Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-12-17
ECLI:NL:RBZWB:2025:9713
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,027 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBZWB:2025:9713 text/xml public 2026-02-13T13:54:37 2026-01-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2025-12-17 11757682 CV EXPL 25-2081 (E) Uitspraak Bodemzaak NL Breda Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:9713 text/html public 2026-02-12T11:21:44 2026-02-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2025:9713 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 17-12-2025 / 11757682 CV EXPL 25-2081 (E) Vordering tot betaling van huur en kosten lediging van containers wordt toegewezen. Verweer over eerdee ontbinding en opzegging worden afgewezen. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Breda Zaaknummer: 11757682 \ CV EXPL 25-2081 Vonnis van 17 december 2025 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiseres] B.V. , gevestigd te [plaats], eisende partij, hierna te noemen: [eiseres], gemachtigde: mr. A.B. Robijn, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid A.W.S. WARMTE- EN KOELTECHNIEK B.V. , gevestigd te Breda, gedaagde partij, hierna te noemen: AWS, gemachtigde: mr. L.J.P.E. Donckers-Corten. 1 De zaak in het kort Het gaat in deze zaak om een vordering van [eiseres] voor huur en lediging van containers. AWS voert als verweer hiertegen (primair) aan dat zij de overeenkomst heeft ontbonden dan wel opgezegd waardoor deze medio augustus 2024 is geëindigd. Subsidiair voert AWS aan dat de opzegtermijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De kantonrechter gaat voorbij aan de verweren van AWS en wijst de vordering van [eiseres] toe. Hierna zal worden uitgelegd waarom. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 12 juni 2025 met producties 1 tot en met 7; - de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 17; - de conclusie van repliek met producties 8 tot en met 13; - de conclusie van dupliek met producties 11 tot en met 13; - de akte uitlaten producties van [eiseres]. 2.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 3 De feiten 3.1. Op 29 juni 2011 hebben partijen een overeenkomst gesloten voor huur en lediging van containers voor drie jaar met ingang van 1 juli 2011. Partijen hebben die overeenkomst getekend. Bij het sluiten van de overeenkomst zijn “huurbepalingen containers” en “algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden [eiseres]” van toepassing verklaard. 3.2. In artikel 1.0 van de huurbepalingen containers is het volgende vermeld: in geval sprake is van een duurovereenkomst wordt deze telkens met twee jaar verlengd, behoudens opzegging door middel van aangetekend schrijven, die uitsluitend rechtsgeldig kan plaatsvinden door opzegging met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden voor het einde van de contractsdatum. 3.3. Op 17 december 2012 heeft [eiseres] een nieuwe overeenkomst gestuurd aan AWS voor huur en lediging van containers voor drie jaar met ingang van 1 januari 2013 voor een lagere prijs. Die overeenkomst is niet getekend namens AMS. In de overeenkomst zijn dezelfde huurbepalingen en algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden van toepassing verklaard als vermeld in de eerdere overeenkomst. 3.4. Vanaf 2018 heeft AWS regelmatig bij [eiseres] geklaagd over geluidsoverlast bij het ledigen van containers op haar terrein en het te vroeg ledigen van containers. [eiseres] heeft als reactie daarop meerdere keren toegezegd haar best te doen de overlast te beperken, maar niet steeds voorkomen dat de containers bij AWS voor 7.00 uur ’s ochtends werden geledigd. 3.5. In de periode februari 2024 tot en met juni 2024 is er tussen partijen contact over het door AWS willen beëindigen van de overeenkomst. Bij brief van 19 juni 2024 heeft [eiseres] aan AWS beëindiging van de overeenkomst bevestigd en medegedeeld dat deze tot en met 1 oktober 2024 doorloopt. 3.6. Op 8 juli 2024 heeft [eiseres] een factuur gestuurd aan AWS voor huur en lediging van containers in de periode van 1 juli 2024 tot en met 30 september 2024 voor € 2.165,30. AWS heeft op de factuur een bedrag van € 1.165,93 betaald waardoor er nog een bedrag van € 999,37 open staat. AWS heeft dat bedrag ondanks aanmaningen niet betaald. 3.7. Bij e-mail van 13 augustus 2024 heeft AWS aan [eiseres] verzocht de containers op te halen en medegedeeld dat de kosten tot die week nog worden betaald en het dan klaar is met de dienstverlening bij AWS. Als reactie daarop heeft [eiseres] bij e-mail van 14 augustus 2024 aan AWS medegedeeld dat er uit coulance bereidheid is om de overeenkomst per 1 oktober 2024 te beëindigen omdat de overeenkomst eigenlijk loopt tot 1 januari 2025. 4 Het geschil 4.1. [eiseres] vordert dat AWS wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 1.237,53 vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 999,37 vanaf 9 mei 2025 tot de dag van betaling en met veroordeling van AWS in de kosten van de procedure, vermeerderd met wettelijke rente. 4.2. AWS voert verweer. AWS concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres], dan wel tot afwijzing van de vordering van [eiseres], met veroordeling van [eiseres] in de kosten van deze procedure. 4.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 5 De beoordeling Overeenkomst 5.1. AWS voert aan de overeenkomst van 17 december 2012 destijds niet ontvangen en niet getekend te hebben. AWS verbindt aan die stelling echter geen rechtsgevolgen en betwist niet (althans onvoldoende) dat de overeenkomst van 17 december 2012, behoudens de prijs, dezelfde afspraken kent als de getekende overeenkomst van 29 juni 2011. De kantonrechter gaat er dan ook vanuit dat AWS gebonden is aan de voorwaarden als vermeld in de overeenkomst van 17 december 2012. [eiseres] kon en mocht daar ook vanuit gaan gezien de eerder door AWS getekende overeenkomst. 5.2. Kern van het geschil is tussen partijen of de overeenkomst tussen partijen al in augustus 2024 is beëindigd door ontbinding of opzegging door AWS. Ontbinding? 5.3. AWS beroept zich op ontbinding van de overeenkomst. Voor een rechtsgeldig beroep op ontbinding dient er allereerst sprake te zijn van een tekortkoming van [eiseres]. AWS stelt dat de tekortkoming van [eiseres] eruit bestaat dat zij te vroeg bleef ledigen en ze niet voornemens was het ledigingstijdstip aan te passen waardoor zij zonder ingebrekestelling in verzuim is. 5.4. [eiseres] betwist dat AWS de overeenkomst kon ontbinden omdat er geen afspraken zijn gemaakt over het tijdstip van ledigen of over overlast. [eiseres] stelt dat zij geprobeerd heeft haar werkzaamheden aan te passen aan de wensen van AWS, maar zich steeds gehouden heeft aan afspraken uit de overeenkomst. 5.5. De kantonrechter stelt vast dat in de overeenkomst niets is vermeld over het niet mogen veroorzaken van overlast bij ledigen of het tijdstip van ledigen. [eiseres] was het dan ook toegestaan in de vroege ochtend te ledigen, wat kennelijk met enige regelmaat voorkwam. De kantonrechter kan zich voorstellen dat AWS problemen had met ledigen voor 7 uur ’s ochtends omdat zij in een woonwijk gevestigd is, maar hierover had AWS dan nieuwe afspraken met [eiseres] moeten maken en die zijn niet gemaakt. Er is van de zijde van [eiseres] enkel toegezegd zoveel mogelijk rekening te houden met het ledigingstijdstip. Omdat geen sprake is van een tekortkoming van [eiseres] kan AWS zich niet beroepen op ontbinding van de overeenkomst. Opzegging? 5.6. AWS voert daarnaast aan dat opzegging tot een beëindiging in augustus 2024 leidt omdat zij al in februari 2024 aan [eiseres] kenbaar had gemaakt de overeenkomst te willen beëindigen. De overeenkomst vermeldt echter dat opzegging drie maanden voor het einde van de contractdatum dient plaats te vinden. Hierdoor heeft AWS de overeenkomst (met haar berichten aan [eiseres] vanaf februari 2024) eerst per 1 januari 2025 kunnen opzeggen. Uit coulance heeft [eiseres] ingestemd met beëindiging per 1 oktober 2024. Opzegtermijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? 5.7. AWS beroept zich erop dat de opzegtermijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. 5.8.