Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-27
ECLI:NL:RBZWB:2026:2323
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
3,912 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2323 text/xml public 2026-04-09T10:28:19 2026-03-30 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-27 C/02/423193 / FA RK 24-2596 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2323 text/html public 2026-04-09T10:27:55 2026-04-09 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2323 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-02-2026 / C/02/423193 / FA RK 24-2596 Afwijzing verzoek stiefouderadoptie. Het kind kan de gevolgen van de adoptie niet overzien. Belasting van de stiefmoeder met het gezag over het kind. beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Middelburg Zaaknummer: C/02/423193 / FA RK 24-2596 datum uitspraak: 27 februari 2026 nadere beschikking betreffende stiefouderadoptie in de zaak van [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende te [plaats] , advocaat: mr. W.J. Jurgers te Bergen op Zoom (voorheen: mr. P.R. Klaver te Bergen op Zoom), en [de stiefmoeder] , hierna te noemen: de stiefmoeder, wonende te [plaats] , advocaat: mr. W.J. Jurgers te Bergen op Zoom (voorheen: mr. P.R. Klaver te Bergen op Zoom), over de minderjarige: [minderjarige] , geboren op [geboortedag 1] 2014 te [geboorteplaats 1] . Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, hierna: de Raad, de rechtbank over de verzoeken geadviseerd. 1 Het verdere procesverloop 1.1 In het dossier zitten de volgende stukken: de beschikking van deze rechtbank van 19 december 2024; het advies van de Raad van 18 juni 2025; de brief van mr. Jurgers van 10 september 2025. 1.2 De verzoeken zijn nader mondeling behandeld op 16 januari 2026. Bij die gelegenheid zijn gekomen de vader en de stiefmoeder, bijgestaan door hun advocaat. Ook was een vertegenwoordiger van de Raad aanwezig. 1.3 Voor deze mondelinge behandeling heeft de rechter (nogmaals) met [minderjarige] gesproken over de verzoeken. 2 De verdere beoordeling De standpunten 2.1 Bij beschikking van deze rechtbank van 19 december 2024 heeft de rechtbank de Raad verzocht onderzoek te doen naar de vragen of de adoptie in het kennelijk belang van [minderjarige] is en of belasting van de stiefmoeder met het gezag over [minderjarige] bij zijn belangen past. De rechtbank heeft de beslissing op de verzoeken van partijen aangehouden tot 25 maart 2025 pro forma in afwachting van het advies van de Raad. 2.2 Op dit punt in de procedure moet de rechtbank nog een beslissing nemen op de verzoeken van de vader en de stiefmoeder tot stiefouderadoptie over [minderjarige] en, subsidiair, om de stiefmoeder mede met het gezag over [minderjarige] te belasten. 2.3 Op 18 juni 2025 heeft de Raad diens advies bij de rechtbank ingediend. De Raad adviseert het verzoek van partijen tot adoptie van [minderjarige] af te wijzen en het verzoek omtrent het gezamenlijk gezag, toe te wijzen. De Raad is van mening dat de adoptie van [minderjarige] nu niet in zijn kennelijk belang is. De stiefmoeder speelt een belangrijke rol in het leven van [minderjarige] en hij heeft een warme band met haar. Het idee van het adoptieverzoek lijkt niet intrinsiek vanuit [minderjarige] zelf vandaan te komen. De Raad stelt zich op het standpunt dat het initiatief ten aanzien van de adoptie bij de vader vandaan komt. Hierbij lijkt de vader in de ogen van de Raad te snel te willen gaan. Het is op de leeftijd van [minderjarige] ook nog erg lastig om de gevolgen van een adoptie te kunnen overzien. Het lijkt de Raad passender dat [minderjarige] meer tijd krijgt om te kunnen overzien wat een adoptie precies voor hem betekent omdat hij nog jong is. Hij bevindt zich in de beginnende puberteitsfase met de daarbij behorende gevoelens van onzekerheid en het zoeken naar identiteit. De Raad acht belasting van de stiefmoeder met het gezag over [minderjarige] wel in het belang van [minderjarige] . Op deze manier worden vader en stiefmoeder samen verantwoordelijk voor [minderjarige] en kunnen zij belangrijke beslissingen over hem nemen. Dit doen zij in de praktijk feitelijk al samen. 2.4 In de brief van 10 september 2025 bericht mr. Jurgers namens de vader en de stiefmoeder dat zij het niet eens zijn met het advies van de Raad. Zij verzoeken de rechtbank een nadere zitting te bepalen om hun visie op de verzoeken nogmaals aan de rechtbank te kunnen toelichten. 2.5 Tijdens de zitting op 16 januari 2026 heeft de Raad aanvullend nog het volgende naar voren gebracht. Ten aanzien van kinderen met de leeftijd van [minderjarige] is de Raad terughoudend in het advies om adoptieverzoeken toe te wijzen. De Raad is van mening dat het verzoek tot adoptie te vroeg komt. Het idee van een adoptie moet meer de tijd krijgen om te rijpen bij [minderjarige] . [minderjarige] kan nog niet ten volle beseffen wat de gevolgen zijn van een adoptie. Hij heeft door het verlies van zijn moeder een traumatische ervaring meegemaakt en de Raad snapt zijn wens om samen met de stiefmoeder en zijn stiefzusje één gezin te vormen. Dit kan echter naar de mening van de Raad ook door de stiefmoeder te belasten met het gezag over [minderjarige] en de erfrechtelijke gevolgen via een testament vast te leggen. De Raad wil met diens advies niet voorbijgaan aan de inzet van de vader en de stiefmoeder als opvoeders van [minderjarige] en aan de inspanningen die zijn doen om de gedachte aan de moeder van [minderjarige] levend te houden. Ook vindt de Raad het goed van de vader en de stiefmoeder dat zij de opa en oma moederszijde blijven betrekken in het leven van [minderjarige] . De Raad hoopt dat de vader en de stiefmoeder, wat de rechtbank ook zal beslissen op de verzoeken, naar [minderjarige] uit zullen stralen dat hij een gelijkwaardige positie in het gezin heeft. Er zijn naar de mening van de Raad nog stappen die gezet moeten worden voordat de adoptie van [minderjarige] kan worden gerealiseerd. Hiervoor is ook afhankelijk hoe [minderjarige] zich ontwikkelt in de toekomst en hoe hij zijn gevoel van gelijkwaardigheid in het gezin beleeft. 2.6 Door en namens de vader en de stiefmoeder is tijdens de zitting het volgende naar voren gebracht. De vader en de stiefmoeder begrijpen niet waarom de Raad op de eerdere zitting in oktober 2024 nog adviseerde om het verzoek tot adoptie toe te wijzen en nu blijkbaar anders concludeert. Het is onbegrijpelijk dat de Raad zich op het standpunt stelt dat het niet de intrinsieke wens van [minderjarige] is om door de stiefmoeder geadopteerd te worden. De wens van [minderjarige] tot adoptie blijkt heel duidelijk uit de gesprekken die met hem zijn gevoerd en uit de omstandigheden. [minderjarige] is heel duidelijk in zijn wens tot volledige gelijkwaardigheid. Hij wil graag één gezin vormen met de vader, de stiefmoeder en zijn stiefzusje en dat kan alleen bereikt worden door adoptie. De Raad tilt ten onrechte niet zwaar aan deze familierechtelijke band terwijl aan de mening van opa en oma moederszijde in het onderzoek wel waarde wordt gehecht. De Raad zegt dat de adoptie meer moet rijpen bij [minderjarige] , maar de vraag is wanneer [minderjarige] er dan wel klaar voor zou zijn. De band met opa en oma moederszijde komt niet onder druk te staan door de adoptie. [minderjarige] verdient het om geadopteerd te worden door de stiefmoeder en hij moet zorgeloos kunnen leven. Dit kan naar de mening van de vader en de stiefmoeder alleen als de adoptie wordt uitgesproken. De stiefmoeder vindt het belangrijk dat [minderjarige] op papier gelijk zal zijn aan zijn stiefzusje. De stiefmoeder heeft in het verleden zelf meegemaakt dat er discussie kwam met haar broers en zussen over haar deel van een erfenis en ze wil dat [minderjarige] niet in eenzelfde situatie belandt. Het is van belang dat de situatie van [minderjarige] gelijk wordt ten opzichte van die van zijn stiefzusje. De inhoudelijke beoordeling Adoptie 2.7 De rechtbank overweegt als volgt. In de beschikking van 19 december 2024 heeft de rechtbank al uiteen gezet dat is voldaan aan de voorwaarden voor stiefouderadoptie als genoemd in artikel 1:228 BW.
Volledig
Op dit punt in de procedure moet de rechtbank nog toetsen of de adoptie in het kennelijk belang van [minderjarige] is. De rechtbank is van oordeel dat het op dit moment niet in het belang van [minderjarige] is om het verzoek tot adoptie toe te wijzen. De rechtbank is, op basis van het advies van de Raad en hetgeen [minderjarige] tijdens de twee gesprekken die hij met de rechter heeft gehad, van oordeel dat [minderjarige] de gevolgen van een adoptie onvoldoende kan overzien. [minderjarige] heeft verteld dat hij graag bij zijn stiefmoeder wil blijven wonen als zijn vader zou komen te overlijden en dat hij het belangrijk vindt dat belangrijke zaken rondom hem door zijn vader en stiefmoeder samen kunnen worden geregeld. Uit hetgeen [minderjarige] naar voren heeft gebracht blijkt dat hij nog veel verdriet heeft rondom het overlijden van zijn moeder en dat hij nog in zijn rouwproces rondom dit overlijden zit. De rechtbank vindt het op dit moment dan ook te vroeg om de familierechtelijke banden met (de familie van) zijn moeder door te snijden. Adoptie is immers een verstrekkende maatregel en heeft het ingrijpende gevolg dat daarmee de tussen de moeder en [minderjarige] bestaande familierechtelijke betrekkingen worden beëindigd. Naar het oordeel van de rechtbank moet [minderjarige] zelf de beoordeling of hij de familierechtelijke band met zijn moeder wil behouden kunnen maken en daartoe acht de rechtbank hem op dit moment niet in staat vanwege zijn nog jonge leeftijd. 2.8 De rechtbank begrijpt de wens van de vader en de stiefmoeder tot adoptie goed. De vader is doordrongen van het gegeven dat het in het leven zomaar anders kan lopen dan je verwacht. De stiefmoeder en de vader vinden het om begrijpelijke redenen belangrijk dat zaken goed voor [minderjarige] worden geregeld voor het geval de vader iets overkomst en hij niet meer de zorg voor [minderjarige] kan dragen. Ook andere redenen om tot stiefouderadoptie te komen zijn begrijpelijk. Het vormen van één gezin is daar een van. Dit doel kan echter ook worden gerealiseerd door het mede belasten van de stiefmoeder met het gezag over [minderjarige] . Bovendien geeft de belasting van de stiefmoeder met het gezag over [minderjarige] hem de tijd en ruimte om de gevolgen van een adoptie in de toekomst voor zichzelf overzichtelijk te maken. Gezamenlijk gezag 2.9 Op grond van artikel 1:253t BW kan de rechtbank, indien het gezag over een kind bij één ouder berust, op gezamenlijk verzoek van de met het gezag belaste ouder en een ander dan de ouder die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, hen gezamenlijk met het gezag over het kind belasten. Op grond van lid 3 van voornoemd artikel wordt een dergelijk verzoek afgewezen indien gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd. 2.10 De rechtbank vindt het in het belang van [minderjarige] dat de stiefmoeder mede met het gezag over [minderjarige] wordt belast. Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking tussen [minderjarige] en de stiefmoeder. Gebleken is dat de stiefmoeder een grote rol speelt in het leven van [minderjarige] en dat [minderjarige] veel steun ervaart aan zijn stiefmoeder. De stiefmoeder ondersteunt de vader in het nemen van beslissingen ten aanzien van [minderjarige] . De stiefmoeder zorgt samen met de vader voor [minderjarige] , ze voeden hem samen op en dragen samen de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] . De rechtbank is van oordeel dat daarbij hoort dat de stiefmoeder samen met de vader de zeggenschap over de wijze van de verzorging en opvoeding over [minderjarige] deelt. De rechtbank begrijpt de wens van de vader en de stiefmoeder om zaken goed te regelen voor het geval de vader komt te overlijden. Ook [minderjarige] wil dit heel graag. In dat licht past het om de stiefmoeder mede met het gezag over [minderjarige] te belasten. Er is geen sprake van gegronde vrees dat de belangen van [minderjarige] zouden worden verwaarloosd. De rechtbank zal het verzoek tot belasting van de stiefmoeder met het gezag over [minderjarige] dan ook toewijzen. 2.11 De rechtbank vindt het belangrijk dat [minderjarige] zelf van haar te horen krijgt wat er in deze procedure wordt beslist maar ook dat de andere betrokkenen weten wat de kinderrechter hierover aan [minderjarige] terugkoppelt. Hierna zal de kinderrechter zich daarom tot [minderjarige] richten. Deze tekst zal worden overgenomen in een brief, die naar [minderjarige] wordt gestuurd. “Beste [minderjarige] , Op 24 oktober 2014 en op 16 januari 2026 hebben wij met elkaar gesproken over het verzoek van jouw vader en mama [de stiefmoeder] tot adoptie van jou door mama [de stiefmoeder] . Jij gaf aan mij aan dat je heel graag wilt dat mama [de stiefmoeder] je adopteert omdat je er zeker van wil zijn dat je bij haar mag blijven wonen in het geval je vader komt te overlijden. Hierbij laat ik je weten dat ik het verzoek tot adoptie van jou door mama [de stiefmoeder] heb afgewezen. Ik vind adoptie van jou door mama [de stiefmoeder] te vroeg. Ik denk dat je nu nog niet goed kunt overzien wat de gevolgen zijn van een adoptie omdat je nog jong bent. Ik vind het belangrijk dat je later als je ouder bent zelf de keuze kunt maken of je de adoptie dan echt ziet zitten. Wel ben ik er van overtuigd geraakt dat mama [de stiefmoeder] heel goed voor jou zorgt, veel van je houdt en dat zij heel belangrijk is voor jou. Ik vind het daarom nodig dat mama [de stiefmoeder] ook officieel kan meebeslissen over belangrijke dingen over jou en dat jouw vader en mama [de stiefmoeder] kunnen vastleggen dat je, als dat nodig is, bij mama [de stiefmoeder] mag blijven wonen. Daarom heb ik wel beslist dat mama [de stiefmoeder] ook het gezag over jou krijgt. Dit betekent dat zij vanaf nu samen met jouw vader ook officieel de belangrijke beslissingen over jou zal nemen. Ik hoop dat je mijn beslissing kunt begrijpen. Ik wens je heel veel succes en plezier op school, thuis en in je toekomst. Met vriendelijke groet, De kinderrechter. 3 De beslissing De rechtbank: 3.1 wijst het verzoek van de vader en de stiefmoeder tot de stiefouderadoptie van [minderjarige] af; 3.2 wijst het verzoek tot gezamenlijk gezag toe en belast [de stiefmoeder] , geboren op [geboortedag 2] 1991 te [geboorteplaats 2] , mede met het gezag over [minderjarige] , geboren op [geboortedag 1] 2014 te [geboorteplaats 1] ; 3.3 verklaart de beslissing onder 3.2 uitvoerbaar bij voorraad; 3.4 verzoekt de griffier om in het gezagsregister aantekening te maken van het gezamenlijk gezag. Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkman, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2026 in tegenwoordigheid van mr. Duerink-Bottinga, griffier. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. verzonden op: In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.