Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-09
ECLI:NL:RBZWB:2026:2709
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
4,042 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2709 text/xml public 2026-04-17T11:48:49 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-09 C/02/445070 / JE RK 26-259 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2709 text/html public 2026-04-15T15:24:38 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2709 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 09-03-2026 / C/02/445070 / JE RK 26-259 Ernstige ontwikkelingsbedreiging door contactverlies kind met vader RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/445070 / JE RK 26-259 Datum uitspraak: 9 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING , Regio Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat mr. D.J.A. Burlet te Oostburg. De kinderrechter merkt als informant aan: Stichting Jeugdbescherming west Zeeland , gevestigd te Middelburg, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI). 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: de moeder; de vader met zijn advocaat; - een vertegenwoordiger van de Raad; - een vertegenwoordigster van de GI. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] woont bij zijn moeder. 2.3. Bij beschikking van 8 november 2018 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van [stichting] met ingang van 8 november 2018 en tot 8 september 2019. Deze maatregel is nadien verlengd, voor het laatst bij beschikking van 5 maart 2020, te weten tot 8 september 2020. 3 Het verzoek 3.1. De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. De Raad stelt dat [minderjarige] op dit moment zodanig opgroeit dat [minderjarige] in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. [minderjarige] en de vader hebben op dit moment geen contact. Het ontbreken van onbelast contact en het huidige gebrek aan perspectief hierop kan een negatief effect hebben op zijn zelfbeeld, zijn mate van zelfvertrouwen en de manier waarop [minderjarige] later zelf relaties zal aangaan. De ouders van [minderjarige] zijn op dit moment onvoldoende bereid en/of in staat onder eigen verantwoordelijkheid de bedreiging weg te nemen en hulpverlening te accepteren. Ouders hebben namelijk geen concrete afspraken kunnen maken over het contact tussen de vader en [minderjarige] . Het is noodzakelijk om een onafhankelijke professionele partij in te zetten, die in het belang van [minderjarige] optreedt en met de ouders duidelijke afspraken maakt, sturing biedt waar nodig en een coördinerende rol op zich neemt. De verwachting is dat de ouders de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] binnen een voor [minderjarige] aanvaardbare termijn weer zelf kunnen dragen. 4.2. Namens en door de vader is aangegeven dat de vader in kan stemmen met het verzoek van de Raad. Hij ziet de zaken wel anders dan hoe deze in de raadsrapportage vermeld staan. De vader heeft behoefte aan duidelijke afspraken die ook nagekomen worden. Benadrukt wordt dat de GI aandacht moet hebben voor de (primaire) manier van reageren door de vader. De GI zal hier een vertaalslag in moeten aanbrengen en daarbij extra duidelijk zijn in de communicatie en geen ruimte voor interpretatie laten. De vader heeft [minderjarige] sinds 19 oktober 2025 niet meer gezien. Het contactherstel moet daarom ook direct door de GI opgepakt worden. 4.3. De moeder voert geen verweer tegen het verzoek van de Raad. Zij gunt het [minderjarige] om de vader op een goede manier te zien, met duidelijke regels en grenzen. 4.4. De GI geeft aan dat er gewerkt wordt met een instroomteam. Het instroomteam kan bekijken of het traject bij [accommodatie] , die de contacten tussen [minderjarige] en de vader begeleidde, weer opgepakt kan worden. De GI geeft aan dat het van belang is dat er spoedig contactherstel tussen de vader en [minderjarige] komt en dat gekeken wordt op welke manier de verdere zorgregeling vormgegeven kan gaan worden. 5 De beoordeling Wettelijk kader 5.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna te noemen: BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en: a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en; b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen. Inhoudelijke beoordeling 5.2. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.3. