Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-16
ECLI:NL:RBZWB:2026:1955
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,570 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1955 text/xml public 2026-03-20T10:39:19 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-16 C/02/444568 / FA RK 26-533 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1955 text/html public 2026-03-19T15:07:18 2026-03-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1955 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 16-02-2026 / C/02/444568 / FA RK 26-533 Eerste rechterlijke machtiging verleend voor de duur van zes maanden. Sprake van Lewy body dementie. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/444568 / FA RK 26-533 Datum uitspraak: 16 februari 2026 Beschikking rechterlijke machtiging op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1944 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: betrokkene, wonend in [woonplaats] , advocaat: mr. M. Kalle te Middelburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van 30 januari 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 30 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 februari 2026, op het woonadres van betrokkene. Daarbij zijn verschenen en gehoord: - betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; - mevrouw [persoon 1] , huisarts. Verschenen, maar niet gehoord, zijn: - mevrouw [persoon 2] , casemanager dementie; - mevrouw [persoon 3] , medewerkster [hulpverlening] . 2 Het verzoek 2.1. Het CIZ verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden. 3 De standpunten 3.1. Betrokkene benoemt tijdens de mondelinge behandeling dat het goed met hem gaat. Enige tijd geleden ging het door het toedoen van anderen wat minder goed met hem. Hij had toen ook wat last van zijn hoofd. Daar is hij nu nog herstellende van. Verder is er niets met hem aan de hand. De zorgen die over hem worden genoemd, zijn leugens. Zo heeft hij huishoudelijke hulp waardoor het hem goed lukt om zijn woning schoon te houden en wordt er eten voor hem besteld. Daarbij benoemt betrokkene dat hij alleen maar brood en kaas eet, maar dat kan volgens de dokters geen kwaad. Betrokkene heeft ook nog een heel goed geheugen, behalve op de korte termijn. Tot slot benadrukt betrokkene dat hij heel graag thuis wil en kan blijven wonen. 3.2. De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek. Er is volgens betrokkene geen sprake van het in de stukken beschreven ernstig nadeel dan wel is dit veroorzaakt door het toedoen van anderen. Betrokkene is daarnaast van mening dat er geen enkele reden is waarom hij zou moeten worden opgenomen. Hij heeft thuis goede begeleiding waar hij blij mee is en hij kan en wil heel graag thuis blijven wonen. 3.3. De huisarts benoemt dat er recent Lewy body dementie bij betrokkene is vastgesteld. Onder invloed daarvan is betrokkene belast met aanhoudende wanen en hallucinaties en zijn er voortdurend acute zorgen rondom betrokkene. Zo is er sprake van een gebrekkige zelfzorg bij betrokkene, wat al heeft geleid tot een infectie op zijn teen. Betrokkene beschikt verder niet over ziekte-inzicht en weigert, op de begeleiding vanuit de [hulpverlening] na, alle hulp die hem wordt geboden, waaronder de Thuiszorg voor de inzet van medicatie. Dit maakt dat de thuissituatie onveilig en onhoudbaar is geworden. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.2. Uit de overgelegde stukken is het de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, in de vorm van Lewy body dementie. Deze diagnose is recent door een specialist ouderengeneeskunde ten aanzien van betrokkene gesteld. 4.3. Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel is gelegen in ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. 4.4. Betrokkene is onder invloed van de psychogeriatrische aandoening belast met cognitieve achteruitgang, geheugenstoornissen en een verminderde realiteitstoetsing. Als gevolg daarvan is er bij betrokkene sprake van ernstige verwaarlozing van zichzelf en zijn omgeving, een herhaald valrisico, onvermogen om hulp in te schakelen, eenzaamheid en een eenzijdig voedingspatroon. Ook kampt betrokkene met wanen en hallucinaties. Al het vorengaande maakt dat er sprake is van ernstig regieverlies bij betrokkene en een verminderde veiligheid in de thuissituatie. 4.5. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene is blijvend aangewezen op intensieve en gespecialiseerde 24-uurszorg, toezicht en begeleiding in de nabijheid in een veilige en gestructureerde woonvoorziening. 4.6. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene weigert een vrijwillige opname en is van mening dat hij nog thuis kan blijven wonen. 4.7. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene heeft mantelzorg op afstand en accepteert enkel de huishoudelijke hulp en begeleiding vanuit de [hulpverlening] . Hij weigert de overige, benodigde (thuis)zorg, dagbesteding en medicatie, en er is weinig sociale controle. Dit maakt dat het hierboven beschreven ernstig nadeel in de thuissituatie niet meer kan worden weggenomen. 4.8. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden, met ingang van heden en tot en met 16 augustus 2026. 5 De beslissing De rechtbank: 5.1. verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1944 in [geboorteplaats] ; 5.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 augustus 2026 . Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 2 maart 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.