Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-19
ECLI:NL:RBZWB:2026:2213
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,550 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2213 text/xml public 2026-03-27T09:15:05 2026-03-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-19 C-02-444527 FA RK 26-497 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2213 text/html public 2026-03-26T09:07:09 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2213 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-02-2026 / C-02-444527 FA RK 26-497 beschikking betreffende wijziging provisionele voorziening RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Breda Zaaknummer: C/02/444527 FA RK 26-497 datum uitspraak: 19 februari 2026 beschikking betreffende wijziging provisionele voorziening ex artikel 223 Rv in de zaak van [de man] , hierna: de man, wonende in [woonplaats 1] , eerder bijgestaan door advocaat: mr. E. Kocabas-Güler in Zoetermeer, nu zonder advocaat, tegen [de vrouw] , hierna: de vrouw, wonende in [woonplaats 2] , eerder bijgestaan door advocaat: mr. M.B. Chylinska in Zaandam, nu bijgestaan door advocaat: mr. M. Czarnota in Oosterhout, 1. Het procesverloop 1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken: - de beschikking van 12 december 2023 en alle daarin genoemde stukken; - het op 28 januari 2025 ontvangen verzoek van de vrouw tot wijziging van de provisionele voorziening van 12 december 2023 met bijlagen. 1.2. Bij verzoekschrift ontvangen op 25 september 2023 is de hoofdzaak aanhangig gemaakt, welke procedure bij de rechtbank geregistreerd staat onder kenmerk C/02/414414 FA RK 23-4581. In de hoofdzaak liggen verzoeken tot gezamenlijk gezag en de vaststelling van een omgangs/zorgregeling (waaronder de vakantieverdeling) ter beoordeling voor. 1.3. De zaak is behandeld op de zitting van 3 februari 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen de man en de vrouw, bijgestaan door haar advocaat. Ook was een vertegenwoordigster aanwezig van de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, om de rechtbank over het verzoek over de minderjarige te adviseren. 1.4. In de beschikking van 12 december 2023 is bij wege van provisionele voorziening, totdat in de hoofdzaak definitief is beslist, bepaalt dat de man en [minderjarige] voorlopig recht op omgang met elkaar hebben op de volgende wijze: [minderjarige] verblijft bij de man: - eens per veertien dagen van vrijdagmiddag na de opvang tot maandagochtend voor de opvang bij de man; - en in de andere week van woensdag na de opvang tot donderdag voor de opvang, waarbij de man ervoor zorgdraagt dat [minderjarige] op deze woensdag zijn zwemles volgt. Daarnaast zijn partijen voor een hulpverleningstraject verwezen naar het zorgloket. De rapportage over het verloop en het resultaat van het traject is in de hoofdzaak ingediend. 2 Het verzoek De vrouw verzoekt bij wege van voorlopige voorziening ex artikel 223 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), in afwachting van de beslissing in de hoofdzaak, om de voorlopige omgangsregeling te wijzigen en te bepalen dat de voorlopige regeling voortaan zal zijn: - [minderjarige] verblijft in de ene week van vrijdagmiddag na school tot maandag voor school bij de man; - en in de andere week van woensdagmiddag na school tot donderdag voor school; - als op de dag dat de man [minderjarige] naar school zal brengen sprake is van een studiedag, een vrije dag of als [minderjarige] ziek is dan brengt de man [minderjarige] naar de vrouw om 15.00 uur; - vaststelling van een verdeling van de vakanties zoals omschreven in punt 5 van haar verzoek, en voor zover de rechtbank de vakanties niet definitief wenst vast te stellen deze in ieder geval voorlopig vast te stellen zoals verzocht in punt 5; - bepaling dat feestdagen zoals Pasen-Pinksteren worden gevierd bij de ouder waar [minderjarige] dat weekend volgens de zorgregeling is en [minderjarige] tijdens Hemelvaart en de vrijdag erna is bij de ouder waar hij het daarop volgende weekend is. 3 De beoordeling 3.1. Vanwege de Poolse nationaliteit van partijen en [minderjarige] heeft de zaak internationaal privaatrechtelijke aspecten. De rechtbank heeft die ambtshalve beoordeeld en is daarbij van oordeel dat haar rechtsmacht toekomt en dat zij naar Nederlands recht moet beslissen op de verzoeken. 3.2. Ingevolge artikel 223 lid 1 Rv kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. Lid 2 van dit artikel bepaalt dat de vordering moet samenhangen met de hoofdvordering. In een verzoekschriftprocedure kan een voorlopige voorziening naar analogie van artikel 223 Rv worden verzocht (HR 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3533). 3.3. Naar het oordeel van de rechtbank hangt het onderhavige verzoek tot wijziging van de voorlopige omgangsregeling samen met het verzoek in de hoofdzaak, zodat de vrouw kan worden ontvangen in haar verzoek. 3.4. De rechtbank heeft in de hoofdzaak met kenmerk C/02/414414 FA RK 23-4581 gelijktijdig met deze beschikking definitief beslist over de omgangsregeling. Dit betekent dat de vrouw geen belang meer heeft bij haar verzoek tot wijziging van de provisionele voorziening. Haar verzoek zal daarom worden afgewezen. 3.5. Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 4. De beslissing De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw af; compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. Deze beschikking is gegeven door mr. Bollen, rechter, en in tegenwoordigheid van mr. Schröder, griffier, in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026. Mededeling van de griffier : Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.