Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-01-20
ECLI:NL:RBZWB:2026:1050
Civiel recht
Rekestprocedure
1,998 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2026:1050 text/xml public 2026-02-27T08:53:51 2026-02-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-01-20 C/02/440904 JE RK 25-1865 en C/02/443943 JE RK 26-61 Uitspraak Rekestprocedure NL Breda Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:1050 text/html public 2026-02-25T08:59:22 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:1050 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 20-01-2026 / C/02/440904 JE RK 25-1865 en C/02/443943 JE RK 26-61 Machtiging gesloten jeugdhulp, regulier en na bereiken meerderjarigheid. Huidige accommodatie is niet bereid om de minderjarige een overbruggingsplek te bieden, zodat hij bij het aflopen van de reguliere gesloten machtiging dakloos zou raken. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummers: C/02/440904 / JE RK 25-1865 (reguliere machtiging gesloten jeugdhulp) C/02/443943 / JE RK 26-61 (machtiging gesloten jeugdhulp 18+) Datum uitspraak: 20 januari 2026 (Nadere) beschikking van de kinderrechter over machtigingen gesloten jeugdhulp in de zaken van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant , locatie Etten-Leur, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] , advocaat mr. N. van Vliet uit Breda. De kinderrechter merkt als informant aan: [de moeder] , wonende in [plaats 1] , hierna te noemen de moeder. 1 Het (verdere) verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: in de zaak C/02/440904 / JE RK 25-1865 - de beschikking van 10 november 2025 en alle daarin vermelde stukken; in de zaak C/02/443943 / JE RK 26-61 - het op 12 januari 2026 ontvangen verzoekschrift met bijlagen, waaronder de instemmingsverklaring van de gekwalificeerde gedragswetenschapper [persoon] van 9 januari 2026. 1.2. De (nadere) zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 januari 2026. Daarbij waren aanwezig: - [minderjarige] met zijn advocaat; een vertegenwoordiger van de GI; de begeleiders van [minderjarige] vanuit [hulpverlening] . 1.3. Gelet op de nauwe samenhang zijn beide zaken gelijktijdig behandeld. 2. De feiten 2.1. Bij beschikking van 10 november 2025 heeft de kinderrechter het resterende deel van het verzoek van de GI tot het verlenen van een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp afgewezen (zaaknummer C/02/440903 / JE RK 25-1864). Ook is bij die beschikking een (reguliere) machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 30 oktober 2025 tot 30 januari 2026 (zaaknummer C/02/440904 / JE RK 25-1865). De behandeling van het resterende verzoek is aangehouden. De GI is verzocht de kinderrechter schriftelijk te informeren over de laatste stand van zaken, of het verzoek voor het overige wordt gehandhaafd en zo ja, om een nieuwe instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper toe te zenden. 2.2. Op grond van bovenstaande machtiging verblijft [minderjarige] op een gesloten groep bij [accommodatie] in [plaats 2] . 3 De verzoeken 3.1. Aan de beoordeling van de kinderrechter ligt (nog) voor: in de zaak C/02/440904 / JE RK 25-1865 het resterende verzoek van de GI om een (reguliere) machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de periode met ingang van 30 januari 2026 tot aan de meerderjarigheid van [minderjarige] ; in de zaak C/02/443943 / JE RK 26-61 het verzoek van de GI om een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van de meerderjarigheid van [minderjarige] en voor de duur van zes maanden. 3.2. Met het verzoek in de zaak C/02/443943 / JE RK 26-61 voldoet de GI tevens aan het verzoek van de kinderrechter in de zaak C/02/440904 / JE RK 25-1865 om hem schriftelijk te informeren over de laatste stand van zaken, het standpunt van de GI over het resterende verzoek en een nieuwe instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper in te dienen. 4 De standpunten 4.1. De GI geeft aan dat het niet gelukt is om op korte termijn een vervolgplek voor [minderjarige] te realiseren. Er zijn meerdere locaties aangeschreven, maar er wordt overal aangegeven dat zij geen vevolgplek voor [minderjarige] kunnen aanbieden. [hulpverlening] zal een vervolgplek voor [minderjarige] kunnen realiseren, maar niet voordat hij meerderjarig wordt. De GI stelt daarom voor om het resterende deel van het verzoek toe te wijzen en een periode van zes maanden na het bereiken van meerderjarigheid toe te wijzen om ervoor te zorgen dat [minderjarige] vanuit de gesloten jeugdhulp in kan stromen bij de voorziening van [hulpverlening] . Alle betrokken partijen waren hiermee akkoord. 4.2. In de periode van december 2025 tot januari 2026 hebben zich echter nieuwe omstandigheden voorgedaan die de huidige situatie nog meer precair maakt dan die al was. Naar aanleiding van een paar heftige incidenten heeft [accommodatie] aangegeven niet meer in een overbrugging voor [minderjarige] te willen en kunnen voorzien indien zich een nieuw incident voordoet. Dit brengt de GI in een zeer lastig dilemma. Er is namelijk op dit moment geen alternatief voor [minderjarige] . Als [accommodatie] de plaatsing van [minderjarige] niet meer faciliteert dan zal [minderjarige] dakloos worden. Hierdoor is een machtiging gesloten jeugdhulp tot zijn meerderjarigheid alsmede voor een periode van zes maanden erna nog steeds noodzakelijk, ook al bestaat er een kans dat deze uiteindelijk niet kan worden uitgevoerd door gebrek aan medewerking vanuit [accommodatie] . 4.3. De advocaat en begeleiders van [minderjarige] geven aan dat de huidige situatie zeer treurig is, vooral voor [minderjarige] . Hoewel een plaatsing van [minderjarige] bij [accommodatie] in [plaats 2] wellicht niet meer wenselijk is, is het nog steeds noodzakelijk; er is namelijk geen ander alternatief. De advocaat van [minderjarige] kan daarom alleen instemmen met het verzoek tot een verlenging van de reguliere gesloten machtiging. 5 De (nadere) beoordeling In de zaak C/02/440904 / JE RK 25-1865 5.1. De kinderrechter is van oordeel dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen (artikel 6.1.2., tweede lid, Jeugdwet (Jw)). 5.2. De kinderrechter zal het resterende verzoek toewijzen en de GI machtigen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 30 januari 2026 tot 29 maart 2026. In de zaak C/02/443943 / JE RK 26-61 5.3. Uit de ingediende stukken en de informatie die ter zitting is verstrekt, is de kinderrechter tevens genoodzaakt om een machtiging gesloten jeugdhulp voor een periode van zes maanden na het bereiken van meerderjarigheid te verlenen. Het is niet te verwachten dat een alternatief binnen voorzienbare tijd zal kunnen worden gerealiseerd, dan de optie waar [hulpverlening] op dit moment mee bezig is. [minderjarige] is gebaat bij duidelijkheid, voorspelbaarheid en rust, waardoor een korte verlenging en een nieuwe rechtszitting niet in zijn belang wordt geacht. De huidige behandeling van [minderjarige] is reeds aangevangen voordat hij de leeftijd van achttien jaar zal bereiken. Er is een hulpverleningsplan vastgesteld, waaruit blijkt dat toegewerkt wordt naar een andere vorm van jeugdhulp dan gesloten jeugdhulp. De machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp zal niet langer duren dan zes maanden na het bereiken van de leeftijd van achttien jaar (artikel 6.1.2., vierde lid, Jw). 5.4.