Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2025-11-05
ECLI:NL:RBZWB:2025:8853
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Middelburg Zaaknummer: C/02/441476 / FA RK 25-5627 Datum uitspraak: 5 november 2025 Beschikking voortzetting inbewaringstelling op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1936 in [plaats] , hierna te noemen: betrokkene, wonende in [plaats] , thans verblijvende in [verpleeghuis] , advocaat: mr. M. Kalle uit Middelburg. 1 Het verloop van de procedure 1.1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen van 3 november 2025, binnengekomen bij de rechtbank op 3 november 2025. 1.2. De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 november 2025. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; [arts] , arts; een verzorgster van betrokkene. 2 Wat vaststaat 2.1. Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in [verpleeghuis] . De burgemeester van de gemeente Veere heeft het besluit tot het verlenen van de inbewaringstelling op 31 oktober 2025 genomen. 3 Het verzoek 3.1. Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken. 4 De standpunten 4.1. Betrokkene vertelt dat hij niet weet dat hij nu bij [verpleeghuis] verblijft. Tot slot geeft betrokkene aan dat hij nog nooit van de diagnose dementie heeft gehoord, maar dat hij het wel herkent dat hij niet goed meer voor zichzelf kan zorgen. Betrokkene oogt suf. 4.2. De advocaat licht toe dat hij bij betrokkene langs is geweest, maar dat betrokkene afwezig was door de medicatie. De advocaat heeft wel gesproken met de neef en de nicht van betrokkene. Er is voldaan aan alle juridische voorwaarden. Er is sprake van een vermoeden van een stoornis, welke leidt tot direct ernstig nadeel. Ook is er geen alternatief. Dit maakt dat de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank refereert. 4.3. De arts licht toe dat betrokkene pas een paar dagen op de huidige afdeling verblijft. Daarvoor was betrokkene opgenomen op een andere locatie middels een artikel 21 Wzd-besluit. Echter, betrokkene werd daar onverwacht verbaal en fysiek onrustig. Dit maakt dat betrokkene is overgeplaatst naar de huidige afdeling. De medicatie van betrokkene is iets afgebouwd, maar dit zorgde voor een terugkeer van de achterdocht en een weigering van de medicatie. Het is de bedoeling om opnieuw goed te kijken naar (een afbouw van) de medicatie van betrokkene. Ook zal worden bezien wat nodig is om hem de juiste zorg te leveren en wat de juiste plek voor hem is. Betrokkene is al langere tijd bekend met dementie en achterdocht. Hij kreeg in de thuissituatie driemaal per dag hulp van de thuiszorg. Ook zorgde het nichtje van betrokkene voor hem. Desondanks deze zorg ging het thuis niet meer. Betrokkene heeft sturing nodig bij het eten, de zelfzorg en het innemen van medicatie. Dit maakt een opname noodzakelijk binnen een wzd-accommodatie. Er is in de huidige instelling immers meer expertise om om te gaan met het gedrag van betrokkene. 4.4. De verzorgster van betrokkene geeft aan dat betrokkene een zeer lange tijd op een boerderij heeft gewoond. Het netwerk van betrokkene woont daar nog steeds. Tot slot licht de verzorgster toe dat betrokkene vaak valt, omdat hij denkt dat hij nog autonoom is. 5 De beoordeling 5.1. De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 5.2. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Bij betrokkene is sprake van hevige fysieke en verbale onrust. Daarnaast laat betrokkene in toenemende mate agressie zien richting deuren en zorgverleners. Ook valt betrokkene veel en heeft hij sturing nodig bij het eten, de