Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-16
ECLI:NL:RBZWB:2026:1957
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,027 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1957 text/xml public 2026-03-20T10:40:55 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-16 C/02/444562 / FA RK 26-527 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1957 text/html public 2026-03-19T15:02:44 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1957 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 16-02-2026 / C/02/444562 / FA RK 26-527 Eerste zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden. Zorgvormen zijn voorwaardelijk opgelegd en kunnen enkel worden ingezet als er ernstig nadeel optreedt. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/444562 / FA RK 26-527 Datum uitspraak: 16 februari 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: betrokkene, wonend in [woonplaats] , advocaat: mr. M.W. Dieleman te Middelburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van 28 januari 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 28 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 februari 2026, op de locatie van het [accommodatie] aan [adres] . Daarbij zijn verschenen en gehoord: - betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; - mevrouw [persoon 1] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige; - mevrouw [persoon 2] , verpleegkundig specialist; - mevrouw [persoon 3] , moeder van betrokkene; - [persoon 4] , vriendin van betrokkene. 2 Het verzoek 2.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden, met de volgende vormen van verplichte zorg: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - het opnemen in een accommodatie. 3 De standpunten 3.1. Betrokkene benoemt tijdens de mondelinge behandeling dat het op dit moment goed met hem gaat. Hij erkent dat er de afgelopen tijd sprake is geweest van fors middelengebruik, met ernstige gevolgen, maar dat is nu voorbij, want hij gebruikt geen harddrugs meer. Daarbij vertelt betrokkene dat het hem goed lukt om van de middelen af te blijven. Hij heeft daar geen begeleiding bij of behandeling voor nodig. Desgevraagd benoemt betrokkene dat hij geen medicatie inneemt, omdat dat niet nodig is. 3.2. De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek. Betrokkene is mogelijk belast met verslavingsproblematiek. Deze problematiek kan niet met verplichte zorg worden aangepakt, maar enkel door in overleg te gaan op vrijwillige basis. De zorgmachtiging is daarom niet doelmatig. 3.3. De sociaal psychiatrisch verpleegkundige benoemt dat betrokkene de afgelopen tijd vanwege fors alcohol- en harddrugsgebruik geregeld psychotisch ontregelde en erg achterdochtig werd, met veel ernstig nadeel voor zichzelf en zijn omgeving tot gevolg. Betrokkene heeft vorige week aangegeven dat hij geen harddrugs meer gebruikt. Volgens zijn moeder is er met momenten nog wel sprake van fors alcoholgebruik. Betrokkene heeft daar zelf een andere mening over en lijkt de ernst van de psychotische symptomen ook niet in te zien. Op dit moment zijn deze symptomen niet aanwezig. De verplichte zorg is aangevraagd zodat er kan worden ingegrepen als er opnieuw sprake is van een terugval bij betrokkene. Er kan dan antipsychotica nodig zijn voor betrokkene. Het is verder van belang dat er een behandeling wordt opgestart voor de verslavingsproblematiek van betrokkene, maar daar staat hij niet voor open. De sociaal psychiatrisch verpleegkundige acht het daarom in ieder geval nodig dat betrokkene contact onderhoudt met het FACT-team, zodat er zicht op hem kan worden gehouden. Ook daar staat betrokkene niet voor open. Desgevraagd benoemt de sociaal psychiatrisch verpleegkundige dat een gedwongen opname enkel nodig is op het moment dat de psychotische ontregeling van betrokkene zodanig ernstig is dat er thuis gevaar ontstaat voor hemzelf en/of zijn omgeving. 3.4. De verpleegkundig specialist benoemt in aanvulling op de sociaal psychiatrisch verpleegkundige dat de zorgmachtiging als ultimum remedium is aangevraagd aangezien de gevolgen van het alcohol- en harddrugsgebruik van betrokkene zeer ernstig zijn, terwijl betrokkene niet inziet dat hij een behandeling voor zijn verslavingsproblematiek nodig heeft en hier niet toe bereid is. 3.5. De moeder van betrokkene benoemt dat het op dit moment wel goed gaat met betrokkene, maar dat hij de afgelopen jaren steeds nadat het een tijdje goed is gegaan, weer is teruggevallen in zowel overmatig drank- als harddrugsgebruik. Volgens de moeder grijpt betrokkene heel snel naar middelen als er ook maar iets tegenzit. Zij vindt het daarom belangrijk dat hij met zijn verslavingsproblematiek aan de slag gaat. Daar heeft betrokkene volgens de moeder hulp bij nodig. 3.6. In aanvulling op de moeder benoemt de vriendin van betrokkene dat zij ook van mening is dat betrokkene hulp nodig heeft bij zijn verslavingsproblematiek. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.2. Uit de overgelegde stukken is het de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen, overige DSM-5 stoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. Ondanks dat het volgens betrokkene op dit moment goed met hem gaat omdat hij is gestopt met het gebruik van middelen dan wel zijn middelengebruik goed onder controle heeft, staat voor de rechtbank voldoende vast dat betrokkene bekend is met een stoornis in het gebruik van alcohol en harddrugs. 4.3. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - levensgevaar; - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige financiële schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; - ernstige verstoorde ontwikkeling; - bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 4.4. Daarbij neemt de rechtbank in overweging dat betrokkene de afgelopen periode meermaals is teruggevallen in ernstig alcohol- en harddrugsgebruik, waarna hij ernstig psychotisch is ontregeld. Ten tijde van zo’n ontregeling heeft betrokkene last van wanen en hallucinaties, wordt hij achterdochtig en kan hij verbaal en fysiek agressief reageren. Dit doet betrokkene onder andere richting zijn vrienden en familie, met verlies van sociale relaties tot gevolg. Daarbij begrijpt de rechtbank dat met name de moeder van betrokkene, bij wie hij woonachtig is, te lijden heeft onder het agressieve en dreigende gedrag van betrokkene. Zij dreigt hierdoor volledig overbelast te raken. Daarnaast is betrokkene zijn baan verloren doordat hij onder invloed van alcohol op zijn werk is verschenen. Verder is er sprake geweest van suïcidaal gedrag en veroorzaakt betrokkene in beschonken toestand veel overlast in zijn woonomgeving. Ondanks dat er op dit moment geen ernstig nadeel aanwezig is, omdat betrokkene (tijdelijk) is gestopt met het gebruik van middelen, acht de rechtbank het gelet op het verloop van de afgelopen tijd en het karakter van verslavingsproblematiek, voldoende aannemelijk dat betrokkene op korte termijn opnieuw kan terugvallen in ernstig middelengebruik en daarmee in een psychoses, met het hierboven genoemde zeer ernstig nadeel tot gevolg. 4.5.