Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-18
ECLI:NL:RBZWB:2026:2072
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,985 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:2072 text/xml public 2026-03-27T08:16:35 2026-03-21 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-18 C/02/445097 / FA RK 26-826 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:2072 text/html public 2026-03-27T08:16:12 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:2072 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-02-2026 / C/02/445097 / FA RK 26-826 Voortzetting crisismaatregel Wvggz RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/445097 / FA RK 26-826 Datum uitspraak: 18 februari 2026 Beschikking voortzetting crisismaatregel op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1964 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonende in [plaats 1] , verblijvende te [plaats 2] , [accommodatie] [afdeling] , advocaat mr. A.Ch. Osté uit Dongen. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 17 februari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 februari 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door haar advocaat; de heer [persoon 1] , psychiater. Tevens waren aanwezig: [persoon 2] , sociotherapeut; [persoon 3] , stagiaire. 2 Wat vaststaat Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] . De burgemeester van Gilze en Rijen heeft de crisismaatregel op 16 februari 2026 afgegeven. 3 Het verzoek De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), te verlenen voor de duur van drie weken voor de navolgende zorgvormen: - het toedienen van vocht en voeding; - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - insluiten; - onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen; - controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen; - opnemen in een accommodatie. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene merkt op dat zij klinisch is opgenomen, naar zij begrijpt in het kader van een crisismaatregel, nadat zij opnieuw overmatig alcoholhoudende drank is gaan gebruiken. Deze maatregel voelt voor haar als enigszins overdreven, omdat zij al vaker na een periode, waarin zij stabiel functioneerde, een terugval in drankgebruik heeft meegemaakt. Ook is zij daarvoor meerdere malen - deels in een verplicht en deels vrijwillig kader - klinisch behandeld. Zij ziet wel in dat zij zorg c.q. behandeling nodig heeft om herhaling van de situatie, waarin zij terecht is gekomen in de toekomst te voorkomen. Zij heeft met name behoefte aan therapeutische behandeling, die haar helpt om in het vervolg daadwerkelijk weerstand te bieden aan de drang tot overmatig gebruik van alcoholhoudende drank. Zij is daarover in gesprek met haar behandelaar. Ook begrijpt zij dat, gelet op deze situatie, het verstandig is om de klinische opname nog even voort te zetten. Zij is volledig bereid om daaraan vrijwillig mee te werken. Een voortzetting van de crisismaatregel is daarom niet noodzakelijk. 4.2. De psychiater brengt naar voren dat bij betrokkene sprake is van een middel gerelateerde verslavingsstoornis en persoonlijkheidsproblematiek. Betrokkene heeft in de afgelopen jaren meermalen een terugval gekend in het gebruik van alcohol houdende drank. Wel is gebleken dat deze cirkel telkens door middel van tijdelijke klinische opnames in een vrijwillig en verplicht kader kon worden doorbroken. Niettemin begrijpt hij, rekening houdend met de situatie waarin betrokkene op 16 februari 2026 verkeerde, dat tot een crisismaatregel is besloten. Betrokkene werd op dat moment in een zeer zorgelijke toestand aangetroffen, waarbij zij zichzelf erg had verwaarloosd en zij kort daarvoor vanuit suïcidale gedachten een poging had ondernomen om zichzelf van het leven te beroven. Hij acht een voortgezette klinische opname noodzakelijk om (verder) te kunnen werken aan stabilisatie en om nader diagnostisch onderzoek te kunnen doen naar de werkelijke onderliggende oorzaak van de terugvalperiodes die betrokkene kent in het gebruik van alcoholhoudende drank. Voor dit onderzoek is nodig dat er gedurende minimaal zes weken van abstinentie van het gebruik van alcoholhoudende drank sprake is. De ervaring heeft geleerd dat betrokkene weliswaar eerst over een drempel heen moet maar dat, zodra zij die heeft weten te nemen, zij goed weet aan te sluiten bij de haar voorgeschreven behandeling. Hij gaat er daarom van uit dat er met betrokkene gedegen afspraken kunnen worden gemaakt, dat die door haar ook daadwerkelijk worden nagekomen en dat de in het verzoek vermelde zorgvormen, met uitzondering van het toedienen van vocht en voeding en insluiten, waarvoor op dit moment strikt genomen de noodzaak niet aanwezig is, in een vrijwillig kader toegepast zullen kunnen worden. Een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel kan daarom naar zijn opvatting achterwege blijven. 4.3. De advocaat van betrokkene voert aan dat hij uit het verhandelde ter zitting opmaakt dat het voor zijn cliënt het fijnst voelt indien de nog noodzakelijke zorg in een vrijwillig kader wordt voortgezet. Nu tevens is gebleken dat de behandelend psychiater daar achter kan staan stelt hij zich namens betrokkene als haar raadsman primair op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen. In het geval dat de rechtbank anders mocht oordelen verzoekt hij, bij wijze van subsidiair standpunt, van de machtiging tot voortzetting crisismaatregel ‘het toedienen van vocht en voeding’ en ‘insluiten’ als verplichte zorgvormen geen deel te laten uitmaken. 5 De beoordeling 5.1 Op grond van artikel 7:7 Wvggz in samenhang gelezen met artikel 7:8 Wvggz kan de rechter op verzoek van de officier van justitie met betrekking tot een betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz een crisismaatregel heeft genomen. 5.2 Gelet op artikel 7:1 lid 1 Wvggz kan deze machtiging slechts worden verleend indien: - er onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is; - er een ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend ernstig nadeel veroorzaakt; - met de crisismaatregel het ernstig nadeel kan worden weggenomen; - de crisissituatie dermate ernstig is dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht; - er verzet is tegen de zorg als bedoeld in artikel 1:4 Wvggz. 5.3. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene vermoedelijk lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van middel gerelateerde en verslavingsstoornissen en persoonlijkheidsstoornissen. 5.4. Er is een ernstig vermoeden dat het gedrag van betrokkene als gevolg van bovengenoemde psychische stoornis onmiddellijk dreigend ernstig nadeel veroorzaakt, gelegen in - levensgevaar; - ernstige verwaarlozing. 5.5. Gebleken is uit het verhandelde ter zitting dat de behandelend psychiater voortgezette klinische behandeling op dit moment nog noodzakelijk acht om (verder) te kunnen werken aan stabilisatie en om nader diagnostisch onderzoek te kunnen verrichten. Betrokkene zal in dat kader in gesprek moeten blijven met haar behandelaars en klinische zorg moeten (blijven) accepteren, in die zin dat, zij daaraan actief meewerkt en adviezen opvolgt. In zijn visie kunnen er daarover met betrokkene gedegen afspraken gemaakt kunnen worden.