Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-10
ECLI:NL:RBZWB:2026:1729
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,955 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1729 text/xml public 2026-03-19T12:00:29 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-10 C/02/443348 / JE RK 25-2288 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1729 text/html public 2026-03-19T08:36:17 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1729 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 10-02-2026 / C/02/443348 / JE RK 25-2288 Verlengen ots voor de duur van een jaar, vanwege pas recent opgestarte hulpverlening. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/443348 / JE RK 25-2288 Datum uitspraak: 10 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant, locatie Tilburg , gevestigd te Tilburg, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2019 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] , [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 22 december 2025. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: - de vader; - de moeder; een vertegenwoordigster van de GI; een vertegenwoordigster van de Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen: de Raad. 2 De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] woont bij zijn moeder. 2.3. De kinderrechter heeft [minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 14 mei 2025 tot 14 februari 2026. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. De GI legt het volgende aan het verzoek ten grondslag. De GI is van mening dat er gedurende langere tijd gemonitord moet worden in hoeverre ouders bereid zijn om daadwerkelijk veranderingen door te voeren in de huidige situatie. Tot nu toe is dit onvoldoende gemonitord omdat er pas recent (in september 2025) een vaste jeugdbeschermer betrokken is. Nog niet duidelijk is hoe ouders en [minderjarige] gaan reageren op de veranderingen die er plaats gaan vinden. Het hulpverleningstraject bij de Gezinsmanager dat gericht zal zijn op het opstellen van een ouderschapsplan, verbetering van de oudercommunicatie en het contactherstel tussen de vader en [minderjarige] , zal pas in januari 2026 van start gaan. Tot op heden is er nog geen contact geweest tussen de vader en [minderjarige] . De GI wil dit op een zorgvuldige manier aanpakken vanwege de complexiteit van de zaak rondom het contact. Ter zitting is door de GI toegelicht dat het ouderschapsbemiddelingstraject bij De Gezinsmanager een jaar in beslag neemt. Voor de GI is het nu ook niet duidelijk hoe ouders zich zullen inzetten tijdens de hulpverlening. De hulpverlening vanuit [hulpverlening] voor [minderjarige] loopt nog steeds door. Deze is wel opgeschaald, vanwege een diagnostisch onderzoek bij [minderjarige] . Inmiddels is daaruit gekomen dat [minderjarige] een trager verwerkingsmechanisme heeft. Daarvoor zal op school ook ondersteuning ingeschakeld worden en/of wellicht speltherapie. De GI vindt het van belang dat alles goed gemonitord wordt om ouders en [minderjarige] goed en langere tijd te begeleiden in de veranderingen binnen de gezinsdynamiek en in het contact tussen [minderjarige] en de vader. In de afgelopen jaren is ook gebleken dat het opstarten van hulpverlening in het vrijwillig kader niet het probleem vormt, maar des te meer het volhouden ervan. Daarom verzoekt de GI de ondertoezichtstelling met een jaar te verlengen. 4.2. De vader stemt in het met verzoek van de GI. Hij vindt het belangrijk dat er een regiehouder is over de situatie. Hij ervaart het als prettig dat er voor een langere periode wordt meegekeken. Er is iemand nodig om alles in goede banen te leiden. Verder wil vader nu liever langer investeren om een gedegen fundament te bouwen voor de toekomst. 4.3. De moeder begrijpt de noodzaak van de verlenging van de ondertoezichtstelling, maar vindt de verzochte duur te lang. Moeder vindt een half jaar voldoende en wenst meer duidelijkheid. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat er nog steeds geen herstel van contact heeft plaatsgevonden tussen de vader en [minderjarige] . [minderjarige] heeft in een eerder stadium al te kennen gegeven dat hij contact wil met zijn vader. Voorts zijn de andere doelen van de ondertoezichtstelling nog niet behaald. De hulpverlening hiervoor bevindt zich nog in de opstartfase en onduidelijk is of deze hulpverlening succesvol zal zijn. Ook is de hulpverlening voor [minderjarige] opgeschaald en zal wellicht leiden tot aanvullende hulpverlening voor hem persoonlijk. Er zal nog een langere periode nodig zijn zodat ouders en [minderjarige] kunnen profiteren van de hulpverlening. Duidelijk is geworden dat het hulpverleningstraject bij De Gezinsmanager een jaar zal beslaan. De GI heeft tot op heden ook nog onvoldoende kunnen monitoren en aansturen, omdat nu nog niet duidelijk is of ouders goed meewerken met de hulpverlening en zij de veranderingen kunnen managen. Er is nog steeds een regievoerder nodig die de opgestarte hulpverlening verder in goede banen leidt en bijstuurt waar nodig. De kinderrechter benadrukt hierbij dat ouders aan zet zijn om hun gezamenlijk ouderschap, in welke vorm dan ook, verder vorm te geven zodat [minderjarige] een goed contact kan onderhouden met beide ouders. Beide ouders zullen zich hiervoor in moeten spannen. [minderjarige] heeft hulp nodig voor zichzelf in verband met zijn tragere verwerkingsmechanisme, maar het is niet in zijn belang dat hij op termijn daarnaast ook nog hulpverlening moet krijgen gericht op het zichzelf staande houden tussen twee ouders die zijn belang niet voorop weten te zetten. 5.3. De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat in het verleden is gebleken dat hulpverlening onvoldoende werd volgehouden. 5.4. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar. 5.5. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6 De beslissing De kinderrechter: 6.1. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 14 februari 2026 tot 14 februari 2027; 6.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2026 door mr Van de Kraats, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Mandemakers als griffier, en op schrift gesteld op 17 februari 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:260 BW.