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd. Er is sprake van contactverlies met de vader, nu de vader [minderjarige] sinds 19 oktober 2025 niet meer heeft gezien. Voor die datum vonden de contacten plaats onder begeleiding van [accommodatie] en in aanwezigheid van de bij de vader betrokken begeleider van [hulpverlening 1] . [accommodatie] heeft de begeleide bezoekmomenten stilgelegd tijdens het onderzoek dat door de Raad is uitgevoerd omdat de laatste twee bezoeken niet goed zijn verlopen omdat de vader volgens [accommodatie] zijn emoties niet voldoende onder controle had en de begeleider van de vader heeft aangegeven niet meer bij de contacten aanwezig te zullen zijn. Onbekend is waarom de door [accommodatie] volgens de Raad voorgestelde omgang op het kantoor van [accommodatie] niet is doorgegaan. De vader heeft ter zitting aangegeven van dit voorstel niet op de hoogte te zijn, anders had hij [minderjarige] graag op het kantoor van [accommodatie] gezien. De grootste zorg is dat er op dit moment geen sprake is van een vastgelegd/ structureel contact tussen [minderjarige] en de vader en het perspectief op contactherstel onduidelijk is. Daarnaast is er sprake van een verstoorde verstandhouding en een verstoorde communicatie tussen de ouders. Het lukt de ouders niet om op een constructieve manier met elkaar te communiceren en tot afspraken te komen. Ook spelen er persoonlijke problemen waar de vader mee worstelt, zoals zijn emotieregulatie, waardoor de contacten tussen [minderjarige] en de vader begeleid plaatsvonden. Bovendien speelt er mogelijk kindeigen problematiek bij [minderjarige] . [minderjarige] laat druk gedrag zien en lijkt moeite te hebben met emotieregulatie, maar dat kan op dit moment niet onderzocht worden omdat [minderjarige] mogelijk nog te veel onrust ervaart in de thuissituatie. 5.4. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de ouders in de huidige situatie in een impasse verkeren en er niet meer samen uitkomen. Zij maken zich over en weer zorgen over de opvoedsituatie van de andere ouder. 5.5. De ondertoezichtstelling is daarom nodig. De kinderrechter zal het onweersproken verzoek van de Raad toewijzen en stelt [minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2709 text/xml public 2026-04-17T11:48:49 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-09 C/02/445070 / JE RK 26-259 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2709 text/html public 2026-04-15T15:24:38 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2709 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 09-03-2026 / C/02/445070 / JE RK 26-259 Ernstige ontwikkelingsbedreiging door contactverlies kind met vader RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/445070 / JE RK 26-259 Datum uitspraak: 9 maart 2026 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING , Regio Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat mr. D.J.A. Burlet te Oostburg. De kinderrechter merkt als informant aan: Stichting Jeugdbescherming west Zeeland , gevestigd te Middelburg, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI). 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 maart 2026. Daarbij waren aanwezig: de moeder; de vader met zijn advocaat; - een vertegenwoordiger van de Raad; - een vertegenwoordigster van de GI. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] woont bij zijn moeder. 2.3. Bij beschikking van 8 november 2018 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van [stichting] met ingang van 8 november 2018 en tot 8 september 2019. Deze maatregel is nadien verlengd, voor het laatst bij beschikking van 5 maart 2020, te weten tot 8 september 2020. 3 Het verzoek 3.1. De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. De Raad stelt dat [minderjarige] op dit moment zodanig opgroeit dat [minderjarige] in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. [minderjarige] en de vader hebben op dit moment geen contact. Het ontbreken van onbelast contact en het huidige gebrek aan perspectief hierop kan een negatief effect hebben op zijn zelfbeeld, zijn mate van zelfvertrouwen en de manier waarop [minderjarige] later zelf relaties zal aangaan. De ouders van [minderjarige] zijn op dit moment onvoldoende bereid en/of in staat onder eigen verantwoordelijkheid de bedreiging weg te nemen en hulpverlening te accepteren. Ouders hebben namelijk geen concrete afspraken kunnen maken over het contact tussen de vader en [minderjarige] . Het is noodzakelijk om een onafhankelijke professionele partij in te zetten, die in het belang van [minderjarige] optreedt en met de ouders duidelijke afspraken maakt, sturing biedt waar nodig en een coördinerende rol op zich neemt. De verwachting is dat de ouders de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] binnen een voor [minderjarige] aanvaardbare termijn weer zelf kunnen dragen. 