Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-18
ECLI:NL:RBZWB:2026:2075
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,879 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2075 text/xml public 2026-03-27T08:15:05 2026-03-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-18 C/02/445054 / FA RK 26-804 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2075 text/html public 2026-03-27T08:14:53 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2075 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-02-2026 / C/02/445054 / FA RK 26-804 WVGGZ - afwijzing VCM RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/445054 / FA RK 26-804 Datum uitspraak: 18 februari 2026 Beschikking voortzetting crisismaatregel op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1955 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats 1] , momenteel verblijvend bij [accommodatie] te [plaats 2] , advocaat mr. S. van de Voorde uit Middelburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 februari 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; de heer [persoon 1] , arts; de heer [persoon 2] , echtgenoot van betrokkene. Ook aanwezig, maar niet gehoord zijn: de heer [persoon 3] , co-assistent; mevrouw [persoon 4] , verpleegkundige. 2 Wat vaststaat 2.1. Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] . De burgemeester van Goes heeft de crisismaatregel op 14 februari 2026 afgegeven. 3 Het verzoek 3.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene stelt dat ze in de afgelopen weken veel spanning heeft ervaren mede door de (vrijwillige) opname. Betrokkene vindt het verschrikkelijk om opgenomen te zijn en wil graag naar huis met begeleiding en hulp. Ze heeft een psychiater in [plaats 1] , krijgt medicatie voorgeschreven en wil deze behandeling op vrijwillige basis voortzetten, maar wel vanuit huis, zoals ze lange tijd heeft gedaan. 4.2. De advocaat heeft gesteld dat betrokkene vrijwillig was opgenomen en binnen die opname werd toegewerkt naar terug thuis wonen. Echter moest betrokkene na haar verlof terug naar de opnameafdeling in verband met een zorgverzekeringskwestie. Als de zorgverzekering geen rol zou spelen, zou betrokkene vanaf dat moment thuis hebben kunnen verblijven. Het ging goed thuis en betrokkene werkt vrijwillig mee aan haar behandeling. Ook de echtgenoot van betrokkene heeft er vertrouwen in dat het goed zal gaan thuis en zo niet, dan ziet hij dat aankomen en zal hij aan de bel trekken. Een opname werkt voor betrokkene averechts. Ze voelt zich hier niet fijn. Het verzoek dient te worden afgewezen. 4.3. De arts heeft gesteld dat betrokkene op verlof was en dat het in het weekend thuis is geëscaleerd. Betrokkene laat opwinding en boosheid zien richting de opname. De arts heeft nog niet duidelijk welke diagnose het meest passend is bij betrokkene. Betrokkene heeft uitspraken gedaan waarbij ze zei dat de wereld zou vergaan en ze heeft gespuugd naar de verpleging. Ook komt ze moeilijk uit haar woorden en is er veel agitatie. Dit past bij psychotische overschrijdingen met maniforme kenmerken. Echter is dit gedrag er niet continu. Er moet dan ook worden uitgezocht wat de aanleiding is van haar gedrag. Dit kan het beste tijdens een opname. Volgende week staat er een gesprek gepland met de ambulant behandelaar. Vanuit hier kan worden bekeken of betrokkene verder kan in het ambulante kader. Voortzetting van de crisismaatregel is gezien het bovenstaande het meest in het belang van betrokkene. Voor wat betreft de vormen van verplichte zorg zijn alleen het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles, het beperken van de bewegingsvrijheid en de opname in een accommodatie noodzakelijk. 4.4. De echtgenoot heeft gesteld dat hij denkt dat het slechter is gegaan met betrokkene op het moment dat ze van Lithium naar Depakine is overgegaan, omdat ze last had van de bijwerkingen van Lithium. Ze werd hierdoor wat opstandiger en ging meer praten. Betrokkene was vrijwillig opgenomen om haar in te stellen op voor haar goede medicatie. In het weekend mocht ze met verlof naar huis en toen is er een confrontatie geweest, omdat betrokkene niet terug wilde naar [accommodatie] . Betrokkene werd boos omdat ze terug moest en zat toen tegen een manie aan. Uiteindelijk is ze daardoor met een crisismaatregel opgenomen. Betrokkene vindt het verschrikkelijk binnen de opnameafdeling. Ze wil dan ook het liefst naar huis. Dit zal haar goed doen en dit is mogelijk, omdat ze haar behandeling al jaren vanuit huis doet. Hierbij kent de echtgenoot betrokkene zo goed dat hij het aan ziet komen als betrokkene decompenseert. De echtgenoot geeft aan dat hij deze zorgtaak op zich kan nemen en dat hij niet overbelast is. Wanneer het misloopt, trekt hij aan de bel. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op: - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 5.3. Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Het is de arts nog niet helemaal duidelijk om welke stoornis dit gaat, maar het beeld van betrokkene lijkt op het beeld van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en bipolaire-stemmingsstoornissen. 4.4. Naar aanleiding van hetgeen betrokkene, haar advocaat en haar echtgenoot tijdens de mondelinge behandeling naar voren hebben gebracht, constateert de rechtbank dat betrokkene op vrijwillige basis de noodzakelijk geachte zorg zal accepteren en zich niet zal verzetten tegen de noodzakelijk geachte behandeling vanuit de thuissituatie. Ze wil niet opgenomen zijn en de rechtbank acht het, net als de echtgenoot, aannemelijk dat betrokkene geagiteerd en boos is, doordat ze terug moest naar de opnameafdeling. Betrokkene heeft aangegeven al lange tijd vrijwillig in behandeling te zijn. Hiernaast ziet de echtgenoot het aankomen wanneer het niet goed gaat met betrokkene en trekt hij aan de bel indien dit nodig mocht zijn, zoals hij ook altijd al heeft gedaan. Deze uitingen worden door de rechtbank als geloofwaardig geacht. Betrokkene vertoont op dit moment geen verzet tegen haar behandeling. De rechtbank is van oordeel dat er een alternatief is, namelijk vrijwillige zorg vanuit de thuissituatie, nu de echtgenoot heeft aangegeven dat hij niet overbelast is en dit aankan. 4.5. Gezien het bovenstaande wordt niet voldaan aan de wettelijke criteria voor het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. De rechtbank zal het verzoek om die reden afwijzen. 6 De beslissing De rechtbank: wijst het verzoek af. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 26 februari 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.