Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-30
ECLI:NL:RBZWB:2026:2362
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,047 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2362 text/xml public 2026-04-02T12:07:28 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-30 BRE 25/4638 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Breda Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2362 text/html public 2026-04-02T12:07:12 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2362 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 30-03-2026 / BRE 25/4638 Beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag. Beroep niet-ontvankelijk. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 25/4638 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 maart 2026 in de zaak tussen T[belanghebbende], uit [plaats] (Duitsland), belanghebbende en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. Inleiding 1.1 In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat belanghebbende op 9 september 2025 heeft ingesteld, omdat de inspecteur volgens haar niet op tijd heeft beslist op de aanvraag om een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2023 op te leggen. Daarnaast verzoekt belanghebbende de rechtbank om de inspecteur de opdracht te geven om een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2023 op te leggen. 1.2 Op 12 december 2025 is de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2023 opgelegd door de inspecteur. Naar aanleiding hiervan heeft de rechtbank belanghebbende gevraagd of zij het beroep wenst in te trekken. De rechtbank heeft in dezelfde brief vermeld dat belanghebbende bezwaar kan maken tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2023 als zij het niet eens is met de aanslag. De rechtbank heeft geen reactie ontvangen op deze brief. De rechtbank gaat daarom over tot behandeling van de zaak. 1.3 Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2.1 Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Als de betrokkene de ingebrekestelling niet verstuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen. Is het beroep ontvankelijk? 2.2 Belanghebbende heeft op 9 september 2025 beroep ingesteld, omdat de inspecteur volgens haar niet op tijd op de aanvraag heeft beslist. Uit de ontvangen stukken van de rechtbank is niet gebleken dat belanghebbende een ingebrekestelling heeft gestuurd naar de inspecteur. Dit maakt het beroep niet-ontvankelijk. Los daarvan was geen sprake van niet tijdig beslissen op een aanvraag, omdat de aanslagtermijn van drie jaar nog niet was verstreken. 2.3 Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van R.M. Rosta, griffier, op 30 maart 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier, De rechter, De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld. Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb. Dit staat in artikel 11 lid 3 van de Awr.