Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-03-19
ECLI:NL:RBZWB:2025:6835
Civiel recht
Bodemzaak
1,067 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster II Handelszaken
Breda
zaaknummer / rolnummer: C/02/431410 / KG ZA 25-50
Herstelvonnis van 19 maart 2025
in de zaak van
GOUBERGH EXPLOITATIE B.V.,
te Roosendaal,
eisende partij,
hierna te noemen: Goubergh,
advocaat: mr. H.R. Eekhof,
tegen
[gedaagde]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
verschenen in persoon.
Partijen zullen hierna Goubergh en [gedaagde] genoemd worden.
1Het verzoek tot verbetering
1.1.
Bij e-mailbericht van 5 maart 2025 heeft mr. Eekhof, namens Goubergh, de voorzieningenrechter verzocht om wijziging van het op 4 maart 2025 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat de voorzieningenrechter alsnog in het dictum de veroordeling van [gedaagde] tot afgifte van de paardenpaspoorten opneemt.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft [gedaagde] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten.
1.3.
[gedaagde] heeft bij e-mailbericht d.d. 17 maart 2025 bericht dat zij de aanpassing die wordt verzocht geen kleine aanpassing of verschrijving vindt.
Beoordeling
2.1.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat in het vonnis van 4 maart 2025 sprake is van een kennelijke fout, die zich voor eenvoudig herstel leent. Hoewel in r.o. 4.7. van het vonnis van 4 maart 2025 is geoordeeld dat de vordering tot afgifte van de paardenpaspoorten zal worden toegewezen, is verzuimd in het dictum de veroordeling tot afgifte van de paardenpaspoorten op te nemen. De voorzieningenrechter zal het verzoek dan ook toewijzen als volgt.
Dictum
De voorzieningenrechter
3.1.
bepaalt dat 5. De beslissing van het op 4 maart 2025 tussen Goubergh en [gedaagde] gewezen vonnis als volgt wordt gewijzigd:
“De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Goubergh te betalen een bedrag van € 39.888,57,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Goubergh te betalen de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de afzonderlijke openstaande factuurbedragen vanaf de vervaldata van de afzonderlijke facturen tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] om binnen 7 dagen na datum van dit vonnis aan Goubergh alle ontbrekende paardenpaspoorten te overhandigen,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 1.183,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na deze uitspraak tot de dag van volledige betaling,
5.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 3.700,70, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.8.
wijst het meer of anders gevorderde af. “
3.2.
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 19 maart 2025 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 4 maart 2025,
3.3.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 4 maart 2025 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.
Dit vonnis is gewezen door mr. Scheffers en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2025.
type: EB
coll: