Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-02
ECLI:NL:RBZWB:2026:1413
Civiel recht
Rekestprocedure
1,757 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1413 text/xml public 2026-03-13T13:56:02 2026-03-05 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-02 C/02/444552 / FA RK 26-518 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1413 text/html public 2026-03-12T09:39:52 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1413 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 02-02-2026 / C/02/444552 / FA RK 26-518 Afwijzing VCM - opname niet effectief RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/444552 / FA RK 26-518 Datum uitspraak: 2 februari 2026 Beschikking voortzetting crisismaatregel op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 2003 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [woonplaats] , verblijvende in de [accommodatie] te [woonplaats] , advocaat mr. H. van der Sluis-Westerlaan uit Oosterhout. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 30 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 februari 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; mevrouw [persoon 1] , arts; mevrouw [persoon 2] , moeder van betrokkene. 1.3. Tevens was bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar is niet gehoord: - [persoon 3] , verpleegkundige. 2 Wat vaststaat 2.1. Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in de [accommodatie] te [woonplaats] . De burgemeester van de gemeente Breda heeft de crisismaatregel op 30 januari 2026 afgegeven. 3 Het verzoek 3.1. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene geeft aan dat het momenteel goed gaat met hem door de lange nacht slaap die hij heeft gehad. Betrokkene vertelt dat hij extreme bewegingsdrang heeft en veel opgekropte frustratie had waardoor hij verbaal agressief is geworden. Door een, volgens hem, te hoge dosering aan medicatie is hij verward geraakt en over het hek geklommen en heeft hij een verpleegkundige uitgescholden. Betrokkene was in het ziekenhuis opgenomen in verband met somatische ziekte (griep, longontsteking en watervergiftiging), maar door een combinatie van ernstig slaaptekort en zijn bipolaire stoornis heeft dit gezorgd voor ontregeling. Betrokkene zou het verschrikkelijk vinden indien hij langer moet blijven. Betrokkene is bang voor blijvend letsel door de medicatie die hij krijgt. Voorts geeft betrokkene aan dat hij rust nodig heeft. Betrokkene gaat akkoord met een verblijf op de open afdeling van de psychiatrie. 4.2. De arts voert, samengevat, aan dat betrokkene door lichamelijke klachten opgenomen is geweest bij de afdeling interne geneeskunde. De arts vermoedt dat lichamelijke aspecten hebben bijgedragen aan de ontregeling. Aanvankelijk verbleef betrokkene vrijwillig, maar mede door een ontslagwens midden in de nacht is er een crisismaatregel aangevraagd bij en verkregen van de burgemeester. De arts verwacht dat betrokkene niet op vrijwillige basis wenst te blijven. Op de momenten dat zij betrokkene gaan begrenzen is alles een onderhandeling bij hem. Bij een verblijf op vrijwillige basis ‘verliest’ de arts de onderhandeling. De arts geeft aan dat betrokkene geen behandelteam in de thuissituatie heeft waar hij op terug kan vallen. Zij acht een langer (gedwongen) verblijf nog wel nodig zodat betrokkene verder kan stabiliseren. 4.3. De moeder van betrokkene verklaart dat er voorafgaande aan de opname enorm veel is gebeurd. Zij heeft betrokkene, die fysiek heel ziek was geworden op vakantie in Spanje teruggehaald naar Nederland. Hij had griepverschijnselen en sliep al 3 weken nagenoeg niet. De afgelopen jaren zijn redelijk stabiel verlopen bij betrokkene, met af en toe een drukke periode. Moeder geeft aan dat deze bipolaire stoornis te hanteren was thuis. Volgens haar heeft betrokkene zelfinzicht en komt hij makkelijk uit zo’n drukke periode. Op dit moment ziet de moeder een grote verandering bij betrokkene ten opzichte van het begin van de opname. Betrokkene is geen gevaar meer en heeft vooral rust nodig. Zij heeft betrokkene de afgelopen jaren thuis de rust kunnen bieden die betrokkene nodig heeft en dit is goed gegaan. Een langer verblijf op de gesloten afdeling gaat betrokkene niet helpen en werkt juist tegenovergesteld. Betrokkene heeft de afgelopen tijd regelmatig contact gehad met zijn huisarts en bij een ontslag wordt dit contact weer opgepakt. 4.4. De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek gelet op de toelichting van de moeder van betrokkene. De moeder van betrokkene begeleidt hem heel erg goed en betrokkene vertrouwt haar. De advocaat is van oordeel dat de verplichte zorg niet effectief is en de psychische stoornis niet meer op de voorgrond aanwezig is. 5 De beoordeling 5.1. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Betrokkene heeft zich meermalen dreigend geuit richting verplegend personeel, is over een hek geklommen bij het ziekenhuis en heeft met spullen gegooid. Vermoed wordt dat het ernstig nadeel werd veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychotische stoornis, in de vorm van bipolaire-stemmingsstoornissen en neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen). 5.2. Op grond van de in overweging 5.1 weergegeven omstandigheden heeft de burgemeester een crisismaatregel getroffen. Tijdens de mondelinge behandeling van het verzoek is echter gebleken dat een langere verplichte opname voor betrokkene niet effectief is. Dit zou namelijk ertoe leiden dat betrokkene voortdurend ‘geprikkeld’ raakt (en dus verder ontregelt) door de begrenzingen behorende bij het verblijf op een gesloten psychiatrische afdeling in het ziekenhuis. Betrokkene heeft vooral baat bij de rust die moeder in de thuissituatie kan bieden. Een langere opname zorgt voor een tegenovergesteld effect. 5.3. Gelet op het voorgaande zijn er hiermee minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben (namelijk een verblijf thuis) en blijkt bovendien dat de verzochte verplichte zorg voor betrokkene thans niet (meer) effectief is. Kortom er wordt niet voldaan aan de vereisten van subsidiariteit en doelmatigheid zoals bedoeld in artikel 3:3 onder b en d Wvggz. 5.4. Al het voorgaande brengt met zich dat de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel zal worden afgewezen, nu de wettelijke grondslag daarvoor ontbreekt. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1. wijst het verzoek af. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 16 februari 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.