Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-03-11
ECLI:NL:RBZWB:2026:1709
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer: 11926334 \ CV EXPL 25-5225 Vonnis van 11 maart 2026 in de zaak van GILZE RIJEN VASTGOED 2006 C.V. , te Katwijk, eisende partij, hierna te noemen: Gilze Rijen Vastgoed, gemachtigde: Credifixx Incassoservices B.V., tegen 1 [gedaagde] , M.H.O.D.N. [handelsnaam] , te [plaats 1] ,2. [vennoot 1] , te [plaats 1] , vennoot van gedaagde sub 1,3. [vennoot 2] , te [plaats 1] , vennoot van gedaagde sub 1, gedaagde partijen, hierna samen te noemen: [gedaagde] , procederend in persoon. De zaak in het kort Gilze Rijen Vastgoed verhuurt een bedrijfsruimte aan [gedaagde] . [gedaagde] heeft een huurachterstand laten ontstaan. Gilze Rijen Vastgoed wil daarom dat de huurovereenkomst wordt ontbonden en dat [gedaagde] wordt veroordeeld om het gehuurde te verlaten en de huurachterstand te betalen. [gedaagde] erkent de huurachterstand, maar vraagt om er rekening mee te houden dat zij financiële problemen heeft, dat zij geprobeerd heeft tot een oplossing te komen en dat Gilze Rijen Vastgoed lang heeft gewacht voordat zij actie heeft ondernomen. [gedaagde] moet de huurachterstand aan Gilze Rijen Vastgoed betalen. De vorderingen tot ontbinding en ontruiming worden afgewezen omdat Gilze Rijen Vastgoed daar geen belang meer bij heeft. Hierna wordt uitgelegd hoe de kantonrechter tot dat oordeel is gekomen. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding;- de conclusie van antwoord;- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald; - de mondelinge behandeling van 5 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;- de akte vermeerdering van eis. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Gilze Rijen Vastgoed verhuurt met ingang van 15 december 2019 aan [gedaagde] de bedrijfsruimte aan het adres [adres] in [plaats 2] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 596,99 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. 2.2. [gedaagde] heeft vanaf 1 mei 2023 de huur niet meer betaald. 2.3. Gilze Rijen Vastgoed heeft bij aangetekende brief aan [gedaagde] van 24 april 2025 de huurovereenkomst opgezegd per 1 mei 2025 tegen 1 augustus 2025, waarbij zij de ontruiming per laatstgenoemde datum heeft aangezegd. [gedaagde] heeft geen gehoor gegeven aan de ontruiming. 3 Het geschil 3.1. Gilze Rijen Vastgoed vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van – na vermeerdering van eis – € 16.893,25 aan huurachterstand met nevenvorderingen. 3.2. Gilze Rijen Vastgoed legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is in haar verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan haar betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Gilze Rijen Vastgoed de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. 3.3. [gedaagde] erkent de huurachterstand. Zij stelt dat zij haar bedrijfsactiviteiten op 24 april 2023 heeft gestaakt. Het gehuurde bedrijfspand is inmiddels leeg opgeleverd. [gedaagde] vraagt om er rekening mee te houden dat zij financiële problemen heeft, dat zij geprobeerd heeft tot een oplossing te komen en dat Gilze Rijen Vastgoed lang heeft gewacht voordat zij actie heeft ondernomen. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling Huurachterstand 4.1. [gedaagde] heeft de door Gilze Rijen Vastgoed in de dagvaarding gestelde huurachterstand erkend. Gilze Rijen Vastgoed heeft haar vordering vervolgens vermeerderd met de huur voor de maanden september, oktober en november 2025 (minus de verrekende waarborgsom van € 1.200,-) tot een bedrag van € 16.893,25. [gedaagde] heeft daar geen verweer tegen gevoerd. De conclusie uit het voorgaande is dat er berekend tot en met november 2025 sprake is van een huurachterstand van € 16.893,25. Dit gedeelte van