Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-12-18
ECLI:NL:RBZWB:2025:9066
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,716 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/5543
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
(gemachtigde: ir. [gemachtigde] ),
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 12 juni 2024 over de bij beschikking opgelegde verzuimboete bij de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2021 met [aanslagnummer] H.16.01.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk gegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. Belanghebbende heeft op 15 juli 2024 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. Op 2 september 2024 heeft de inspecteur zijn verweerschrift ingediend.
2.1
De inspecteur heeft in het verweerschrift het standpunt ingenomen dat hij van mening is de verzuimboete terecht is opgelegd wegens het te laat indienen van de aangifte, maar dat hij wegens de specifieke omstandigheden van het geval heeft besloten de verzuimboete alsnog te laten vervallen. De inspecteur concludeert dat het beroep om die reden gegrond dient te worden verklaard.
2.2
De rechtbank volgt de conclusie van de inspecteur. De gronden van belanghebbende behoeven daarom geen behandeling meer. Omdat de rechtbank niet beschikt over stukken waarbij de verzuimboete daadwerkelijk is vernietigd, zal de rechtbank zekerheidshalve zelf hiertoe overgaan. Nu dat het verzuimboete wordt vernietigd, moet het beroep kennelijk gegrond worden verklaard.
2.3
Omdat het beroep kennelijk gegrond is, moet de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. Belanghebbende heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de uitspraak op bezwaar;
vernietigt de verzuimboete opgelegd bij de aanslag IB/PVV 2021;
bepaalt dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 51,00 aan deze vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 18 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Volledig
ECLI:NL:RBZWB:2025:9066 text/xml public 2025-12-23T11:19:53 2025-12-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2025-12-18 BRE 24/5543 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Breda Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:9066 text/html public 2025-12-23T11:19:29 2025-12-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2025:9066 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-12-2025 / BRE 24/5543 8:54, beroep gegrond RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 24/5543 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende (gemachtigde: ir. [gemachtigde] ), en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. Inleiding 1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 12 juni 2024 over de bij beschikking opgelegde verzuimboete bij de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over het jaar 2021 met [aanslagnummer] H.16.01. 1.1. Omdat het beroep kennelijk gegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank 2. Belanghebbende heeft op 15 juli 2024 beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. Op 2 september 2024 heeft de inspecteur zijn verweerschrift ingediend. 2.1 De inspecteur heeft in het verweerschrift het standpunt ingenomen dat hij van mening is de verzuimboete terecht is opgelegd wegens het te laat indienen van de aangifte, maar dat hij wegens de specifieke omstandigheden van het geval heeft besloten de verzuimboete alsnog te laten vervallen. De inspecteur concludeert dat het beroep om die reden gegrond dient te worden verklaard. 2.2 De rechtbank volgt de conclusie van de inspecteur. De gronden van belanghebbende behoeven daarom geen behandeling meer. Omdat de rechtbank niet beschikt over stukken waarbij de verzuimboete daadwerkelijk is vernietigd, zal de rechtbank zekerheidshalve zelf hiertoe overgaan. Nu dat het verzuimboete wordt vernietigd, moet het beroep kennelijk gegrond worden verklaard. 2.3 Omdat het beroep kennelijk gegrond is, moet de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. Belanghebbende heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt de uitspraak op bezwaar; vernietigt de verzuimboete opgelegd bij de aanslag IB/PVV 2021; bepaalt dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 51,00 aan deze vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 18 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier, De rechter, De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld. Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.