van het UWV? 9. Eiseres heeft eveneens een aanvraag ingediend voor een toeslag van het UWV op grond van de TW. 9.1. Als een werknemer een WW-uitkering krijgt van UWV, kan deze een toeslag op de uitkering aanvragen. Dit kan alleen als het inkomen lager is dan het sociaal minimum. Daarnaast moet de aanvrager een uitkering van het UWV ontvangen. 9.2. Omdat is vastgesteld dat de WW-uitkering niet wordt uitbetaald, heeft het UWV zich terecht op het standpunt gesteld dat eiseres geen recht heeft op een toeslag op grond van de TW. Is er sprake van overschrijding van de wettelijke beslistermijn? 10. Eiseres stelt dat het UWV de wettelijke beslistermijn heeft overschreden en dat dit heeft geleid tot onnodige onzekerheid aan haar kant. 10.1.