Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-24
ECLI:NL:RBZWB:2026:2246
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
3,407 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2026:2246 text/xml public 2026-03-27T11:25:35 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-24 C/02/438104 / FA RK 25-3833 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2246 text/html public 2026-03-27T10:18:59 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2246 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 24-02-2026 / C/02/438104 / FA RK 25-3833 Wijziging gezag naar eenhoofdig gezag beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Breda Zaaknummer: C/02/438104 / FA RK 25-3833 Datum uitspraak: 24 februari 2026 beschikking over gezag in de zaak van [de vrouw] , hierna: de vrouw, wonende in [woonplaats 1], advocaat: mr. V.J. Nijenhof - van der Donk in 's-Hertogenbosch, tegen [de man] , hierna: de man, wonende in [woonplaats 2] (Kenia). over de minderjarigen: - [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2013, hierna te [minderjarige 1] ; - [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2017, hierna te noemen [minderjarige 2] . Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd. 1 Het procesverloop 1.1 In het dossier zitten de volgende stukken: - het op 21 juli 2025 ontvangen verzoek met bijlagen; - de brief van mr. Nijenhof - van der Donk van 24 juli 2025; - de brief van mr. Nijenhof - van der Donk van 31 juli 2025; - de brief van mr. Nijenhof - van der Donk van 7 augustus 2025 met bijlage; - de oproep van de man door de griffier van deze rechtbank in de Staatscourant van 13 oktober 2025; - de oproepbrief en het e-mailbericht van de griffier van de rechtbank van 21 oktober 2025 aan de man; - de op 18 december 2025 ontvangen brief van [minderjarige 1] ; - de uittreksels uit het gezagsregister over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 1.2 Het verzoek is behandeld op de zitting van 27 januari 2026. Bij die zitting is gekomen de vrouw, met haar advocaat. Ook was er een vertegenwoordigster aanwezig namens de Raad. De man is juist opgeroepen maar is niet gekomen. 1.3 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben de mogelijkheid gekregen om te zeggen wat zij van het verzoek vinden. [minderjarige 1] heeft de rechter een brief geschreven. [minderjarige 2] heeft, zoals door de vrouw tijdens de zitting is aangevoerd, de rechter ook een brief geschreven, maar deze brief is niet in het dossier van de rechtbank terechtgekomen. 2 De feiten 2.1 Partijen zijn met elkaar getrouwd geweest. Bij beschikking van de rechtbank van 6 oktober 2020 is de echtscheiding uitgesproken en deze beschikking is op 17 maart 2021 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand die daarvoor zijn bedoeld. 2.2 Tijdens het huwelijk van partijen zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geboren. 2.3 De kinderen verblijven bij de vrouw. 2.3 Partijen hebben samen het gezag over de kinderen. 2.4 De vrouw en de kinderen hebben de Nederlands nationaliteit. De man heeft de Keniaanse nationaliteit. De vrouw en de kinderen hebben hun gewone verblijfplaats in Nederland. De man heeft zijn gewone verblijfplaats in Kenia. 3 Het verzoek 3.1 De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om te bepalen dat de vrouw wordt belast met het eenhoofdig gezag over de kinderen. 3.2 De man heeft geen verweer gevoerd tegen de verzoeken van de vrouw. 3.3 Op de standpunten van alle betrokkenen wordt, voor zover nodig om het verzoek te beoordelen, hierna ingegaan. 4 De beoordeling 4.1 Vanwege het feit dat de man de Keniaanse nationaliteit heeft, draagt deze zaak een internationaal karakter. Daarom dient de rechtbank ambtshalve vast te stellen of de rechtbank internationaal bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek, en zo ja, welk recht van toepassing is op het verzoek. 4.2 De Nederlandse rechter is bevoegd van het verzoek kennis te nemen omdat de kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben. Omdat de Nederlandse rechter bevoegd is, is op het verzoek het Nederlands recht van toepassing. 4.3 De vrouw legt aan het verzoek ten grondslag dat partijen gedurende hun relatie afwisselend in Nederland en Kenia hebben gewoond. Op het moment van het verbreken van de relatie in juni 2018 waren partijen woonachtig in Kenia. De vrouw heeft toen, na fors huiselijk geweld, de keuze gemaakt om met de kinderen naar Nederland terug te keren. In oktober 2018 hebben partijen geprobeerd om onder de begeleiding van een derde afspraken te maken over de afwikkeling van hun huwelijk. Dit is echter niet gelukt. Vanaf dat moment is er geen stabiel contact tussen de man en de kinderen geweest, terwijl de vrouw de man wel wekelijks een update stuurde van de kinderen. Hiermee is zij pas op 17 mei 2025 gestopt nadat de man haar, hetgeen hij overigens al meermalen had gedaan, had gevraagd dit niet langer te doen. De vrouw heeft altijd een fijn en goed contact tussen de man en de kinderen gestimuleerd. Zij had gehoopt dat, ondanks dat zij met de kinderen in Nederland woonachtig zou zijn, dit contact met de man in Kenia in stand kon blijven. In de praktijk liep dit echter anders en toonde de man uit zichzelf zelden initiatief naar de kinderen toe. Heel soms was er telefonisch contact tussen de man en de kinderen. Inmiddels is er geen enkel contact meer tussen hen. De vrouw vindt het spijtig dat de kinderen op deze wijze geen goede en warme band kunnen krijgen met hun vader. Zij voelen zich dan ook regelmatig door hun vader afgewezen. Niet alleen het verdriet over het ontbreken van een fijn contact geeft problemen, ook het hebben van gezamenlijk gezag zorgt voor de nodige onrust. De verantwoordelijkheden die het hebben van dit gezag met zich meebrengen, worden echter al zeer lange tijd niet meer door de man vervuld. Zoals uit het voorgaande volgt, is de man al meteen vanaf het moment dat de relatie van partijen in juni 2018 is verbroken voor de kinderen niet de vader die hij behoort te zijn. De vrouw heeft daarnaast meermalen moeten ondervinden dat de man weigerde om zijn handtekening te zetten voor beslissingen over de kinderen. De vrouw heeft de rechtbank bijvoorbeeld om vervangende toestemming moeten vragen voor de vernieuwing van het paspoort van [minderjarige 2] . Gelukkig kennen veel instanties de situatie van de vrouw en de kinderen maar dat neemt niet weg dat dit telkens spanning met zich meebrengt. Wil gezamenlijk gezag op een juiste wijze kunnen worden uitgeoefend, dan is daarnaast een vorm van communicatie tussen partijen noodzakelijk. Van een goede communicatie tussen hen is echter geen sprake. De man is voor de vrouw vaak onbereikbaar. De vrouw weet nooit waar zij bij de man aan toe is en dit brengt stress en onrust met zich mee. Hij heeft ook geen idee wat er bij de kinderen speelt of wat voor hen belangrijk is. De vrouw is dan ook van mening dat het in het belang van de kinderen is dat de beslissingsbevoegdheid over hen enkel en alleen bij haar komt te liggen; dat zij alleen met het gezag over de kinderen wordt belast. Zo wordt ook voorkomen dat de kinderen klem en verloren blijven zitten. Dit zal voor rust en duidelijkheid zorgen en zal aansluiten bij de dagelijkse praktijk. Gelet op de leeftijd van de kinderen zullen daarbij nog veel beslissingen ten aanzien van het gezag moeten worden genomen. In aanvulling hierop is door en namens de vrouw nog tijdens de zitting aangevoerd dat een reis met de kinderen naar het buitenland nu geen optie is voor de vrouw omdat de man nog nooit zijn toestemming hiervoor heeft gegeven. [minderjarige 1] zal daarbij binnenkort naar de middelbare school gaan. Hiervoor zal de man zijn toestemming moeten geven maar ook voor een eventueel schoolkamp of voor een schoolreis naar het buitenland. De kinderen zijn zich van deze situatie bewust. Zij hebben echter te weinig contact met hun vader om hierdoor in een loyaliteitsconflict te zitten. Deze situatie geeft de kinderen wel onrust. Hierdoor zitten zij klem zitten tussen hun ouders.
