Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-01-23
ECLI:NL:RBZWB:2026:1102
Civiel recht
Rekestprocedure
2,024 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1102 text/xml public 2026-02-27T09:00:22 2026-02-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-01-23 C/02/443059 / JE RK 25-2245 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1102 text/html public 2026-02-26T12:38:08 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1102 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 23-01-2026 / C/02/443059 / JE RK 25-2245 verlenging OTS RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/443059 / JE RK 25-2245 Datum uitspraak: 23 januari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling in de zaak van STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT , locatie Tilburg, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI), over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige]. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats], [de vader], hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats]; mr. B.P.J. van Gils, advocaat te Tilburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt het volgende stuk mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 17 december 2025. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 januari 2026. Daarbij waren aanwezig: - de moeder; - een vertegenwoordigster van de GI. Hoewel daartoe correct opgeroepen, zijn de vader en zijn advocaat niet op zitting verschenen. 2 De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige]. 2.2. De kinderrechter heeft [minderjarige] bij beschikking van 28 januari 2025 onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 31 januari 2025 tot 31 januari 2026. 2.3. [minderjarige] woont bij de moeder. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4 De standpunten 4.1. Namens de GI is in de overgelegde stukken en tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat de zorgen over [minderjarige] in de afgelopen periode deels zijn afgenomen. [minderjarige] en de moeder hebben medewerking, inzet en motivatie getoond. Door een falend systeem is niet alle hulpverlening in de afgelopen jaren correct en direct van de grond gekomen. Dit kan de moeder en [minderjarige] niet worden verweten. Er is sprake van een belaste voorgeschiedenis, waardoor er vermoedens zijn van trauma en hechtingsproblematiek. [minderjarige] kan zich bij de moeder thuis agressief en zeer dreigend gedragen. Daarnaast is het gedrag van [minderjarige] zeer zelfbepalend. [minderjarige] gaat zijn eigen gang, luistert niet naar de moeder en blijft soms dagen weg zonder dat het voor de moeder duidelijk is waar hij verblijft. Eerder is [minderjarige] meermaals in contact gekomen met de politie. Ook zijn er zorgen dat [minderjarige] snel en makkelijk geld wil verdienen middels criminaliteit. De inzet van MST sinds oktober 2025 is nog niet voldoende toereikend gebleken om het zelfbepalend gedrag van [minderjarige] voldoende weg te nemen. Gezien wordt dat [minderjarige] de gemakkelijkste weg kiest. Dit is karakteristiek gedrag voor een puber die in de afgelopen jaren alles zelf heeft mogen bepalen. [minderjarige] mist intrinsieke motivatie om een diploma te behalen. Hij is ervan overtuigd dat hij geen diploma nodig heeft om scootermonteur te worden. In 2023 heeft een escalatie plaatsgevonden waarbij [minderjarige] is mishandeld door de vader. Sinds deze escalatie hebben [minderjarige] en de vader geen contact meer met elkaar. Vooralsnog is het geen doel om in te zetten op contactherstel tussen de vader en [minderjarige]. Het is positief dat de vader toestemming aan de GI heeft verleend om alle noodzakelijke stappen te zetten. Ook is het positief dat de incidenten van [minderjarige] in het afgelopen jaar minder heftig en frequent hebben plaatsgevonden. Er komen geen signalen meer binnen van harddrugs gebruik. Daarnaast is er sprake van een goede klik tussen de moeder, [minderjarige] en de hulpverlening van MST. In de komende periode zal MST verder worden opgepakt en zal ingezet worden op de hulpverlening van [hulpverlening 1]. [hulpverlening 2] zal opnieuw starten, nadat [minderjarige] had besloten om hier tegen de adviezen in niet verder mee te gaan. Indien het niet lukt om [minderjarige] te motiveren voor MST, kan er wellicht besloten worden om opnieuw te komen tot een gesloten plaatsing. MST is het laatste middel om [minderjarige] in de thuissituatie te laten blijven. Gezien wordt dat [minderjarige] momenteel gemotiveerd is om deel te nemen aan de hulpverlening. Een verlenging van de ondertoezichtstelling is noodzakelijk om [minderjarige] gemotiveerd te houden. In de komende periode blijft regie noodzakelijk, omdat de positieve stappen nog pril zijn. De dagbesteding dient ook nog op gang te komen. 4.2. Door de moeder is naar voren gebracht dat zij kan instemmen met een verlenging van de ondertoezichtstelling. De moeder ervaart de ondersteuning vanuit de GI als prettig. Het is fijn dat er korte lijnen zijn met de hulpverlening en dat er wordt meegekeken hoe het gaat. Anders dan in de stukken staat vermeld, vraagt de moeder wel om hulp. [minderjarige] merkt dat het niet prettig is om veel thuis te zijn. Hij is nog niet eerder zo gemotiveerd geweest om tot verandering te komen. Het gaat momenteel goed met [minderjarige]. De moeder weet dat deze positieve ontwikkeling opeens kan omslaan. [minderjarige] hoort dagbesteding en structuur te hebben. [minderjarige] heeft nog niet voldoende daginvulling. De moeder heeft via de griffie vernomen dat de uitnodiging voor [minderjarige] per abuis niet naar [minderjarige] is verzonden. De moeder denkt dat [minderjarige] anders wel met de kinderrechter had willen spreken. [minderjarige] heeft momenteel geen contact met de vader. [minderjarige] ervaart angst richting de vader. De moeder dwingt [minderjarige], gelet op hetgeen er in het verleden is gebeurd, niet om het contact met de vader te herstellen. 5 De beoordeling 5.1. Op grond van artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en: a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en; b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen. 5.2. Op grond van artikel 1:260 lid 1 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar. 5.3. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat er in de afgelopen periode positieve stappen zijn gezet. Nog niet alle zorgen zijn afgenomen. De doelen zijn nog niet volledig behaald. [minderjarige] vertoont zelfbepalend gedrag en ziet de noodzaak niet in van het behalen van een diploma. In het komende jaar dient [minderjarige] gemotiveerd te blijven voor de hulpverlening. MST dient te worden voortgezet en er dient gestart te worden met [hulpverlening 1] en [hulpverlening 2]. Eerder is [minderjarige] vanuit zelfbepalend gedrag gestopt met [hulpverlening 2]. De positieve stappen zijn nog pril en ondersteuning is noodzakelijk om de hulpverlening voort te zetten. In de komende periode blijft daarom regie vanuit de GI noodzakelijk. 5.4. Gelet hierop is de kinderrechter van oordeel dat wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor een verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige].