Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-26
ECLI:NL:RBZWB:2026:2310
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,561 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2310 text/xml public 2026-03-31T15:50:38 2026-03-29 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-26 C/02/445342 / FA RK 26-972 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2310 text/html public 2026-03-31T09:23:11 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2310 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 26-02-2026 / C/02/445342 / FA RK 26-972 Voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van drie weken. Aan de wettelijke vereisten is voldaan. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/445342 / FA RK 26-972 Datum uitspraak: 26 februari 2026 Beschikking voortzetting crisismaatregel op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1955 in [geboorteplaats] , Polen, hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats] , advocaat mr. R.T.A.G. Keller uit Tilburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 24 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 februari 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, middels een tolk, bijgestaan door haar advocaat; de heer [persoon 1] , arts; [persoon 2] , verpleegkundige. 2 Wat vaststaat 2.1. Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] . De burgemeester van de gemeente Tilburg heeft de crisismaatregel op 23 februari 2026 afgegeven. 3 Het verzoek 3.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene zegt dat ze last heeft van bijwerkingen van haar depot. Verder heeft betrokkene veel verteld over allerlei zaken, maar de rechtbank heeft daaruit geen standpunt over onderhavig verzoek af kunnen leiden. 4.2. De arts zegt dat betrokkene niet te volgen is in haar verhaal. Betrokkene geeft geen antwoord op vragen en vertelt een onsamenhangend verhaal. De arts zegt dat betrokkene heel wisselend is in haar emoties. Ze is met momenten heel boos dat ze opgenomen is en maakt zich dan erge zorgen over het welzijn van haar huisdieren. De arts zegt dat betrokkene het niet altijd eens is met haar medicatie en dit ook wisselend inneemt. De arts vindt het noodzakelijk om de crisismaatregel te verlengen. Betrokkene is nog niet voldoende opgeknapt en kan nu niet naar huis. 4.3. De verpleegkundige sluit zich aan bij de arts en voegt daaraan toe dat betrokkene op aandringen van hen soms medicatie inneemt. Ze is dan redelijk te sturen, maar op het moment dat ze geen medicatie neemt is ze agressief. 4.4. De advocaat vindt dat er voldoende is om het vermoeden van een stoornis aan te nemen. Hij is echter van mening dat er onvoldoende acuut ernstig nadeel is om de voortzetting van de crisismaatregel te rechtvaardigen. Hij vraagt zich af of afwachten van een zorgmachtiging niet ook kan. De advocaat verzoekt daarom afwijzing van het verzoek. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op: - ernstige psychische schade; - ernstige financiële schade; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 5.3. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat betrokkene veel spreekt en zich niet laat onderbreken. Ze geeft geen antwoord op vragen en is niet goed te volgen in haar verhaal. Ook heeft betrokkene rond gedwaald en overlast veroorzaakt in de buurt. De woning van betrokkene ligt vol met spullen en ziet er slordig uit. Daarnaast heeft betrokkene ruzie met haar bewindvoerder en geeft zij veel geld uit, ook aan vreemden. 5.4. Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een psychotische- en bipolaire stoornis. 5.5. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. 5.6. De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het beperken van de bewegingsvrijheid; aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende periodiek contact met een ambulant team; opnemen in een accommodatie. De overige verzochte vormen van verplichte zorg wijst de rechtbank af omdat deze niet noodzakelijk en voorzienbaar zijn. 5.7. Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Zij is momenteel niet in staat om haar eigen belangen af te wegen. 5.8. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving. 5.9. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1. verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1955 in [geboorteplaats] , Polen, wat inhoudt dat de maatregelen zoals genoemd onder 5.6 kunnen worden toegepast; 6.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 19 maart 2026; 6.3. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier, en op schrift gesteld op 13 maart 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.