Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-02
ECLI:NL:RBZWB:2026:1416
Civiel recht
Rekestprocedure
2,002 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1416 text/xml public 2026-03-13T13:56:32 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-02 C/02/444088 / FA RK 26-281 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1416 text/html public 2026-03-12T09:40:13 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1416 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 02-02-2026 / C/02/444088 / FA RK 26-281 Toewijzing ZM - 6 maanden RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/444088 / FA RK 26-281 Datum uitspraak: 2 februari 2026 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [woonplaats] , advocaat mr. Ph. van Kampen uit Goes. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 februari 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; mevrouw [persoon 1] , casemanager; mevrouw [persoon 2] , maatschappelijk werker. 2 Het verzoek 2.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden. 3 De standpunten 3.1. Betrokkene geeft aan dat er met hem niks aan de hand is. Hij heeft een tijdje vastgezeten en geprobeerd hier het beste van te maken. Betrokkene kreeg toen medicatie waardoor hij last kreeg van bijwerkingen. Inmiddels is betrokkene blij dat hij van die medicatie af is. Op dit moment is betrokkene bezig met het regelen van een woning en werk. Dit lukt vooralsnog niet. Verder is hij van mening dat er geen sprake is van een stoornis. Betrokkene heeft nergens hulp bij nodig. Hij geeft verder aan dat hij op dit moment zijn medicatie wel inneemt maar geen verschil merkt. Betrokkene is van mening dat een zorgmachtiging niet nodig is. 3.2. De casemanager voert, samengevat, aan dat op het moment dat er geen ziekte-inzicht is en er eventueel misbruik van verdovende middelen is, er sprake is van impulsbeheersingsproblemen bij betrokkene. Zodra het minder goed gaat met betrokkene kan zijn gedrag buiten dusdanig veranderen dat hij agressie over zichzelf afroept. Daarnaast geeft de casemanager aan dat op het moment dat er geen contact is met betrokkene, de psychische stoornis alleen maar verder achteruit gaat. De casemanager geeft aan dat betrokkene wenst te stoppen met het contact met de hulpverlening wanneer hij verhuist naar een eigen studio. Hij woont nu nog op een locatie van begeleid wonen. De vaste casemanager van betrokkene zit er bovenop bij hem en belt hem bijvoorbeeld iedere dag om betrokkene te herinneren aan afspraken en te bekijken of het goed met hem gaat. Hierdoor is het leven buiten (na afloop van de ISD-maatregel) de afgelopen periode rustig en gecontroleerd verlopen. 3.3. De maatschappelijk werker verklaart dat betrokkene nu beschermd woont en alle benodigde zorg en begeleiding is gewaarborgd. Betrokkene heeft dit ook nodig en wanneer deze structuur wegvalt, wordt het heel ingewikkeld. 3.4. De advocaat geeft aan dat hij serieuze problemen heeft met de stukken zoals die door de instelling bij de rechtbank zijn neergelegd. Het zit ‘m niet alleen in het aankruisen van alle vormen van ernstig nadeel en (bijna) alle vormen van verplichte zorg, maar ook in de manier waarop de medische verklaring is opgesteld. De advocaat is dan ook van mening dat dit een tegenonderzoek in verband met het ontbreken van een eenduidige diagnose rechtvaardigt. Daar komt bij dat betrokkene sinds begin december 2025 volledig in de samenwerking met de hulpverlening zit. Wanneer op deze wijze zo’n verzoek wordt neergelegd met alle vormen van ernstig nadeel en verplichte zorg op voorhand zijn aangekruist, dan voldoet dit per definitie niet aan de wettelijke vereisten, aldus de advocaat. De advocaat pleit dan ook primair voor afwijzing. Subsidiair pleit de advocaat voor een tegenonderzoek om vragen goed te kunnen beantwoorden op grond van de wet. 4 De beoordeling 4.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.2. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen. Verder is er ook sprake neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (te weten: licht verstandelijke beperking en autismespectrumstoornissen), doch deze neurobiologische ontwikkelingsstoornissen staan thans niet op de voorgrond. Het feit dat betrokkene aangeeft zich niet in deze beschrijving te herkennen maakt dit niet anders. De medische verklaring en het zorgplan zijn met de wettelijk vereiste zorgvuldigheid vastgesteld. [persoon 3] heeft (subsidiair) verzocht om de zaak aan te houden om een zgn. ‘tegenonderzoek’ te laten plaatsvinden in verband met het ontbreken van een eenduidige diagnose. De rechtbank wijst dit verzoek af. Het enkele feit dat in het zorgplan niet alle facetten van de door de psychiater in de medische verklaring vastgestelde psychische stoornis op dezelfde manier worden genoemd (in DSM-terminologie), dan wel omschreven, rechtvaardigt (zonder nadere motivering) niet op voorhand een tegenonderzoek. 4.3. De hiervoor onder 4.2. stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang, bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat uit de stukken blijkt dat betrokkene vanuit zijn psychotisch toestandsbeeld, veelal geluxeerd door middelengebruik, dreigend en zowel verbaal als fysiek agressief kan reageren. Voorts is er dan sprake van ernstige zelfverwaarlozing en seksueel ontremd en grensoverschrijdend gedrag. Verder betrekt zij hierbij de informatie dat betrokkene recent een ISD-maatregel heeft afgerond vanwege vermogens- en geweldsdelicten omdat eerdere gevangenisstraffen, ambulante behandelingen, reclasseringstoezichten en andere justitiële maatregelen, niet hebben geleid tot gedragsverandering. De andere vormen van ernstig nadeel die in het verzoek tot zorgmachtiging (en in de medische verklaring en zorgplan) zijn aangekruist worden op geen enkele manier in de door de instelling aangeleverde stukken concreet onderbouwd en deze zal de rechtbank dan ook afwijzen. 4.4. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. 4.5. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het ontbreekt betrokkene aan ziekte-inzicht. Betrokkene is niet akkoord met de gestelde diagnose en ontkent überhaupt psychische klachten. Betrokkene wenst de medicatie te staken en meent geen hulp nodig te hebben. Daarom is verplichte zorg nodig. 4.6. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het beperken van de bewegingsvrijheid; - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten; - opnemen in een accommodatie. 4.6.1. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de vormen ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opnemen in een accommodatie’ enkel kunnen worden ingezet indien de ambulante zorg ontoereikend is.