Volledig
De vrouw is dan ook van mening dat de wijziging van het gezag niet alleen dient plaats te vinden omdat dit anderszins in het belang van de kinderen noodzakelijk is, maar ook omdat de kinderen klem zitten tussen hun ouders. 4.4 Namens de Raad is tijdens de zitting aangevoerd dat de vrouw feitelijk al het eenhoofdig gezag over de kinderen uitoefent. De man is in de afgelopen periode niet in staat gebleken om op een behoorlijke manier het gezag over de kinderen uit te oefenen. Hij heeft ook geen zicht meer op de ontwikkeling en behoeftes van de kinderen. De Raad adviseert daarom om het verzoek van de vrouw toe te wijzen. Daarnaast wenst de Raad nog op te merken dat de man wel de vader van de kinderen blijft. Voor de kinderen is het belangrijk dat de vrouw positief over hem blijft spreken en dat zij diens beeld bij de kinderen levend blijft houden. 4.5 In artikel 1:253n van het Burgerlijke Wetboek (BW) staat dat de rechter op verzoek van de ouders die niet met elkaar zijn getrouwd of een van hen het gezamenlijk gezag kan beëindigen. Dan kan als de omstandigheden zijn gewijzigd sinds de ouders samen het gezag hebben gekregen of als de rechtbank van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan toen hij het gezamenlijk gezag heeft vastgesteld. In dat geval beslist de rechtbank wie van de ouders voortaan alleen het gezag over het kind krijgt. In artikel 1:253n lid 1 BW staat dat artikel 1:251a lid 1 BW van toepassing is. In dat artikel staat dat de rechter kan beslissen dat het gezag over een kind naar één ouder gaat als er een onacceptabel risico is dat, als allebei de ouders het gezag houden, dit kind erg klem komt te zitten tussen die ouders en het er niet naar uitziet dat dit binnen korte tijd verbetert of als een wijziging van het gezag op een andere manier in het belang van het kind noodzakelijk is. 4.6 Uit de stukken en uit de zitting is gebleken dat de omstandigheden van de kinderen inmiddels zo zijn veranderd dat het verzoek tot het wijzigen van het gezag moet worden toegewezen. Zoals de vrouw onbetwist heeft gesteld is er sinds de verbreking van de relatie tussen partijen in 2018 steeds minder contact tussen de man en de kinderen geweest. Momenteel is er helemaal geen contact meer tussen hen. De vrouw heeft de man tot mei 2025 nog wel op de hoogte gehouden over het wel en wee van de kinderen. Zij is toen op herhaald verzoek van de man hiermee gestopt. Daarnaast heeft de vrouw onbetwist gesteld dat de man moeilijk voor de vrouw te bereiken is en dat hun communicatie moeizaam verloopt. Bovendien weigert de man veelal om zijn handtekening/toestemming te geven voor beslissingen over de kinderen. Gelukkig heeft dit voor de inschrijving op de huidige school en bezoeken aan de huisarts (nog) niet tot problemen geleid. Wel heeft de vrouw aan de rechtbank vervangende toestemming moeten vragen voor een paspoort van [minderjarige 2] . Ook heeft de weigerachtige houding van de man betekend dat de vrouw niet met de kinderen in het buitenland op vakantie kon gaan. Er zullen, gelet op de nog jonge leeftijd van de kinderen, in de toekomst nog belangrijke beslissingen over de kinderen moeten worden genomen. Zo zal [minderjarige 1] het komend schooljaar naar de middelbare school gaan. Voor de inschrijving op deze school is de handtekening van beide gezagdragende ouders nodig. Ook voor, eventueel, in de toekomst plaatsvindende medische behandelingen, (school)reizen naar het buitenland en voor andere belangrijke beslissingen over de kinderen zullen de handtekeningen van beide ouders nodig zijn. De man heeft echter door het ontbreken van contact en doordat hij op eigen verzoek geen informatie meer van de kinderen ontvangt, geen enkel zicht meer op de ontwikkeling en de behoeftes van de kinderen. Hij weet onvoldoende over hun leefwereld en daarmee over welke beslissingen in hun belang moeten worden geacht. Feitelijk voert de man ook al jaren zijn gezag over de kinderen niet uit. De rechtbank vindt een wijziging van het gezag dan ook op een andere manier in het belang van de kinderen noodzakelijk. Zij zal het onweersproken verzoek van de vrouw dan ook toewijzen. Hiermee zal de juridische situatie in overeenstemming worden gebracht met de feitelijke situatie. Dit zal de vrouw en de kinderen rust geven. 4.7 Omdat partijen ex-echtgenoten van elkaar zijn, zullen de proceskosten worden gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij zijn eigen kosten moet dragen. 5 De beslissing De rechtbank 5.1 bepaalt dat de vrouw voortaan alleen het gezag heeft over de minderjarigen: - [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2013 en - [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2017; 5.2 verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.3 compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. Deze beschikking is gegeven door mr. Bogaert, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026 in aanwezigheid van de griffier. Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.