Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-06
ECLI:NL:RBZWB:2026:2624
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,047 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2624 text/xml public 2026-04-17T10:58:49 2026-04-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-06 C/02/445533 / FA RK 26-1069 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2624 text/html public 2026-04-15T12:16:53 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2624 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 06-03-2026 / C/02/445533 / FA RK 26-1069 RM RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/445533 / FA RK 26-1069 Datum uitspraak: 6 maart 2026 Beschikking rechterlijke machtiging op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1927 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats] , advocaat mr. P.M.J.T. Schumans uit Middelburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 3 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Schumans; [persoon] , verpleegkundige. 2 Het verzoek 2.1. Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden. 3 De standpunten 3.1. Betrokkene geeft tijdens de zitting aan erg doof te zijn. Betrokkene stelt niets misdaan te hebben en niet te begrijpen waarom er een zitting is. 3.2. De verpleegkundige verklaart dat betrokkene hier niet op de juiste plek zit. In het verzorgingstehuis waar betrokkene nu woont is thuiszorg aanwezig maar zij kunnen niet de zorg en begeleiding bieden die betrokkene nodig heeft. Ook dwaalt betrokkene over de gangen en verveelt zij zich omdat er in het verzorgingstehuis niets te doen is. 3.3. De advocaat stelt zich namens betrokkene op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen. Betrokkene geeft duidelijk aan dat zij niet haar kamer wil verlaten. Verder heeft de advocaat juridisch gezien geen opmerkingen over het voorliggende verzoek. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.2. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Bij betrokkene is sprake van dementie. 4.3. Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag. 4.4. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene niet meer in staat is om zelfstandig te functioneren. Als gevolg van haar cognitieve achteruitgang is er sprake van een toenemende behoefte aan zorg, toezicht en begeleiding. Ook weigert betrokkene regelmatig de aangeboden zorg, dwaalt dagelijks meerdere malen door de gangen en reageert zij zowel verbaal als fysiek agressief. 4.5. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene heeft geen ziektebesef of ziekte-inzicht en geeft te kennen dat zij niet wil vertrekken van de huidige afdeling. 4.6. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene heeft 24-uurs zorg, begeleiding en nabijheid nodig die op de huidige afdeling niet gegeven kan worden. 5 De beslissing De rechtbank: 5.1. verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1927 in [geboorteplaats] ; 5.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 6 september 2026 . Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 20 maart 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2624 text/xml public 2026-04-17T10:58:49 2026-04-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-06 C/02/445533 / FA RK 26-1069 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2624 text/html public 2026-04-15T12:16:53 2026-04-17 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2624 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 06-03-2026 / C/02/445533 / FA RK 26-1069 RM RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/445533 / FA RK 26-1069 Datum uitspraak: 6 maart 2026 Beschikking rechterlijke machtiging op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1927 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats] , advocaat mr. P.M.J.T. Schumans uit Middelburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 3 maart 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 maart 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Schumans; [persoon] , verpleegkundige. 2 Het verzoek 2.1. Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden. 3 De standpunten 3.1. Betrokkene geeft tijdens de zitting aan erg doof te zijn. Betrokkene stelt niets misdaan te hebben en niet te begrijpen waarom er een zitting is. 3.2. De verpleegkundige verklaart dat betrokkene hier niet op de juiste plek zit. In het verzorgingstehuis waar betrokkene nu woont is thuiszorg aanwezig maar zij kunnen niet de zorg en begeleiding bieden die betrokkene nodig heeft. Ook dwaalt betrokkene over de gangen en verveelt zij zich omdat er in het verzorgingstehuis niets te doen is. 3.3. De advocaat stelt zich namens betrokkene op het standpunt dat het verzoek moet worden afgewezen. Betrokkene geeft duidelijk aan dat zij niet haar kamer wil verlaten. Verder heeft de advocaat juridisch gezien geen opmerkingen over het voorliggende verzoek. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.2. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Bij betrokkene is sprake van dementie. 4.3. Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag. 4.4. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene niet meer in staat is om zelfstandig te functioneren. Als gevolg van haar cognitieve achteruitgang is er sprake van een toenemende behoefte aan zorg, toezicht en begeleiding. Ook weigert betrokkene regelmatig de aangeboden zorg, dwaalt dagelijks meerdere malen door de gangen en reageert zij zowel verbaal als fysiek agressief. 4.5. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene heeft geen ziektebesef of ziekte-inzicht en geeft te kennen dat zij niet wil vertrekken van de huidige afdeling. 4.6. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene heeft 24-uurs zorg, begeleiding en nabijheid nodig die op de huidige afdeling niet gegeven kan worden. 5 De beslissing De rechtbank: 5.1. verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1927 in [geboorteplaats] ; 5.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 6 september 2026 . Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 20 maart 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.