Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-11-27
ECLI:NL:RBZWB:2025:8523
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
4,860 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/441562 / FA RK 25-5679
Datum uitspraak: 27 november 2025
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1947 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
thans verblijvende in de [accommodatie] , [locatie] te [plaats] ,
advocaat mr. J. Nederlof uit Tilburg.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 5 november 2025;
aanvullende bijlagen vanuit [accommodatie] , binnen gekomen bij de rechtbank op 24 november 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 november 2025 in de accommodatie waar betrokkene momenteel verblijft. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
mevrouw [naam 1] , GZ-psycholoog
mevrouw [naam 2] , afdelingsarts;
[naam 3] , verpleegkundige;
mevrouw [naam 4] , echtgenote.
1.3.
Tijdens de zitting is voor de advocaat gebleken dat de stukken incompleet waren. De rechter heeft daarom besloten om op 27 november 2025 schriftelijk uitspraak te doen, nadat een compleet verzoekschrift met de aanvullende stukken is overgelegd. Dit valt binnen de beslistermijn van de rechtbank. Hieronder volgt het besluit van de rechtbank.
2Het verzoek
2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
3De standpunten
3.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat hij het oneens is met zijn opname en dat hij van mening is dat dit onterecht op hem is afgerekend. Hij erkent dat hij tijdelijk te veel alcohol heeft gedronken, maar geeft aan dat dit niet representatief is voor zijn huidige situatie. Betrokkene stelt dat hij door het alcoholgebruik een deel van zijn geestelijke vermogen heeft verloren, maar dat dit geen reden vormt om hem op die manier te behandelen.
3.2.
De GZ-psycholoog verklaart dat betrokkene in de vorige accommodatie op de afdeling voor ernstig probleemgedrag is verbleven. Destijds werd er aan de instelling een crisisbericht gestuurd waarin stond vermeld dat drie medewerkers nodig waren om betrokkene naar de grond te brengen. Binnen de huidige instelling wordt geprobeerd vroegtijdig signalen op te vangen wanneer er wordt gedacht dat betrokkene dreigt te escaleren. Daarnaast is de medicatie van betrokkene in de loop van afgelopen maanden aangepast. In september heeft betrokkene meerdere suïcidepogingen gedaan, het team zag deze pogingen niet aankomen, terwijl gedragsmatige escalaties normaal gesproken wel voorspelbare aanleidingen hebben. Ook kon betrokkene zich deze pogingen niet meer herinneren. De psychiater, die betrokkene heeft beoordeeld en de psycholoog heeft gesproken, zag een vasculair beeld, waarbij betrokkene ook duidelijk aangaf niet te willen verblijven in de accommodatie. Sinds de ophoging van de medicatie zijn er geen suïcidepogingen meer geweest, maar wel suïcide uitingen. De GZ-psychoog voegt hieraan toe dat er in een diagnostisch rapport uit 2023 reeds sprake was van een klinische diagnose vasculaire dementie. Volgens de psycholoog is het huidige beeld verslechterd ten opzichte van het eerdere onderzoek.
3.3.
De echtgenote van betrokkene verklaart dat zij het niet eens is met de gestelde diagnose. Volgens haar is bij betrokkene sprake van uitgebreide hersenbeschadiging als gevolg van de epileptische aanvallen die hij heeft doorgemaakt; hij heeft destijds tien dagen lang een aanval gehad in het ziekenhuis. Hierdoor worden prikkels in zijn hersenen niet meer adequaat verwerkt, waardoor volgens haar sprake is van een ander ziektebeeld dan dementie. Daarnaast mist zij dat betrokkene voldoende wordt gestimuleerd om zijn eigen taken uit te voeren. Zij ervaart dat betrokkene onvoldoende vrijheid krijgt en dat hij steeds wordt gecorrigeerd wanneer hij geagiteerd reageert. Wel erkent zij dat bij hem de executieve functies en complexe vaardigheden zijn aangedaan. Voorts voert de echtgenote aan dat er geen zorgplan ligt, terwijl dit volgens haar op grond van de wet verplicht is en door de instelling had moeten worden opgesteld.
3.4.
De verpleegkundige verklaart dat inmiddels is begonnen met het aanbieden van dagstructuur. Daarbij wordt gezien dat betrokkene steeds meer hulp nodig heeft, ook vanuit de professionele zorg. Hij is de gehele dag aanwezig op de afdeling, maar heeft intensieve ondersteuning nodig bij de ADL-taken.
3.5.
De afdelingsarts verklaart dat bij betrokkene sprake is geweest van een hematoom, hetgeen heeft geleid tot het ontstaan van epilepsie. Volgens de arts kan een vasculaire dementie nooit volledig met zekerheid worden vastgesteld. Ook geeft de arts aan dat er in het verleden een hersenbloeding is geweest ten gevolge van overmatig alcohol gebruik. Tot slot geeft zij aan dat de suïcidepogingen op elk moment van de dag kunnen optreden, nu betrokkene zeer impulsief is.
Beoordeling
4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk vasculaire dementie en hersenbeschadiging ten gevolge van alcoholmisbruik in het verleden. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de in de medische verklaring gestelde diagnose.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
4.4.
De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat betrokkene ten gevolge van zijn aandoening niet meer in staat is om zelfstandig te functioneren. Betrokkene kampt namelijk met forse agressie en heeft meermaals een suïcidepoging gedaan. Betrokkene heeft een medebewoner op de grond geduwd en geslagen. Daarnaast is hij in het verleden agressief geweest jegens echtgenote. Ook gooit betrokkene met voorwerpen tegen de ruiten en opent hij het raam om te roepen dat de politie moet worden gebeld.
4.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Hij geeft aan niet op de afdeling te willen zijn. Tijdens de zitting is dat ook gebleken. Betrokkene heeft meerdere keren aangegeven onterecht te zijn opgenomen.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Naar het oordeel van de rechtbank is een voortzetting van de opname noodzakelijk, omdat betrokkene 24-uurszorg en begeleiding nodig heeft in een veilige woonomgeving. Er zijn geen minder bezwarende mogelijkheden om het ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank overweegt hierbij dat betrokkene niet kan terugkeren naar huis. In de thuissituatie is geprobeerd om meer hulp in te zetten zoals naar een dagbesteding te gaan, maar betrokkene heeft intensievere zorg nodig die alleen binnen een accommodatie geboden kan worden.
4.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. Zoals verzocht, zal de machtiging worden verleend voor de duur van twee jaren.
Dictum
De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1947 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 mei 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. Gremmen, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2025, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/441562 / FA RK 25-5679
Datum uitspraak: 27 november 2025
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1947 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
thans verblijvende in de [accommodatie] , [locatie] te [plaats] ,
advocaat mr. J. Nederlof uit Tilburg.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 5 november 2025;
aanvullende bijlagen vanuit [accommodatie] , binnen gekomen bij de rechtbank op 24 november 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 november 2025 in de accommodatie waar betrokkene momenteel verblijft. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
mevrouw [naam 1] , GZ-psycholoog
mevrouw [naam 2] , afdelingsarts;
[naam 3] , verpleegkundige;
mevrouw [naam 4] , echtgenote.
1.3.
Tijdens de zitting is voor de advocaat gebleken dat de stukken incompleet waren. De rechter heeft daarom besloten om op 27 november 2025 schriftelijk uitspraak te doen, nadat een compleet verzoekschrift met de aanvullende stukken is overgelegd. Dit valt binnen de beslistermijn van de rechtbank. Hieronder volgt het besluit van de rechtbank.
2Het verzoek
2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
3De standpunten
3.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat hij het oneens is met zijn opname en dat hij van mening is dat dit onterecht op hem is afgerekend. Hij erkent dat hij tijdelijk te veel alcohol heeft gedronken, maar geeft aan dat dit niet representatief is voor zijn huidige situatie. Betrokkene stelt dat hij door het alcoholgebruik een deel van zijn geestelijke vermogen heeft verloren, maar dat dit geen reden vormt om hem op die manier te behandelen.
3.2.
