Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-23
ECLI:NL:RBZWB:2026:2202
Civiel recht
Rekestprocedure
1,820 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2202 text/xml public 2026-03-27T09:54:35 2026-03-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-23 C/02/445202 / FA RK 26-882 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2202 text/html public 2026-03-27T09:03:26 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2202 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 23-02-2026 / C/02/445202 / FA RK 26-882 VCM RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/445202 / FA RK 26-882 Datum uitspraak: 23 februari 2026 Beschikking voortzetting crisismaatregel op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1968 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats 1] , thans verblijvende te [psychiatrisch ziekenhuis] te [plaats 2] , advocaat mr. M.A. Breewel-Witteveen uit Goes. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 19 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 februari 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Breewel-Witteveen; mevrouw [persoon 1] , arts; de heer C. Bakker, broer van betrokkene; de heer [persoon 2] , echtgenoot van betrokkene. 2 Wat vaststaat 2.1. Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [psychiatrisch ziekenhuis] . De burgemeester van Goes heeft de crisismaatregel op 18 februari 2026 afgegeven. 3 Het verzoek 3.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene geeft tijdens de zitting al ijsberend aan dat zij naar huis moet om voor haar zoon en de katten te zorgen. Betrokkene snapt de opname niet omdat het goed met haar ging. 4.2. De arts benoemt tijdens de zitting dat betrokkene erg onrustig is. Er is intensieve begeleiding nodig op de afdeling en thuis is het steunsysteem van betrokkene overbelast. In de thuissituatie kan betrokkene niet de hulp krijgen die zij momenteel nodig heeft. Ook heeft betrokkene de ziekte van Crohn en heeft zij de afgelopen maanden niet de juiste voedingsstoffen binnengekregen. Eten kost veel energie en slikken gaat moeizaam. Volgens de arts is er sprake van ‘petit suïcide’, de langzaam laten wegkwijnen, doordat betrokkene niet eet. 4.3. De echtgenoot van betrokkene geeft aan grote zorgen te hebben en het goed te vinden dat betrokkene is opgenomen. De echtgenoot van betrokkene wil benadrukken dat de instanties een zorgplicht hebben en hierin tekort zijn geschoten. Het huis van betrokkene is een rotzooi en de echtgenoot woont al tien maanden niet meer thuis. De zoon van betrokkene is licht verstandelijke beperkt en heeft daarom begeleiding nodig maar betrokkene kan deze begeleiding niet meer geven. Betrokkene projecteert haar stoornis op haar zoon en hij voelt de druk om voor zijn moeder te zorgen. Ook geeft de echtgenoot aan dat betrokkene een sociaal emotioneel onderzoek heeft gehad waaruit blijkt dat betrokkene sociaal emotioneel functioneert op het niveau van iemand van vijf jaar. 4.4. De advocaat verzoekt om afwijzing van het verzoek. Betrokkene geeft duidelijk aan naar huis te willen en is bereid om thuis medicatie te nemen en te eten. Er is daarom behandeling op vrijwillige basis mogelijk. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op: - levensgevaar; - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige immateriële schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; - bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 5.3. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat er bij betrokkene sprake is van petit suïcide, zelfverwaarlozing en ernstige ondervoeding. Betrokkene is niet in staat tot adequate zelfzorg en weigert noodzakelijke medische behandeling. Ook is er sprake van uitputting van het steunsysteem van betrokkene. 5.4. Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen, depressieve-stemmingsstoornissen, persoonlijkheidsstoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. 5.5. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. 5.6. De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden: - het toedienen van vocht en voeding; - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - uitoefenen van toezicht op betrokkene; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - opnemen in een accommodatie. 5.7. De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden. 5.8. Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Er is bij betrokkene geen sprake van ziektebesef of ziekte-inzicht. 5.9. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1. verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1968 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.6 staan kunnen worden toegepast; 6.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 maart 2026 ; 6.3. wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 9 maart 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.