Rechtspraak Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2025-08-29
ECLI:NL:RBZWB:2025:7818
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Bergen op Zoom zaaknummer.: 11310538 \ MB VERZ 24-716 CJIB-nummer: [cjib-nummer] uitspraakdatum: 29 augustus 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] B.V. adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach (Verkeersboete.nl) Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 29 augustus 2025. Namens de officier van justitie, werkzaam bij het CVOM te Utrecht (hierna: zittingsvertegenwoordiger), is wegens verhindering niemand verschenen. In plaats daarvan is schriftelijk een standpunt ingenomen. Betrokkene is niet verschenen. Als gemachtigde is verschenen [gemachtigde] . De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: tegen de verplichte rijrichting inrijden (bord C4, eenrichtingsweg) op de Dokter Brabersstraat te Roosendaal op 13 juli 2023 om 15:28 uur. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de verbalisant die in deze zaak is aangesteld een boa betreft. Daarbij verwijst gemachtigde voor de bevoegdheid naar de Regeling Domeinlijsten Boa. Het verkeersbesluit ten aanzien van de instelling van het bord C4 op de pleeglocatie is onvindbaar. Er kan niet zonder meer worden volgehouden dat aan de instelling van het bord C4 een rechtmatig belang ligt, nu er überhaupt geen verkeersbesluit is gepubliceerd. Voorts was de bebording niet goed zichtbaar, omdat deze zat verstopt achter een container en beplantingen. Door de container kon het bord vanuit de rijrichting van betrokkene niet goed worden waargenomen. Daarnaast zorgt de plaatsing van de beplanting ook voor een verminderde zichtbaarheid van het bord C4. Gemachtigde verwijst verder naar artikel 5 Wahv en stelt dat er een reële mogelijkheid tot staandehouding bestond, zodat ten onrechte is bekeurd op kenteken. De door de verbalisant gegeven verklaring is volgens gemachtigde onvoldoende om af te zien van een staandehouding. Gemachtigde verwijst hiervoor naar uitspraken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat de redelijke termijn is overschreden, waardoor subsidiair verzocht wordt om de boete met 25% te matigen. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en de boete met 25% te matigen omdat de redelijke termijn is overschreden. Overwegingen Inhoudelijk De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet in wat gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Daarbij is de bevoegdheid van de verbalisant het uitgangspunt. Het verkeersbesluit is verder niet beslissend als het gaat om de geldigheid van de bebording. Van een belemmering van de zichtbaarheid is volgens het zaakoverzicht evenmin niet gebleken. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de verbalisant de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een boete kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd. Volgens het zaakoverzicht heeft de verbalisant afgezien van de staandehouding omdat de bestuurder doorreed en zic