De GZ-psycholoog verklaart dat betrokkene in de vorige accommodatie op de afdeling voor ernstig probleemgedrag is verbleven. Destijds werd er aan de instelling een crisisbericht gestuurd waarin stond vermeld dat drie medewerkers nodig waren om betrokkene naar de grond te brengen. Binnen de huidige instelling wordt geprobeerd vroegtijdig signalen op te vangen wanneer er wordt gedacht dat betrokkene dreigt te escaleren. Daarnaast is de medicatie van betrokkene in de loop van afgelopen maanden aangepast. In september heeft betrokkene meerdere suïcidepogingen gedaan, het team zag deze pogingen niet aankomen, terwijl gedragsmatige escalaties normaal gesproken wel voorspelbare aanleidingen hebben. Ook kon betrokkene zich deze pogingen niet meer herinneren. De psychiater, die betrokkene heeft beoordeeld en de psycholoog heeft gesproken, zag een vasculair beeld, waarbij betrokkene ook duidelijk aangaf niet te willen verblijven in de accommodatie. Sinds de ophoging van de medicatie zijn er geen suïcidepogingen meer geweest, maar wel suïcide uitingen. De GZ-psychoog voegt hieraan toe dat er in een diagnostisch rapport uit 2023 reeds sprake was van een klinische diagnose vasculaire dementie. Volgens de psycholoog is het huidige beeld verslechterd ten opzichte van het eerdere onderzoek.
3.3.
De echtgenote van betrokkene verklaart dat zij het niet eens is met de gestelde diagnose. Volgens haar is bij betrokkene sprake van uitgebreide hersenbeschadiging als gevolg van de epileptische aanvallen die hij heeft doorgemaakt; hij heeft destijds tien dagen lang een aanval gehad in het ziekenhuis. Hierdoor worden prikkels in zijn hersenen niet meer adequaat verwerkt, waardoor volgens haar sprake is van een ander ziektebeeld dan dementie. Daarnaast mist zij dat betrokkene voldoende wordt gestimuleerd om zijn eigen taken uit te voeren. Zij ervaart dat betrokkene onvoldoende vrijheid krijgt en dat hij steeds wordt gecorrigeerd wanneer hij geagiteerd reageert. Wel erkent zij dat bij hem de executieve functies en complexe vaardigheden zijn aangedaan. Voorts voert de echtgenote aan dat er geen zorgplan ligt, terwijl dit volgens haar op grond van de wet verplicht is en door de instelling had moeten worden opgesteld.
3.4.
De verpleegkundige verklaart dat inmiddels is begonnen met het aanbieden van dagstructuur. Daarbij wordt gezien dat betrokkene steeds meer hulp nodig heeft, ook vanuit de professionele zorg. Hij is de gehele dag aanwezig op de afdeling, maar heeft intensieve ondersteuning nodig bij de ADL-taken.
3.5.
De afdelingsarts verklaart dat bij betrokkene sprake is geweest van een hematoom, hetgeen heeft geleid tot het ontstaan van epilepsie. Volgens de arts kan een vasculaire dementie nooit volledig met zekerheid worden vastgesteld. Ook geeft de arts aan dat er in het verleden een hersenbloeding is geweest ten gevolge van overmatig alcohol gebruik. Tot slot geeft zij aan dat de suïcidepogingen op elk moment van de dag kunnen optreden, nu betrokkene zeer impulsief is.
Beoordeling
4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk vasculaire dementie en hersenbeschadiging ten gevolge van alcoholmisbruik in het verleden. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de in de medische verklaring gestelde diagnose.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
4.4.
De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat betrokkene ten gevolge van zijn aandoening niet meer in staat is om zelfstandig te functioneren. Betrokkene kampt namelijk met forse agressie en heeft meermaals een suïcidepoging gedaan. Betrokkene heeft een medebewoner op de grond geduwd en geslagen. Daarnaast is hij in het verleden agressief geweest jegens echtgenote. Ook gooit betrokkene met voorwerpen tegen de ruiten en opent hij het raam om te roepen dat de politie moet worden gebeld.
4.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Hij geeft aan niet op de afdeling te willen zijn. Tijdens de zitting is dat ook gebleken. Betrokkene heeft meerdere keren aangegeven onterecht te zijn opgenomen.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Naar het oordeel van de rechtbank is een voortzetting van de opname noodzakelijk, omdat betrokkene 24-uurszorg en begeleiding nodig heeft in een veilige woonomgeving. Er zijn geen minder bezwarende mogelijkheden om het ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank overweegt hierbij dat betrokkene niet kan terugkeren naar huis. In de thuissituatie is geprobeerd om meer hulp in te zetten zoals naar een dagbesteding te gaan, maar betrokkene heeft intensievere zorg nodig die alleen binnen een accommodatie geboden kan worden.
4.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. Zoals verzocht, zal de machtiging worden verleend voor de duur van twee jaren.
Dictum
De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1947 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 mei 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. Gremmen, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2025, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.