Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-03
ECLI:NL:RBZWB:2026:1458
Civiel recht
Rekestprocedure
2,032 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1458 text/xml public 2026-03-13T14:01:02 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-03 C/02/443570 / JE RK 25-2335 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1458 text/html public 2026-03-13T14:00:30 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1458 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 03-02-2026 / C/02/443570 / JE RK 25-2335 Verlenging ots voor een half jaar omdat de hulpverlening pas laat gestart is en vinger aan de pols moet worden gehouden. Ouders hebben reeds mooie stappen gezet. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/443570 / JE RK 25-2335 Datum uitspraak: 3 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant, locatie Etten-Leur , gevestigd te Etten-Leur, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2017 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] , advocaat: mr. C.G.A. Mattheussens, [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 31 december 2025. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: de moeder met haar advocaat; de vader middels een telefonische verbinding; - een vertegenwoordigster van de GI. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken tijdens een kindgesprek. Hij heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. 2 De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] woont afwisselend week op week af bij zijn vader en moeder. 2.3. [minderjarige] is door de kinderrechter onder toezicht gesteld met ingang van 13 februari 2025 tot 13 februari 2026. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. De GI legt aan haar verzoek ten grondslag dat het merendeel van de gestelde doelen zoals genoemd in de beschikking van 13 februari 2025 nog niet zijn bereikt. Er is nog onvoldoende zicht op de opvoedsituatie bij beide ouders om te kunnen waarborgen dat [minderjarige] in een stabiele en veilige omgeving opgroeit. Tot op heden is de hulpverlening nog niet gestart die zicht zou moeten geven op de opvoedsituatie bij beide ouders. Een intakegesprek met vader en [minderjarige] met [praktijk] heeft pas op 23 december 2025 plaatsgevonden. Het gesprek met moeder moest opnieuw gepland worden, omdat zij de aanvankelijke afspraak was vergeten. Dit gesprek staat gepland op 8 januari 2026. Een concreet en betrouwbaar beeld van de thuissituatie en de opvoedvaardigheden van beide ouders ontbreekt dus nog. Positief is dat ouders afspraken hebben gemaakt over de zorgregeling; [minderjarige] verblijft afwisselend een week bij de vader en de moeder. De communicatie tussen ouders verloopt op het moment goed. Het is nog nodig dat hulpverlening ouders ondersteunt bij het opstellen van een ouderschapsplan. Alle afspraken dienen duidelijk te worden vastgelegd, zodat terugval in conflict of chaos voorkomen dient te worden. Er is ook nog geen onderzoek gedaan naar de mogelijke aanwezigheid van traumaproblematiek bij [minderjarige] . De eerdere zorgen rondom basale verzorging en vermoeidheid spelen op school niet meer. Wel geeft de school aan dat [minderjarige] gebaat is bij meer individuele begeleiding, vooral bij huiswerk en bij het ontwikkelen van sociale contacten. [minderjarige] lijkt behoefte te hebben aan meer nabijheid en structuur van een volwassene die hem ondersteunt bij activiteiten die verder reiken dan gamen en hij zou meer aansluiting bij andere kinderen mogen ontwikkelen. Verder heeft de GI een MMA-melding ontvangen die betrekking heeft op moeder. De melding vereist nader onderzoek en roept vragen op over de stabiliteit en veiligheid binnen de thuissituatie. Zonder voortzetting van de ondertoezichtstelling kan dit onderzoek niet zorgvuldig en met de nodige waarborgen worden uitgevoerd. Hulpverlening in het vrijwillig kader levert te weinig op. Vooral moeder heeft een lange geschiedenis van afspraken niet nakomen, niet tijdig reageren op verzoeken en moeite met het plannen van afspraken. Dit heeft in het verleden geleid tot stagnerende hulpverlening. De verlening van de maatregel is daarom noodzakelijk. Tijdens de zitting heeft de GI benadrukt dat ouders positieve stappen hebben gemaakt en dat zij daarom een verlenging van zes maanden verzoekt in plaats van bijvoorbeeld een jaar. De hulpverlening is nog steeds niet gestart omdat de afspraak op 8 januari 2026 niet door is gegaan. Het is wel belangrijk dat de hulpverlening gaat starten en als dat goed gaat en afspraken worden gemaakt en nagekomen dat daarna de regiefunctie afgeschaald kan worden. De GI heeft de insteek om, als alles goed gaat, partijen over te dragen aan de hulpverlening in het vrijwillig kader. Daarvoor is wel nodig dat op bepaalde gebieden nog goede afspraken worden gemaakt. 4.2. Vader accepteert een verlenging van de ondertoezichtstelling, ook al vindt hij het vervelend. Het ligt namelijk niet aan ouders dat de hulpverlening zo lang op zich laat wachten. De vader wil wel dat [minderjarige] zoveel mogelijk buiten de hulpverlening wordt gehouden en niet wordt belast met zaken waarmee hij niet belast hoeft te worden. 4.3. Door en namens de moeder is in eerste instantie aangegeven dat ze niet achter een verlenging van de ondertoezichtstelling kan staan. Een jaar geleden was de ondertoezichtstelling echt nodig, maar nu hebben ouders positieve stappen gezet. Op school hebben ouders enkel positieve geluiden gehoord van de leerkrachten en niet dat [minderjarige] nog verdere ondersteuning nodig heeft. Verder heeft [minderjarige] volgens ouders geen last van een trauma. Beide ouders zijn zelf getraumatiseerd door hun jeugd en weten goed welke symptomen dat geeft. Ouders zien dat niet terug bij [minderjarige] . Daarbij willen ze voor [minderjarige] het beste en voeden hem liefdevol op. Ouders hebben zorgen of [minderjarige] niet teveel belast gaat worden of moet worden met een onderzoek naar een eventueel trauma. Uiteindelijk kan ook de moeder, net als de vader, instemmen met een verlenging van de ondertoezichtstelling mits de GI er goed op toeziet dat de losse eindjes die er nog zijn met hulpverlening voortvarend opgepakt gaat worden en in gang gezet wordt. Alle zeilen moeten bijgezet worden om het binnen dit half jaar te laten slagen, anders zal de weerstand van ouders enkel groter worden. Met deze gevoelens van weerstand zal de hulpverlening ook rekening dienen te houden. Ouders moeten op een positieve wijze meegenomen worden in het proces, zorgvuldigheid en openheid richting ouders is nodig. Het is geen onwil van ouders maar onmacht. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd, omdat de doelen waarop de ondertoezichtstelling ziet nog niet zijn behaald. Het is ouders te prijzen, zoals ook ter zitting meerdere malen door de kinderrechter is verteld, dat zij een zorgregeling afgesproken hebben die duidelijk is voor [minderjarige] en op het gebied van basale verzorging vooruitgang is geboekt. Ook heeft de kinderrechter geconstateerd dat ouders op dit moment goed met elkaar communiceren. Ze communiceren met elkaar als ouders over [minderjarige] en hebben beide zorgen of een onderzoek naar een eventueel trauma hem niet teveel belast. Ook dit is te prijzen dat ouders in het belang van [minderjarige] denken.