Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-10-15
ECLI:NL:RBZWB:2025:6945
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,450 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/2652
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats], eiser
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van het UWV van 31 januari 2024. Bij dit besluit is het bezwaar van eiser tegen de beslaglegging op zijn Werkloosheidswetuitkering in opdracht van Belastingsamenwerking West Brabant op grond van de Invorderingswet ongegrond verklaard.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 51,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Beroep op betalingsonmacht
4. Eiser heeft in zijn beroepschrift van 27 februari 2024 een beroep op betalingsonmacht gedaan. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 27 september 2024 eiser verzocht om het meegezonden formulier in te vullen en gegevens over zijn inkomen en vermogen in te dienen. Aangezien deze brief naar een incorrecte postcode is verzonden, heeft de griffier bij aangetekend verzonden brief van 17 oktober 2024 eiser nogmaals in de gelegenheid gesteld om de gevraagde gegevens in te dienen. De enveloppen waarin deze twee aangetekende brieven zijn verzonden, zijn ongeopend terugontvangen met de vermeldingen “niet afgehaald” en “geweigerd”. Op 28 november 2024 heeft de griffier de brieven nogmaals aan eiser toegezonden per e-mail met het verzoek om het formulier en gevraagde gegevens binnen twee weken naar de rechtbank te sturen. Eiser heeft hierop niet gereageerd. De griffier heeft vervolgens het beroep op betalingsonmacht bij brief van 11 februari 2025 afgewezen, omdat eiser niet heeft aangetoond dat hij aan de criteria voor betalingsonmacht voldoet.
Heeft eiser het griffierecht tijdig betaald?
5. De griffier heeft vervolgens eerst bij gewone brief en vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 13 maart 2025 eiser in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van zowel de eerste brief als de tweede (aangetekende) brief.
6. Eiser heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
7. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Conclusie
8. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van L.J. Sijtsma, griffier, op 15 oktober 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/2652
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 oktober 2025 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats], eiser
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van het UWV van 31 januari 2024. Bij dit besluit is het bezwaar van eiser tegen de beslaglegging op zijn Werkloosheidswetuitkering in opdracht van Belastingsamenwerking West Brabant op grond van de Invorderingswet ongegrond verklaard.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 51,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Beroep op betalingsonmacht
4. Eiser heeft in zijn beroepschrift van 27 februari 2024 een beroep op betalingsonmacht gedaan. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 27 september 2024 eiser verzocht om het meegezonden formulier in te vullen en gegevens over zijn inkomen en vermogen in te dienen. Aangezien deze brief naar een incorrecte postcode is verzonden, heeft de griffier bij aangetekend verzonden brief van 17 oktober 2024 eiser nogmaals in de gelegenheid gesteld om de gevraagde gegevens in te dienen. De enveloppen waarin deze twee aangetekende brieven zijn verzonden, zijn ongeopend terugontvangen met de vermeldingen “niet afgehaald” en “geweigerd”. Op 28 november 2024 heeft de griffier de brieven nogmaals aan eiser toegezonden per e-mail met het verzoek om het formulier en gevraagde gegevens binnen twee weken naar de rechtbank te sturen. Eiser heeft hierop niet gereageerd. De griffier heeft vervolgens het beroep op betalingsonmacht bij brief van 11 februari 2025 afgewezen, omdat eiser niet heeft aangetoond dat hij aan de criteria voor betalingsonmacht voldoet.
Heeft eiser het griffierecht tijdig betaald?
5. De griffier heeft vervolgens eerst bij gewone brief en vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 13 maart 2025 eiser in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van zowel de eerste brief als de tweede (aangetekende) brief.
6. Eiser heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
7. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Conclusie
8. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van L.J. Sijtsma, griffier, op 15 oktober 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.