Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2025-12-24
ECLI:NL:RBZWB:2025:9316
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Breda Zaaknummer: 11750753 \ CV EXPL 25-2047 Vonnis van 24 december 2025 in de zaak van Amvest RCF Custodian B.V. te Amsterdam eisende partij hierna te noemen: Amvest gemachtigde: mr. M.J. Schapendonk tegen [gedaagde] te [plaats] gedaagde partij hierna te noemen: [gedaagde] procederend in persoon De zaak in het kort In deze zaak vordert een verhuurder dat een huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de op basis van die overeenkomst gehuurde woning. Dat doet de verhuurder op grond van een betalingsachterstand en op grond van overlast gevend gedrag van de huurder. De kantonrechter beperkt zich in de beoordeling tot de betalingsachterstand en wijst de vorderingen toe. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 2 juli 2025; - de e-mail van [gedaagde] van 30 augustus 2025 met 1 bijlage; - de e-mail van [gedaagde] van 21 oktober 2025 met 3 bijlagen; - de akte van Amvest houdende wijziging van eis, met producties 11 t/m 16; - de mondelinge behandeling van de zaak op 23 oktober 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt; - de beslissing van de wrakingskamer van 2 december 2025. 1.2. Omdat met het sluiten van de mondelinge behandeling het debat tussen partijen is geëindigd kan de inhoud van de e-mails die [gedaagde] nadien nog aan de rechtbank heeft toegezonden niet in de beoordeling van de zaak worden betrokken. 2 De feiten 2.1. Amvest verhuurt met ingang van 1 september 2024 aan [gedaagde] de zelfstandige woonruimte met berging en een parkeerplaats aan het [adres] in [plaats] (hierna: het gehuurde). Op de schriftelijk aangegane huurovereenkomst zijn de Algemene bepalingen huurovereenkomst woonruimte (hierna: de Algemene bepalingen) van toepassing. 2.2. De huurprijs, inclusief een voorschotbedrag voor servicekosten, bedroeg tot en met de maand juni 2025 € 1.230,00 per maand. Vanaf juli 2025 is dit € 1.278,18. Het bedrag is steeds bij vooruitbetaling verschuldigd op uiterlijk de eerste dag van elke maand. 2.3. Namens Amvest treedt VB&T Vastgoedmanagement B.V. (hierna: VB&T ) op als beheerder van de appartementencomplex waarvan het gehuurde deel uitmaakt. 2.4. [gedaagde] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Onder meer op 18 maart 2025 heeft VB&T [gedaagde] aangemaand om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen. Tevens is in die brief de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten aangezegd voor het geval dat [gedaagde] niet aan zijn betalingsverplichting zou voldoen. 2.5. Op 20 maart 2025 heeft VB&T ten aanzien van [gedaagde] aan de gemeente Breda een melding gedaan als bedoeld in artikel 2 van het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening. 2.6. In de eerste maanden van 2025 heeft VB&T meerdere meldingen van omwonenden van [gedaagde] ontvangen aangaande hinderlijk parkeren, (geluids)overlast, vernieling, intimiderend gedrag, stalking en mishandeling door hem. 2.7. In haar brief van 18 maart 2025 verzocht c.q. sommeerde VB&T [gedaagde] de reeds eerder geconstateerde en met hem besproken overlast die ten gevolge van zijn gedragingen door omwonenden wordt ervaren te staken en zich te gedragen zoals een goed huurder betaamt. In een e-mail van 30 mei 2025 heeft VB&T [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor schade als gevolg van vernielingen. 2.8. In september 2025 ontving VB&T van omwonenden meldingen van overlast door [gedaagde] , onder andere doordat hij vanaf zijn balkon servies op straat kapot zou hebben gegooid, het complex met gekookt voedsel zou hebben bevuild, in de garage zou urineren en zich zou ontlasten, deurklinken verwijderd en met opzet de lift zou ontregelen. 3 Het geschil 3.1. Amvest vordert, na wijziging van eis, – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 7.218,06 aan huurachterstand met nevenvorderingen. 3.2. Amvest legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is in zijn Aangezien [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf) moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incasso-kosten. Amvest heeft op 18 maart 2025 aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het daarin voor incassokosten aangezegde bedrag was berekend met inachtneming van de toen openstaande hoofdsom (€ 2.460,00). Omdat Amvest een van btw vrijgestelde prestatie heeft verricht, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 446,49 worden toegewezen. 4.8. De kantonrechter heeft vastgesteld dat Amvest heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening. 4.9. Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter het volgende. Een huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. 4.10. Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand 3 maanden. Daarna is de huurachterstand per saldo opgelopen en bedraagt die inmiddels ruim 5 maanden. Enig perspectief op spoedige betaling van de gehele achterstand heeft [gedaagde] ter zitting niet kunnen geven. De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. In een e-mail van 17 oktober 2025 aan VB&T heeft [gedaagde] nog aangevoerd dat mede door de in zijn ogen gebrekkige dienstverlening van VB&T en het uitblijven van (een) adequate reactie(s) op zijn klachten, hij in financiële problemen is gekomen en hij het daarom niet redelijk en niet rechtmatig vindt dat van hem volledige huurbetaling wordt geëist. Daaromtrent overweegt de kantonrechter dat zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet valt in te zien hoe (een) reactie(s) van VB&T op [gedaagde] ’ mededelingen en klachten bij hem financiële problemen hebben veroorzaakt, zodanig dat hij al vanaf februari 2025 niet in staat lijkt de huur tijdig en volledig te voldoen. Bovendien schreef [gedaagde] in een andere e-mail van 30 augustus 2025 aan de kantonrechter dat hij een bijstandsuitkering moest aanvragen omdat zijn voormalige werkgever niet op een professionele manier afscheid van hem had genomen. Financiële problemen als gevolg van het ontbreken van een inkomen kan [gedaagde] aan Amvest of VB&T niet verwijten. 4.11. De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. De door Amvest eveneens aan deze vordering ten grondslag gelegde overlast vanwege [gedaagde] en waartegen [gedaagde] verweer voert, behoeft thans geen inhoudelijke beoordeling. Om vast te kunnen stellen dat (ook) de gedragingen van [gedaagde] voldoende grond bieden om de huurovereenkomst te ontbinden en hem tot ontruiming van het gehuurde te veroordelen is nadere bewijslevering noodzakelijk, niettegenstaande dat wel vast staat dat [gedaagde] door de politierechter is veroordeeld voor een strafbaar feit waarvan een medebewoner van het complex slachtoffer was. 4.12. [gedaagde] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van dit vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termij