Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-27
ECLI:NL:RBZWB:2026:2274
Bestuursrecht; Belastingrecht
Voorlopige voorziening
979 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2274 text/xml public 2026-04-01T09:00:07 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-27 BRE 26/757 Uitspraak Voorlopige voorziening NL Breda Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2274 text/html public 2026-03-30T15:15:32 2026-04-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2274 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 27-03-2026 / BRE 26/757 8:83 lid 3; verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 26/757 uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 maart 2026 in de zaak van [verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om voorlopige voorziening van verzoekster. 1.1. Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de voorzieningenrechter 2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Toetsingskader 3. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. In een zaak als deze is het griffierecht € 54,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de voorzieningenrechter het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Heeft verzoekster het griffierecht tijdig betaald? 4. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 4 februari 2026 verzoekster in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. De brief is verzonden naar het adres [adres] , waar belanghebbende op dat moment stond ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 10 februari 2026 om 11:22 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Verzoekster heeft het griffierecht niet op tijd betaald. Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar? 5. Verzoekster heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Conclusie en gevolgen 6. Het verzoek is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 27 maart 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld. Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit is geregeld in artikel 8:82 van de Awb in samenhang met artikel 8:41 van de Awb.