Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-24
ECLI:NL:RBZWB:2026:2258
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,037 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2258 text/xml public 2026-03-27T12:56:35 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-24 C/02/444595 / JE RK 26-185 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2258 text/html public 2026-03-27T11:51:08 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2258 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 24-02-2026 / C/02/444595 / JE RK 26-185 Verlenging ondertoezichtstelling voor de duur van vier maanden, aanhouding van het resterende deel van het verzoek RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/444595 / JE RK 26-185 Datum uitspraak: 24 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING , hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI), gevestigd te Amsterdam, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2022 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats 1] , advocaat: mr. J.C. Heijmann te Papendrecht, [de vader] , hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats 2] , advocaat: mr. A.J.C. Nuijten te Bergen op Zoom. Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: - de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad, om de kinderrechter over het verzoek te adviseren. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 28 januari 2026; de brief met bijlagen van mr. Nuijten van 16 februari 2026. 1.2. Op 24 februari 2026 heeft de kinderrechter deze zaak, gelet op de onderlinge samenhang, gezamenlijk met het verzoek van de vader in de zaak met kenmerk C/02/420204 / FA RK 24-1239, tijdens de zitting met gesloten deuren behandeld. In die zaak wordt afzonderlijk beslist. 1.3. Verschenen en gehoord zijn: - de vader, bijgestaan door zijn advocaat; - de advocaat van de moeder; een vertegenwoordiger van de GI; een vertegenwoordiger van de Raad. 1.4. Hoewel behoorlijk opgeroepen, is de moeder niet verschenen. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] woont bij zijn vader. 2.3. Bij beschikking van 8 maart 2024 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 8 maart 2024 en tot 8 maart 2025. De ondertoezichtstelling is bij beschikking van 13 februari 2025 verlengd met ingang van 8 maart 2025 en tot 8 maart 2026. 2.4. Bij beschikking van 8 maart 2024 is tevens een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin, te weten bij de grootmoeder vaderszijde, verleend met ingang van 8 maart 2024 en tot 8 juni 2024. De machtiging is hierna steeds verlengd, laatstelijk bij beschikking van 13 februari 2025 met ingang van 8 maart 2025 en tot 8 september 2025. 2.5. Bij beschikking van 25 augustus 2025 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader met gezag verleend met ingang van 25 augustus 2025 en tot 8 maart 2026. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. De GI handhaaft het verzoek. De GI licht toe dat bij de moeder nog steeds sprake is van verslavingsproblematiek, waardoor de moeder onvoorspelbaar is. Het contact tussen [minderjarige] en de moeder is vorige week hervat en op dit moment is er iedere twee weken begeleid contact. Zodra de hulpverlening vanuit SDW kan starten wordt het contact uitgebreid naar wekelijks contactmomenten. Ook gaat SDW aan de slag met ouderschapsbemiddeling. 4.2. Door en namens de vader wordt verzocht het verzoek af te wijzen. De vader brengt naar voren dat de moeder in de afgelopen twee jaren niet heeft laten zien dat zij haar ouderschap op een goede manier kan vormgeven. Er is jarenlang gewerkt aan contactherstel tussen de moeder en [minderjarige] , maar vastgesteld moet worden dat er nog steeds geen structureel en veilig contact is. Ook is de vader van mening dat de emotionele en fysieke veiligheid van [minderjarige] bij de moeder niet kan worden gewaarborgd zolang de moeder niet van de benodigde behandeling heeft geprofiteerd. Hoewel de vader graag zou zien dat [minderjarige] goed contact heeft met zijn moeder, heeft hij er weinig vertrouwen in dat de situatie in de komende periode wel zal verbeteren. Daar komt bij dat de hulpverlening vanuit SDW, zowel voor de omgangsbegeleiding als de ouderschapsbemiddeling, ingezet kan worden vanuit het vrijwillige kader en een verlenging van de ondertoezichtstelling daarvoor niet nodig is. 4.3. Namens de moeder is naar voren gebracht dat de moeder het eens is met het verzoek van de GI. Zij vindt het belangrijk dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd zodat het contact met [minderjarige] doorgang zal vinden. Na de Veilig Thuis-melding over de thuissituatie van de moeder, heeft de GI het contact tussen [minderjarige] en de moeder stopgezet. Hier is niet met de moeder over gesproken en het contact is pas vorige week weer hervat. De moeder wil graag een stabiele rol in het leven van [minderjarige] spelen en heeft besloten dat zij een hulpverleningstraject zal aangaan, waarschijnlijk in het buitenland. 4.4. De Raad adviseert het verzoek toe te wijzen. De Raad ziet dat de vader in de afgelopen jaren positieve stappen heeft gezet, maar heeft wel zorgen of hij het belang van het contact tussen [minderjarige] en de moeder voldoende kan waarborgen zonder de betrokkenheid van een jeugdbeschermer in het kader van de ondertoezichtstelling. Binnen de ondertoezichtstelling kan worden gestuurd in het contact tussen [minderjarige] en de moeder, ook als dit contact wisselend verloopt. [minderjarige] heeft namelijk maar één moeder en zal zich daartoe moeten leren verhouden. Ook kan ouderschapsbemiddeling binnen de ondertoezichtstelling worden ingezet. 5 De beoordeling Het wettelijk kader 5.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en: a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en; b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen. 5.2. Op grond van artikel 1:260 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar. De inhoudelijke beoordeling 5.3. De kinderrechter is van oordeel dat de ernstige zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige] nog niet zijn weggenomen. Deze zorgen zien met name op de verslavingsproblematiek van de moeder en het wisselende contact tussen de moeder en [minderjarige] , nu is gebleken dat [minderjarige] de moeder in de afgelopen maanden niet heeft gezien en het contact pas vorige week is hervat. Het contact tussen [minderjarige] en de moeder verloopt al langere tijd wisselend. De kinderrechter acht dat niet in het belang van [minderjarige] . Het lijkt de moeder niet te lukken, ondanks de betrokkenheid van de GI en de aangeboden hulpverlening, om structureel invulling te geven aan het contact dat zij heeft met [minderjarige] . Dat de moeder nu stelt dat zij behandeling zal aangaan, stelt de kinderrechter onvoldoende gerust.