Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-10-15
ECLI:NL:RBZWB:2025:6949
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,563 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/437828 / JE RK 25-1320
Datum uitspraak: 15 oktober 2025
Nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,
gevestigd te Middelburg,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedag] 2022 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.P. Kapteijn te Middelburg,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats].
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg van 19 september 2025 en alle daarin genoemde en opgenomen stukken;
het bericht van mr. Kapteijn, ontvangen op 1 oktober 2025;
het bericht van de GI, ontvangen op 9 oktober 2025;
het bericht van de vader, ontvangen op 14 oktober 2025.
Feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
2.2.
[minderjarige] woont bij de moeder.
2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 20 september 2024 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 20 september 2025.
2.4.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 19 september 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd voor de duur van één maand, te weten tot 20 oktober 2025 en onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek.
3Het verzoek
3.1.
De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Thans ligt nog voor het verzoek om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van vijf maanden, te weten tot 20 maart 2026.
Beoordeling
4.1.
De zitting over het resterende deel van het verzoek van de GI stond gepland op 15 oktober 2025 om 09.00 uur. Mr. Kapteijn heeft bij bericht van 1 oktober 2025 laten weten dat de moeder geen verweer voert tegen het verzoek en dat de zaak schriftelijk kan worden afgedaan. Uit het bericht van de vader van 14 oktober 2025 volgt dat ook de vader instemt met de verlenging van de ondertoezichtstelling en dat de zaak schriftelijk kan worden afgedaan. Ook de GI heeft laten weten dat zij akkoord zijn met de schriftelijke afdoening van het verzoek. Op basis van de overgelegde stukken en de instemmingen van de GI, (de advocaat van) de moeder en de vader vindt de kinderrechter een zitting niet nodig.
4.2.
Op grond van de stukken stelt de kinderrechter vast dat er nog steeds concrete bedreigingen in de ontwikkeling van [minderjarige] zijn, zoals vermeld in het verzoekschrift. Gelet hierop is voldaan aan de grond voor de ondertoezichtstelling als bedoeld in artikel 1:255, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW). Hoewel de ouders positieve stappen hebben gezet in de onderlinge communicatie en het maken van vaste afspraken, is de ondertoezichtstelling nodig om de komende maanden te monitoren hoe de ouders zich aan de afspraken houden en om het gedrag van [minderjarige] te observeren. Daarnaast zal de individuele hulpverlening voor de vader moeten worden gemonitord. Daarom zal de kinderrechter het resterende deel van het verzoek toewijzen en de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van vijf maanden verlengen, te weten met ingang van 20 oktober 2025 en tot 20 maart 2026 (artikel 1:260, eerste lid, BW).
4.3.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.
Dictum
De kinderrechter:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 20 oktober 2025 en tot 20 maart 2026;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Verschoor-Bergsma, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. Vork als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.