Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-01-23
ECLI:NL:RBZWB:2026:1376
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
2,031 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1376 text/xml public 2026-03-13T12:20:57 2026-03-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-01-23 C/02/443922 / FA RK 26-186 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1376 text/html public 2026-03-12T08:40:11 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1376 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 23-01-2026 / C/02/443922 / FA RK 26-186 Rechterlijke machtiging Wzd RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/443922 / FA RK 26-186 Datum uitspraak: 23 januari 2026 Beschikking rechterlijke machtiging op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonende te [plaats] , [accommodatie] , [adres] , [afdeling] , advocaat mr. M.C.A. Hollants uit Tilburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 januari 2026. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; de heer [persoon 1] , arts verstandelijk gehandicapten; mevrouw [persoon 2] , orthopedagoog tevens zorgverantwoordelijke; de heer [persoon 3] , mentor. Tevens was aanwezig: [persoon 4] , begeleidster van betrokkene. 2 Wat vaststaat De rechtbank heeft een machtiging tot opname en verblijf verleend tot en met 15 februari 2026. 3 Het verzoek Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van twaalf maanden. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene merkt op dat hij het liefst van de machtiging tot opname en verblijf af wil, omdat hij verder wil met zijn leven en hij daarover ook zelf wil kunnen beslissen. Op een later moment, te weten nadat de arts verstandelijk gehandicapten en de orthopedagoog hun standpunt hebben toegelicht, geeft betrokkene aan alsnog achter het verlenen van een nieuwe machtiging tot opname en verblijf te kunnen staan. 4.2. De arts verstandelijk gehandicapten brengt naar voren dat bij betrokkene een licht verstandelijke beperking is gediagnostiseerd. Daarnaast worden er kenmerken van autisme waargenomen. Somatisch is sprake van diabetes type 1. Gezien wordt gedurende de opname en verblijf van betrokkene bij [accommodatie] , [adres] , dat hij nog niet terug is op het niveau toen hij zelf alles nog zonder toezicht/begeleiding kon regelen. Betrokkene verkeert nog steeds in een situatie, waarin een zorgopname en -verblijf noodzakelijk is ter voorkoming van ernstig nadeel in de vorm van maatschappelijke teloorgang, ernstige psychische schade, levensgevaar/ernstige lichamelijke schade en het afroepen van agressie bij anderen, dit als gevolg van een passieve houding (het niet uit bed willen komen en zich terugtrekken op zijn kamer) en onaangepast (verminderd decorum) en (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. Na een eerdere verlaging is alsnog een ophoging van de anti psychotische medicatie nood-zakelijk gebleken omdat gezien werd dat de verwardheid bij betrokkene snel terugkeerde. De gedragsverandering bij betrokkene die zorgt voor het ernstig nadeel, zoals hiervóór beschreven dateert vanaf 25 oktober 2025. Ook heeft betrokkene nog steeds bege-leiding/ondersteuning nodig om ervoor te zorgen dat hij de medicatie in verband met de complexe vorm van diabetes, waarvan bij hem sprake is, consequent gebruikt. De avg-arts ziet op dit moment geen mogelijkheden om de noodzakelijke hiervóór beschreven zorg te bieden in geval van een opname en verblijf op basis van vrijwilligheid. Wel zal er in geval van toewijzing van het verzoek worden gezocht naar mogelijkheden om betrokkene stapsgewijs los te laten en hem een omgeving te bieden, waarin hij zo weinig mogelijk prikkels ervaart. Ook wordt er gezocht naar een andere woonzorgsetting, waar hij op termijn zal kunnen verblijven. Daarvoor is - ter nader onderzoek - de samenwerking met [hulpverlening] gezocht. Met deze toelichting kan hij achter het verzoek tot het verlenen van een machtiging tot opname en verblijf staan voor de duur van twaalf maanden. Omdat in geval van toewijzing van het verzoek er sprake is van vrijheidsbeneming zal er van de machtiging tot opname en verblijf niet langer dan strikt noodzakelijk gebruik worden gemaakt. 4.3. De orthopedagoog sluit zich aan bij dat wat door de arts verstandelijk gehandicapten naar voren is gebracht. Zij wijst er voorts op dat de machtiging tot opname en verblijf noodzakelijk is om binnen de instelling door middel van professioneel toezicht en begeleiding ervoor te zorgen dat betrokkene met zo weinig mogelijk prikkels verder kan herstellen. Daarnaast dient nog te worden vastgesteld aan de hand van de beschikbare onderzoeks- en observatiegegevens wat hij nodig heeft om tot een goede daginvulling te komen en zoveel mogelijk de regie over zijn leven terug te krijgen en wat voor hem de meest geschikte vervolgplek is. 4.4. De advocaat van betrokkene voert aan dat zij met haar cliënt het verzoek heeft voor besproken. In dat gesprek heeft betrokkene aangegeven dat hij geen last meer heeft van suïcidale gedachten. Wel begrijpt hij dat hij nog zorg en begeleiding nodig heeft. Echter wil hij ook verder met zijn leven. In dat opzicht mist hij nadrukkelijk de spreekwoordelijke stip aan de horizon. Dit maakt dat hij de opname en het verblijf het liefst op eigen kracht in een vrijwillig kader wenst voort te zetten. Met deze toelichting stelt zij zich namens haar cliënt op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging tot opname en verblijf. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Uit de overgelegde stukken, waaronder de medische verklaring, en de mondelinge behandeling ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een verstandelijke handicap met een psychische stoornis, te weten een licht verstandelijke beperking, mogelijk autisme en psychotische symptomen. 5.3. Het gedrag dat voortvloeit uit deze handicap en stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - levensgevaar; - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - maatschappelijke teloorgang; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de situatie, die is ontstaan per 25 oktober 2025 sinds de gedragsverandering bij betrokkene, die ervoor heeft gezorgd dat sprake is van (het risico op) ernstig nadeel voor zichzelf en voor anderen in de vorm van passiviteit, onaangepast en (seksueel) grensoverschrijdend en ander overlast gevend gedrag, ook op dit moment nog actueel is. 5.4. De opname en het verblijf is nog steeds noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene heeft in de eerste plaats duidelijk gemaakt dat hij verder wil met zijn leven en dat hij over meer autonomie wenst te beschikken, maar op een later moment heeft hij ook aangegeven achter de verzochte machtiging tot opname en verblijf te kunnen staan. Dit maakt dat betrokkene niet consistent is in zijn opvatting en de rechtbank het er daarom voor dient te houden dat hij zich verzet tegen een machtiging tot opname en verblijf. 5.5. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 5.6. Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een machtiging tot opname en verblijf verlenen voor de duur van twaalf maanden. 6 De beslissing De rechtbank: 6.1. verleent een machtiging tot opname en verblijf voor: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] ; 6.2. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 januari 2027. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026 door mr. Van Dun, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 3 februari 2026. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.