Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-10-03
ECLI:NL:RBZWB:2025:6950
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Wraking
920 tokens
Dictum
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van:
drs. [verzoeker] M.Sc,
te [plaats],
verder ook te noemen verzoeker.
1Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit:
de processtukken zoals opgenomen in het dossier van de rechtbank in de hoofdzaak met zaaknummer 11492949 CV EXPL 25-335;
de processtukken zoals opgenomen in het wrakingsdossier met nummer C/02/439367 HA RK 25-206;
Dictum
het wrakingsverzoek, ontvangen op 18 september 2025;
de berichten van de gewraakte rechters van 23 september 2025 en van
29 september 2025 waaruit blijkt dat zij niet in de wraking berusten.
2Het verzoek
2.1.
Het verzoek strekt tot wraking van mr. Peters, mr. Broeders en mr. Sterk, hierna te noemen de rechters, in hun hoedanigheid van rechters van de wrakingskamer die heeft beslist op het verzoek van verzoeker in bovengenoemd wrakingsdossier.
2.2.
De rechters berusten niet in het wrakingsverzoek.
3De gronden van het verzoek
De wrakingskamer maakt uit het verzoek van verzoeker op dat hij de wrakingskamer partijdig vindt omdat hij de ontvangstbevestiging pas een week na de dagtekening ontving. In deze brief is vermeld dat hij binnen twee dagen na dagtekening zijn verhinderdata kenbaar moest maken voor het geval er een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek zou plaatsvinden. Verzoeker acht deze termijn te kort en niet haalbaar als dergelijke stukken via de post verstuurd worden. Verder stelt verzoeker dat de wrakingskamer niets heeft vermeld over een door hem gestelde beledigende escapade van de behandelend rechter.
Beoordeling
4.1.
Op grond van artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
4.2.
Hieruit vloeit voort dat wraking alleen mogelijk is zolang een zaak nog door de betreffende rechter wordt behandeld. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om een rechter te wraken wanneer de behandeling van een zaak al is geëindigd door het geven van een beslissing. Aangezien het huidige verzoek tot wraking van de wrakingskamer is ingediend nadat de wrakingskamer een beslissing heeft gegeven op het eerdere wrakingsverzoek, is het verzoek te laat gedaan.
4.3.
Dit leidt tot de conclusie dat het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk dient te worden verklaard en dat de wrakingskamer afziet van een mondelinge behandeling van het verzoek, overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, tweede lid, sub d, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, ga naar: rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakingsprotocol).
Dictum
De rechtbank:
verklaart het verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven op 3 oktober 2025 door mr. Breeman, mr. Luijks en mr. Van de Sande, en op dezelfde dag uitgesproken in tegenwoordigheid van
mr. Rockx, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier, voorzitter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.