Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-12-22
ECLI:NL:RBZWB:2025:9171
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,554 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/1913
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
De Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het uitblijven van een beslissing op het verzoek om herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een (ex-)werkneemster op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet Wia).
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. In de Awb is de verplichting opgenomen om een schriftelijke machtiging te overleggen. Deze machtiging is overgelegd. Omdat de machtiging ziet op een bedrijf is door de griffier gevraagd bij brief van 11 april 2025 om een uittreksel uit het handelsregister van [eiseres] BV waaruit blijkt wie als bevoegd bestuurder gerechtigd is beroep in te stellen. Bij aangetekende brief van 13 juni 2025 is de gemachtigde van eiseres medegedeeld dat op het eerdere verzoek geen reactie is ontvangen. De gemachtigde van eiseres is verzocht om binnen twee weken alsnog een schriftelijke reactie toe te sturen. Verder is er in deze brief op gewezen dat indien er van deze gelegenheid geen gebruik wordt gemaakt, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren.
3. De rechtbank stelt vast dat in reactie op deze brief een aantal stukken zijn overgelegd, maar niet het gevraagde uittreksel van eiseres. Dit betekent dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Daarom zal de rechtbank de zaak zonder behandeling ter zitting afdoen.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 22 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
Rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2025:9171 text/xml public 2025-12-30T11:12:47 2025-12-22 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2025-12-22 25/1913 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Breda Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:9171 text/html public 2025-12-29T13:19:51 2025-12-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2025:9171 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 22-12-2025 / 25/1913 Beroep tegen het uitblijven van een beslissing; verzocht om uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel; niet het juiste uittreksel overgelegd; beroep niet-ontvankelijk verklaard. RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/1913 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaak tussen [eiseres] B.V., uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: [gemachtigde] ), en De Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het uitblijven van een beslissing op het verzoek om herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een (ex-)werkneemster op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet Wia). 1.1. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. In de Awb is de verplichting opgenomen om een schriftelijke machtiging te overleggen. Deze machtiging is overgelegd. Omdat de machtiging ziet op een bedrijf is door de griffier gevraagd bij brief van 11 april 2025 om een uittreksel uit het handelsregister van [eiseres] BV waaruit blijkt wie als bevoegd bestuurder gerechtigd is beroep in te stellen. Bij aangetekende brief van 13 juni 2025 is de gemachtigde van eiseres medegedeeld dat op het eerdere verzoek geen reactie is ontvangen. De gemachtigde van eiseres is verzocht om binnen twee weken alsnog een schriftelijke reactie toe te sturen. Verder is er in deze brief op gewezen dat indien er van deze gelegenheid geen gebruik wordt gemaakt, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren. 3. De rechtbank stelt vast dat in reactie op deze brief een aantal stukken zijn overgelegd, maar niet het gevraagde uittreksel van eiseres. Dit betekent dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Daarom zal de rechtbank de zaak zonder behandeling ter zitting afdoen. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 22 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier Rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.