Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-02-05
ECLI:NL:RBZWB:2026:1339
Civiel recht
Rekestprocedure
1,982 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1339 text/xml public 2026-03-13T07:25:10 2026-03-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-02-05 C/02/442734 / JE RK 25-2175 Uitspraak Rekestprocedure NL Middelburg Civiel recht Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1339 text/html public 2026-03-13T07:24:26 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1339 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 05-02-2026 / C/02/442734 / JE RK 25-2175 Verlenging ots voor korte duur om toe te werken naar afronding ots RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/442734 / JE RK 25-2175 Datum uitspraak: 5 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND , gevestigd te Middelburg, hierna te noemen de GI, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2017 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2014 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] , advocaat: mr. A. Apistola te Zwijndrecht, [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] . 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 4 december 2025; - de brief van de GI van 19 januari 2026. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 februari 2026. Daarbij waren aanwezig: - de vader; - de moeder, bijgestaan door haar advocaat; - een vertegenwoordigster van de GI (via Teams). 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de gelegenheid gesteld om hun mening kenbaar te maken. De kinderrechter heeft op 4 februari 2026 van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een afzonderlijk emailbericht ontvangen waarin zij aangeven hier geen gebruik van te willen maken. 2 De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 1] . 2.2 Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 11 juni 2021 zijn [minderjarige 2] en [minderjarige 1] onder toezicht gesteld van de GI tot 11 december 2021. Tevens is bij deze beschikking een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de andere gezaghebbende ouder, te weten de vader, verleend met ingang van 11 juni 2021 en tot 11 december 2021 en laatstelijk verlengd bij beschikking van 8 december 2021 tot 11 juni 2022. 2.3 Bij beschikking van 11 juli 2022 is het hoofdverblijf van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vader bepaald. 2.4 De ondertoezichtstelling is steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 5 augustus 2025, tot 11 februari 2026. 2.5 [minderjarige 2] en [minderjarige 1] wonen bij de vader. 2.6 Bij beschikking van 22 december 2025 is, onder wijziging van de beschikking van 11 juli 2022, een zorgregeling vastgesteld ten aanzien van de contacten tussen de moeder en de kinderen. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1 De GI heeft het besluit om de ondertoezichtstelling binnen de verzochte periode van verlenging daarvan te gaan afronden intern heroverwogen naar aanleiding van de overweging van de kinderrechter in haar beschikking van 23 december 2025 omtrent het vaststellen van de zorgregeling. De GI blijft bij haar standpunt dat binnen het kader van de ondertoezichtstelling het hoogst haalbare inmiddels is bereikt en handhaaft dan ook haar verzoek tot verlenging van de maatregel voor de duur van drie maanden om in die periode toe te werken naar een afronding van deze maatregel. Er is binnen de ondertoezichtstelling in de afgelopen jaren veel ingezet en geprobeerd, maar het wantrouwen tussen de ouders blijft bestaan. De inmiddels langdurige ondertoezichtstelling en de bijkomende juridische procedures versterken de spanningen binnen het systeem. De GI is van mening dat de betrokkenheid van de GI het patroon tussen de ouders juist in stand houdt. De ondertoezichtstelling is daarom niet langer het geijkte middel voor dit gezin. De vastgestelde zorgregeling heeft de kinderen duidelijkheid gegeven en is in de afgelopen periode goed verlopen. Met duidelijke afspraken kunnen ouders verder vanuit een vrijwillig kader en de ingezette hulpverlening zal betrokken blijven. Met een korte verlenging van drie maanden wil de GI toewerken naar een afronding van de ondertoezichtstelling middels het opstellen van een borgingsplan en het inzetten van casusregie. 4.2 De vader merkt dat de beslissing van de kinderrechter met betrekking tot de zorgregeling de kinderen rust heeft gegeven. De kinderen zijn minder gespannen. De zorgregeling verloopt goed. De vader houdt voor de kinderen een agenda bij waarin zij kunnen zien wanneer zij bij de moeder verblijven. Dit geeft hun duidelijkheid. De vader vreest dat de verzochte verlenging voor drie maanden te kort gaat zijn. Het borgingsplan moet namelijk nog worden opgesteld en de GI moet al over zes weken een verlengingsverzoek indienen mocht blijken dat deze periode te kort zal zijn. Het is een geruststelling voor de vader dat de Raad het voornemen van de GI om geen verlenging meer te verzoeken zal toetsen. Hij vindt het belangrijk dat er iemand mee blijft kijken met ouders. Of dit nu vanuit het gedwongen kader is of vanuit een vrijwillig kader maakt de vader niet uit. Zodra afgeschaald wordt naar het vrijwillig kader, moet er een gedegen borgingsplan zijn. 4.3 De moeder benoemt dat in de afgelopen periode de bezoekmomenten op zich wel goed zijn verlopen, al zijn er wel wat spanningen geweest rondom [minderjarige 2] en het passen van nieuwe kleding. [minderjarige 2] is inmiddels fors gegroeid en heeft daar moeite mee. De moeder probeert hem hierin te steunen en waar mogelijk te sturen in zijn eetpatroon. Ten aanzien van [minderjarige 1] merkt de moeder dat zij vaker bij de moeder wil zijn. De moeder vindt dit lastig, nu zij hier geen antwoord op kan geven zonder haar te belasten. De moeder is blij dat het einde van de ondertoezichtstelling in zicht komt, nu dit steeds spanningen blijft oproepen. Op ouderniveau is er geen verbetering meer te verwachten. Beide ouders accepteren dit. De moeder ziet het liefst de ondertoezichtstelling per direct eindigen, maar begrijpt ook dat er een borgingsplan en een casusregisseur moet komen. Dit had eigenlijk allemaal al geregeld kunnen zijn, nu het voornemen tot niet verlengen al in november 2025 is genomen. Er rust dan ook een inspanningsverplichting op de GI om binnen een zo kort mogelijke termijn, hooguit de komende drie maanden, met een goed borgingsplan tot een einde van de ondertoezichtstelling te komen. 5 De beoordeling 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een (korte) verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.2. De kinderrechter stelt vast dat er sprake is van een langdurige ondertoezichtstelling. Er is in de afgelopen jaren veel ingezet voor ouders en de kinderen. Binnen het kader van de ondertoezichtstelling wordt echter gezien dat deze maatregel en de bijkomende juridische procedures en terugkerende evaluaties de spanningen binnen het systeem juist versterkten in plaats van hebben doen afnemen en dat dit de moeizame verstandhouding tussen de ouders niet heeft doen verbeteren. Er is sprake van een patroon tussen ouders, waarin zij veel wantrouwen kennen jegens de andere ouder. Het lukt de ouders niet om met elkaar te communiceren en parallel ouderschap lijkt inmiddels het hoogst haalbaar.