4.2. Namens en door de vader is aangegeven dat de vader in kan stemmen met het verzoek van de Raad. Hij ziet de zaken wel anders dan hoe deze in de raadsrapportage vermeld staan. De vader heeft behoefte aan duidelijke afspraken die ook nagekomen worden. Benadrukt wordt dat de GI aandacht moet hebben voor de (primaire) manier van reageren door de vader. De GI zal hier een vertaalslag in moeten aanbrengen en daarbij extra duidelijk zijn in de communicatie en geen ruimte voor interpretatie laten. De vader heeft [minderjarige] sinds 19 oktober 2025 niet meer gezien. Het contactherstel moet daarom ook direct door de GI opgepakt worden. 4.3. De moeder voert geen verweer tegen het verzoek van de Raad. Zij gunt het [minderjarige] om de vader op een goede manier te zien, met duidelijke regels en grenzen. 4.4. De GI geeft aan dat er gewerkt wordt met een instroomteam. Het instroomteam kan bekijken of het traject bij [accommodatie] , die de contacten tussen [minderjarige] en de vader begeleidde, weer opgepakt kan worden. De GI geeft aan dat het van belang is dat er spoedig contactherstel tussen de vader en [minderjarige] komt en dat gekeken wordt op welke manier de verdere zorgregeling vormgegeven kan gaan worden. 5 De beoordeling Wettelijk kader 5.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna te noemen: BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en: a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en; b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen. Inhoudelijke beoordeling 5.2. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.3. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd. Er is sprake van contactverlies met de vader, nu de vader [minderjarige] sinds 19 oktober 2025 niet meer heeft gezien. Voor die datum vonden de contacten plaats onder begeleiding van [accommodatie] en in aanwezigheid van de bij de vader betrokken begeleider van [hulpverlening 1] . [accommodatie] heeft de begeleide bezoekmomenten stilgelegd tijdens het onderzoek dat door de Raad is uitgevoerd omdat de laatste twee bezoeken niet goed zijn verlopen omdat de vader volgens [accommodatie] zijn emoties niet voldoende onder controle had en de begeleider van de vader heeft aangegeven niet meer bij de contacten aanwezig te zullen zijn. Onbekend is waarom de door [accommodatie] volgens de Raad voorgestelde omgang op het kantoor van [accommodatie] niet is doorgegaan. De vader heeft ter zitting aangegeven van dit voorstel niet op de hoogte te zijn, anders had hij [minderjarige] graag op het kantoor van [accommodatie] gezien. De grootste zorg is dat er op dit moment geen sprake is van een vastgelegd/ structureel contact tussen [minderjarige] en de vader en het perspectief op contactherstel onduidelijk is. Daarnaast is er sprake van een verstoorde verstandhouding en een verstoorde communicatie tussen de ouders. Het lukt de ouders niet om op een constructieve manier met elkaar te communiceren en tot afspraken te komen. Ook spelen er persoonlijke problemen waar de vader mee worstelt, zoals zijn emotieregulatie, waardoor de contacten tussen [minderjarige] en de vader begeleid plaatsvonden. Bovendien speelt er mogelijk kindeigen problematiek bij [minderjarige] . [minderjarige] laat druk gedrag zien en lijkt moeite te hebben met emotieregulatie, maar dat kan op dit moment niet onderzocht worden omdat [minderjarige] mogelijk nog te veel onrust ervaart in de thuissituatie. 5.4. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de ouders in de huidige situatie in een impasse verkeren en er niet meer samen uitkomen. Zij maken zich over en weer zorgen over de opvoedsituatie van de andere ouder. 5.5. De ondertoezichtstelling is daarom nodig. De kinderrechter zal het onweersproken verzoek van de Raad toewijzen en stelt [minderjarige] onder toezicht voor de duur van een jaar.