Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-03-03
ECLI:NL:RBZWB:2026:2220
Civiel recht; Personen- en familierecht
Kort geding
2,031 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2220 text/xml public 2026-03-31T13:03:48 2026-03-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-03 C/02/443645 / KG ZA 26-1 (E) Uitspraak Kort geding NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2220 text/html public 2026-03-31T13:01:46 2026-03-31 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2220 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-03-2026 / C/02/443645 / KG ZA 26-1 (E) geen spoedeisend belang bij vorderingen tot afgifte stukken ter berekening legitieme portie en afleggen rekening en verantwoording door gevolmachtigde. RECHTBANK Zeeland-West-Brabant Civiel recht Zittingsplaats Breda Zaaknummer: C/02/443645 / KG ZA 26-1 Vonnis in kort geding van 3 maart 2026 in de zaak van [eiseres] , te [plaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: [eiseres] , advocaat: mr. S. Meeuwsen, tegen 1 [gedaagde 1] 2. [gedaagde 2] beiden in de in de hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van [erflater] , beiden te [plaats 2] , gedaagde partijen, hierna te noemen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , advocaat mr. W. H.F.L. Rademakers. 1 De zaak in het kort 1.1. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn benoemd tot executeurs/afwikkelingsbewindvoerders van de nalatenschap van erflater. [gedaagde 2] is daarnaast bij levenstestament van erflater benoemd tot algemeen gevolmachtigde. [eiseres] is een van de erfgenamen, en zij vordert afgifte van diverse gegevens om haar aanvullende legitieme portie te kunnen berekenen. Ook vordert zij dat [gedaagde 2] overgaat tot afgifte van de afgelegde rekening en verantwoordingen over de jaren dat zij gebruik heeft gemaakt van de aan haar verleende volmacht en tot afgifte van de dechargeverklaringen. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af wegens het ontbreken van spoedeisend belang. Deze beslissing wordt hierna toegelicht. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, - de producties van [eiseres] , - de conclusie van antwoord, - de producties van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , - de mondelinge behandeling van 17 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 3 De feiten 3.1. Op [datum] 2025 is de heer [erflater] (hierna: erflater) , vader van [eiseres] en de opa van [gedaagde 1] , overleden. 3.2. Erflater heeft bij testament van 20 januari 2025 [eiseres] voor ½ deel tot erfgenaam benoemd en zijn kleinzonen [gedaagde 1] en zijn [broer] , ieder voor ¼ deel. [gedaagde 1] en zijn partner [gedaagde 2] zijn tezamen benoemd tot executeur. Daarnaast zijn [gedaagde 1] en [gedaagde 2] benoemd tot afwikkelingsbewindvoerders. 3.3. Uit de aan de verklaring van erfrecht van 26 november 2025 vastgehechte onderhandse verklaringen volgt dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hun benoeming tot executeurs/afwikkelings- bewindvoerders hebben aanvaard. 3.4. Erflater had op 23 april 2020 een levenstestament opgemaakt, waarin hij [gedaagde 2] als zijn algemeen gevolmachtigde heeft aangewezen. Aan [gedaagde 2] is volmacht verleend om al de bankzaken en overige financiële zaken te regelen. In het levenstestament is bepaald dat de gevolmachtigde verplicht was tijdens het leven van erflater jaarlijks aan hem rekening en verantwoording af te leggen over het voorgaande jaar, en aan [gedaagde 1] als erflater niet meer in staat was om de rekening en verantwoording in ontvangst te nemen. Opgenomen is dat na goedkeuring van de rekening en verantwoording aan de gevolmachtigde décharge zal worden verleend. Daarnaast is bepaald dat de erfgenamen kunnen verlangen dat de gevolmachtigde aan hen rekening en verantwoording aflegt over de periode waarover tijdens het leven van erflater geen rekening en verantwoording is afgelegd en in ieder geval over het laatste jaar voorafgaand aan zijn overlijden. 3.5. [gedaagde 2] heeft op basis van de aan haar verleende volmacht de woning van erflater verkocht. Deze is op 20 juni 2025 aan de koper geleverd. Op 22 juni 2025 is uit het vermogen van erflater aan [gedaagde 1] een schenking gedaan van € 150.000,00. [eiseres] betwist deze schenking. Voor het geval deze in stand blijft heeft zij een beroep gedaan op de aanvullende legitieme. 3.6. [eiseres] heeft bij email van haar advocaat van 15 augustus 2025 aan de advocaat van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] verzocht tot overlegging van een deugdelijke boedelbeschrijving met onderliggende bescheiden. 3.7. Tussen de advocaten van partijen heeft vervolgens correspondentie plaatsgevonden, waarbij namens [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een aantal van de door [eiseres] verzochte gegevens is verstrekt. Partijen hebben geen overeenstemming bereikt met betrekking tot de overige door [eiseres] verzochte gegevens. 4 Het geschil 4.1. [eiseres] vordert - samengevat – I. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot afgifte van de in het petitum van de dagvaarding omschreven bescheiden, II [gedaagde 2] te veroordelen tot afgifte van de afgelegde rekeningen en verantwoordingen over de jaren dat zij gebruik heeft gemaakt van de volmacht tot en met 2025, de afgegeven dechargeverklaringen dan wel het afleggen van rekening en verantwoording voor zover zij die stukken niet kan overleggen. 4.2. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] concluderen tot niet ontvankelijk verklaring van [eiseres] in haar vorderingen, althans deze af te wijzen. 4.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 5 De beoordeling 5.1. [eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling gesteld dat zij, van de gevorderde gegevens, tot op heden nog niet heeft ontvangen: de bankafschriften van de Rabo-rekening van erflater met [rekeningnummer 1] over de periode 1 januari 2020 tot heden de bankafschriften van de ING-rekening van erflater met [rekeningnummer 2] over de periode 1 januari 2020 tot 1 januari 2025 en van 24 september 2025 tot heden. Volgens [eiseres] lijkt kort voor het overlijden van erflater diens vermogen te zijn weggeschonken en zij wil kunnen nagaan of er nog meer schenkingen hebben plaatsgevonden. - Daarnaast is aan haar geen overzicht verstrekt van alle lijfrentepolissen en /of lijfrenteverzekeringen en/of eventuele uitgekeerde lijfrentes en levensverzekeringen alsmede polissen en correspondentie over gedane uitkeringen. Zij heeft de gegevens nodig voor de berekening van haar aanvullende aanspraak op de legitieme portie voor het geval de door haar betwiste schenking in stand blijft. Zij stelt zich op het standpunt dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de gegevens aan haar moeten overleggen op grond van artikel 4:148 BW, artikel 4:78 lid 1 BW, dan wel artikel 194 Rv. Daarnaast heeft zij op grond van de redelijkheid en billijkheid belang bij de afgifte van de gevraagde stukken. 5.2. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben als meest verstrekkend verweer aangevoerd dat [eiseres] geen spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. Dit verweer slaagt. De voorzieningenrechter overweegt daartoe het volgende. 5.3. Anders dan [eiseres] stelt vloeit de spoedeisendheid niet voort uit de aard van de vordering. De aard van de vordering in deze zaak is afgifte van gegevens. Hieruit vloeit niet zonder meer spoedeisendheid voort. 5.4. [eiseres] heeft verder aangevoerd dat van haar niet kan worden gevergd dat zij een bodemprocedure tussen partijen afwacht omdat bankafschriften door bankinstellingen maximaal 7 jaar bewaard worden. Ervan uitgaande dat het 1,5 jaar duurt eer er een uitspraak zal zijn gedaan in een bodemzaak, zou dit volgens haar ertoe kunnen leiden dat een deel van de bankafschriften waarin zij inzage wenst niet meer beschikbaar is. 5.5. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij beschikken over de bankafschriften waarvan [eiseres] afgifte vordert. Zij willen deze op dit moment echter nog niet aan [eiseres] verstrekken omdat zij nog bezig zijn met het in kaart brengen van de nalatenschap. De omvang van de nalatenschap staat nog niet vast en ze hebben zich nog niet uitgelaten over de erfdelen van iedere erfgenaam, zodat een eventuele aanspraak van [eiseres] op de aanvullende legitieme portie op dit moment niet kan worden gemaakt.