Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-23
ECLI:NL:RBZWB:2026:2201
Civiel recht
Rekestprocedure
1,231 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2201 text/xml public 2026-03-27T09:50:35 2026-03-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-23 C/02/444827 / FA RK 26-664 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2201 text/html public 2026-03-27T09:02:16 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2201 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 23-02-2026 / C/02/444827 / FA RK 26-664 Eerste RM RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/444827 / FA RK 26-664 Datum uitspraak: 23 februari 2026 Beschikking rechterlijke machtiging op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1937 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [woonplaats] , advocaat mr. C.E.J.E. Kouijzer uit Middelburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 9 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 februari 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Kouijzer; mevrouw [persoon 1] , waarnemend casemanager; [persoon 2] , zwager van betrokkene. 2 Het verzoek 2.1. Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden. 3 De standpunten 3.1. Betrokkene verklaart tijdens de zitting het niet eens te zijn met de aangevraagde rechterlijke machtiging. Betrokkene geeft aan goed voor zichzelf te kunnen zorgen en de zorgen om haar niet nodig zijn. Ook vraagt betrokkene meermaals of zij weg mag omdat zij geen zin heeft in de zitting en zij niet wil dat mensen zich met haar bemoeien. 3.2. De waarnemend casemanager geeft tijdens de zitting aan dat betrokkene hulp bij de algemene dagelijkse levensbehoeften niet accepteert. Ook wil betrokkene niet naar de dagbesteding, kookt zij niet meer en doet zij geen boodschappen. Sinds het overlijden van haar zus gaat betrokkene sterk achteruit en zijn de zorgen toegenomen. Daarbij komt dat de mantelzorgers van betrokkene overbelast zijn en professionals de zorg niet mogen overnemen van betrokkene. 3.3. De zwager van betrokkene vult aan dat betrokkene veel hulp en zorg nodig heeft en het steeds moeilijker wordt om daarin te voorzien. 3.4. De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek. Betrokkene verzet zich tegen de opname en betrokkene wil geen bemoeienis. Haar hele leven heeft zij voor zichzelf gezorgd en betrokkene is van mening dat zij dat nog steeds kan. Daarom is er volgens betrokkene geen sprake van ernstig nadeel. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.2. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk de ziekte van Alzheimer. 4.3. Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang. 4.4. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene niet meer in staat is om vocht en voeding op een adequate wijze in te nemen. Betrokkene is de afgelopen maanden veel afgevallen. Ook lijkt betrokkene haar dag- en nachtritme om te draaien, haar meubels ’s nachts te verplaatsen en belt zij meerdere malen per dag en nacht de buren. 4.5. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er is voldoende gebleken dat de thuissituatie van betrokkene steeds problematischer wordt. Betrokkene heeft 24-uurs zorg nodig en die kan in de thuissituatie niet worden geboden. Het steunsysteem van betrokkene is overbelast geraakt, terwijl zij professionele hulp afhoudt. 4.6. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene geeft tijdens de zitting meermaals luid en duidelijk aan niet te begrijpen waarom er zorgen zijn en zij zou moeten verhuizen naar een verpleeghuis. 4.7. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de overgelegde stukken blijkt dat in de thuissituatie niet de benodigde zorg kan worden geleverd. Er is dan geen ander alternatief dan opname van betrokkene. 5 De beslissing De rechtbank: 5.1. verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1937 in [geboorteplaats] ; 5.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 augustus 2026 . Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 9 maart 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.