Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-10-10
ECLI:NL:RBZWB:2025:6890
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,069 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/4244
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 oktober 2025 op het verzet van
erven van [belanghebbende], belanghebbende
tegen de uitspraak van de rechtbank van 15 september 2023 in het geding tussen
belanghebbende
en
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.
Inleiding
1. Deze uitspraak op het verzet van belanghebbende gaat over de uitspraak van de rechtbank van 15 september 2023 waarin de rechtbank het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep ziet op de aanslag erfbelasting met [aanslagnummer].
1.1.
Belanghebbende heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.
Beoordeling
Vooraf
2. De rechtbank heeft geconstateerd dat de genoemde belanghebbende (erven van [erflater]) in de uitspraak van de rechtbank van 15 september 2023 onjuist is. Uit de door de inspecteur overgelegde informatie blijkt dat de aanslag is opgelegd aan [belanghebbende]. Zij is op 23 januari 2022 overleden. Dit maakt de erven van [belanghebbende] belanghebbende bij deze beroepsprocedure.
Overwegingen
3. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 15 september 2023 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat [naam] geen machtiging heeft overgelegd. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet.
3.1.
[naam] heeft beroep ingesteld inzake de aanslag erfbelasting die is opgelegd aan [belanghebbende] in verband met de nalatenschap van [erflater]. Bij het beroepschrift is geen schriftelijke machtiging meegestuurd. Ook is bij het beroepschrift geen verklaring van erfrecht overgelegd. [naam] voert in verzet aan dat hij namens zichzelf procedeert en daarom geen machtiging nodig heeft.
3.2.
De inspecteur heeft op verzoek van de rechtbank in verzet het bezwaarschrift en de aanslag erfbelasting overgelegd. [naam] heeft bezwaar gemaakt onder verwijzing naar de bij het bezwaarschrift gevoegde aanslag. Deze aanslag ziet op [belanghebbende] met [aanslagnummer].
3.3.
[naam] heeft op verzoek van de rechtbank in verzet een akte van erfopvolging ingediend. In de akte van erfopvolging is gemachtigde genoemd als enige en algehele erfgenaam en executeur van de nalatenschap van [belanghebbende].
3.4.
De rechtbank stelt vast dat [naam] namens [belanghebbende] bezwaar heeft gemaakt. Zij is gedurende de bezwaarprocedure overleden. Als uitgangspunt geldt dat de erfgenamen van [belanghebbende] gezamenlijk verder kunnen procederen. In dat geval dient een machtiging namens alle erfgenamen te worden overgelegd, tenzij er sprake is van één erfgenaam of executeur. [naam] is enig erfgenaam en executeur van de nalatenschap van [belanghebbende]. De rechtbank heeft in de uitspraak van 15 september 2023 daarom onterecht geoordeeld dat [naam] een machtiging diende te overleggen. Het verzet is gegrond.
Conclusie
4. Uit de beoordeling van de gronden van verzet volgt dat de uitspraak van de rechtbank van 15 september 2023 niet in stand kan blijven. Het verzet is gegrond. Dat betekent dat de uitspraak komt te vervallen en de rechtbank het onderzoek in de zaak hervat in de stand waarin die zich bevond ten tijde van die uitspraak.
4.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 10 oktober 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst en wordt aan de partij die niet digitaal procedeert aangetekend per post verzonden op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Dit volgt uit artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).