Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-13
ECLI:NL:RBZWB:2026:1824
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,024 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1824 text/xml public 2026-03-19T15:47:56 2026-03-16 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-13 C/02/444416 / FA RK 26-438 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1824 text/html public 2026-03-19T12:30:21 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1824 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 13-02-2026 / C/02/444416 / FA RK 26-438 1e ZM, specifiek voor de kliniek, wel wilsbekwaam. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/444416 / FA RK 26-438 Datum uitspraak: 13 februari 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1971 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats] , advocaat mr. Ph. van Kampen uit Goes. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 26 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: - de advocaat van betrokkene, mr. Van Kampen; de heer [persoon 1] , FACT-team, spv’er; mevrouw [persoon 2] , ambulant verpleegkundige. 1.3. Hoewel correct opgeroepen, is betrokkene niet verschenen. 2 Het verzoek 2.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden. 3 De standpunten 3.1. De advocaat stelt zich tijdens de zitting op het standpunt dat niet is voldaan aan de wettelijke criteria voor het verlenen van een zorgmachtiging. Volgens de advocaat is er geen sprake van acuut levensgevaar en kan betrokkene zijn situatie in voldoende mate overzien. De overlast en zorgen in de buurt zijn volgens de advocaat vervelend maar vormen op zichzelf geen ernstig nadeel in de zin van de wet. De advocaat betwist dat betrokkene wilsonbekwaam is zoals dit in de medische verklaring wordt aangegeven. Voor het geval de rechtbank hier anders over denkt verzoekt de advocaat om een second opinion hierover door een onafhankelijke psychiater. Volgens de advocaat is betrokkene wilsbekwaam en moet betrokkene worden gezien als iemand die in staat is om beslissingen te nemen over zijn leven en zorg. De advocaat verzoekt dan ook om afwijzing van het verzoek. 3.2. De spv’er van het FACT-team geeft tijdens de zitting aan dat er bij betrokkene sprake is van een langdurig en ernstig beeld van middelenverslaving met name het gebruik van flakka en andere designerdrugs waardoor betrokkene steeds verder achteruitgaat. Eerdere vormen van zorg waaronder ambulante begeleiding en kortdurende detoxopnames hebben geen blijvend effect gehad. Zodra betrokkene uit zorg is, hervat hij direct het middelengebruik. De spv’er ziet dat betrokkene lichamelijk sterk is vermagerd, zichzelf verwaarloost en in een vervuilde woning leeft. Daarbij spelen er risico’s rondom gas, elektra en veiligheid. Tijdens middelengebruik is betrokkene volgens de spv’er niet wilsbekwaam en vertoont hij verward en gevaarlijk gedrag wat leidt tot risico’s voor zijn eigen leven en tot situaties waarin hij agressie van derden oproept. De spv’er acht een langdurige klinische opname noodzakelijk, bij voorkeur in de [kliniek] (en zo nodig een vergelijkbare gespecialiseerde instelling). Dit is volgens de spv’er de enige resterende en doelmatige behandeloptie om betrokkene abstinent te krijgen en zijn functioneren goed in kaart te kunnen brengen. De spv’er acht het dan ook noodzakelijk dat een zorgmachtiging wordt verleend voor betrokkene. 3.3. De verpleegkundige merkt tijdens de zitting op dat er ernstige zorgen zijn over de toestand van betrokkene. Zij ziet dat betrokkene sterk is afgevallen, slecht eet en drinkt, vervuild is en zichzelf verwaarloost. De woning van betrokkene vertoont duidelijke sporen van ontregeling zoals kapotte ramen en gaten in de muren. Hij is toenemend mikpunt van jongeren die hem thuis belagen. De verpleegkundige beschrijft dat betrokkene zonder middelengebruik een vriendelijke en verzorgende man kan zijn maar dat dit beeld steeds minder vaak wordt gezien doordat het middelengebruik toeneemt. Volgens de verpleegkundige is het pijnlijk om te zien hoe betrokkene de afgelopen jaren maatschappelijk is afgegleden. Volgens de verpleegkundige is het risico op ernstig lichamelijk letsel of zelfs overlijden reëel gezien de combinatie van zwaar middelengebruik, slechte zelfzorg en gevaarlijke situaties in en rond de woning. Volgens de verpleegkundige is het noodzakelijk dat aan betrokkene een zorgmachtiging wordt verleend die gericht is op een langdurige klinische behandeling. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank zal de gevraagde machtiging verlenen voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.2. De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van middelenmisbruik en acute paranoïde psychoses die deels aan middelen zijn gerelateerd en deels vanuit schizofrenie. Daarnaast is er bij betrokkene sprake van agressie disregulatie met impulscontrole stoornissen en psychosociale problemen. Betrokkene heeft geen ziektebesef en geen ziekte-inzicht. 4.3. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - levensgevaar; - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige materiële schade; - ernstige immateriële schade; - ernstige financiële schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; - ernstige verstoorde ontwikkeling; - bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 4.4. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene al jarenlang bekend is met ernstig polimiddelengebruik, waaronder XTC, amfetamines, cocaïne, cannabis, nicotine en vooral flakka. Het gebruik van flakka leidt bij betrokkene tot acute paranoïde psychoses waarbij hij de controle verliest en ernstige overlast veroorzaakt in de buurt. Dit uit zich in luid schreeuwen, hard bonken en slaan tegen muren, het vernielen van huisraad en het intimideren van voorbijgangers. Tijdens deze ontregelde periodes ervaart betrokkene auditieve bevelshallucinaties waarbij hij stemmen hoort die hij toeschrijft aan God en ziet hij dreigende beelden van menigtes. Betrokkene is dan nauwelijks aanspreekbaar, onberekenbaar en vertoont dreigend en agressief gedrag. Pogingen van politie of omwonenden om hem tot rust te brengen hebben geen effect waardoor angst en onveiligheid in de buurt ontstaan. 4.5. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. 4.6. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene is zorgmijdend en komt de afspraken met het FACT-team niet na. Ook verzet hij zich tegen zijn medicatie en is hij niet bereid om zijn middelengebruik te staken. Daarom is verplichte zorg nodig. 4.7. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - insluiten; - uitoefenen van toezicht op betrokkene; - onderzoek aan kleding of lichaam; - onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen; - controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - beperken van het recht op het ontvangen van bezoek; - opnemen in een accommodatie. 4.8.