Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-06-05
ECLI:NL:RBZWB:2025:6711
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Beschikking
869 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Breda
zaak/rolnr.: 11685308 OV VERZ 25-1901
beschikking d.d. 5 juni 2025
inzake een verzoek van
1
[verzoeker 1],
2. [verzoeker 2],
beiden wonende te [adres 1],
verzoekende partij,
verder te noemen: [verzoekers] c.s. (mannelijk enkelvoud),
gemachtigde: mr. A.C.M. Verblackt, advocaat te Breda,
tegen
[verweerder],
wonende te [adres 2],
verwerende partij,
verder te noemen: [verweerder],
nog niet verschenen.
1Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit het op 2 mei 2025 ter griffie ontvangen verzoekschrift met producties.
2Het verdere beoordeling
2.1
[verzoekers] c.s. verzoekt een verklaring voor recht, huurprijsvermindering en schadevergoeding, te vermeerderen met rente en kosten.
2.2
De kantonrechter overweegt dat uit artikel 3:302 van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat verklaringen voor recht een vordering zijn. Huurprijsvermindering (artikel 7:207 BW) en betaling van schadevergoeding (artikel 7:208 BW/6:74 BW) zijn ook vorderingen. Dit betekent dat [verzoekers] c.s. de procedure niet aanhangig kan maken met een verzoekschrift. Hij had een dagvaarding uit moeten brengen. De kantonrechter zal hem, gelet op het bepaalde in artikel 69 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), in de gelegenheid stellen om het inleidend processtuk te verbeteren in die zin dat hij op zijn kosten [verweerder] bij deurwaardersexploot dagvaardt tegen de hierna genoemde roldatum.
2.3
De kantonrechter wijst [verzoekers] c.s. erop dat hij bij het verbeteren van het processtuk rekening dient te houden met de bepalingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering met betrekking tot betekeningsvoorschriften en de inhoud van de dagvaarding.
2.4
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De kantonrechter:
3.1
stelt [verzoekers] c.s. in de gelegenheid om op zijn kosten over te gaan tot verbetering van het inleidende processtuk;
3.2
verwijst de zaak hiertoe naar de rolzitting van woensdag 2 juli 2025 te 10.00 uur;
3.3
stelt [verzoekers] c.s. in de gelegenheid om [verweerder] met inachtneming van de wettelijke termijnen tegen de hiervoor genoemde datum en tijd te dagvaarden onder betekening van deze beslissing en van het inleidend verzoekschrift en vervolgens het exploot van dagvaarding uiterlijk één dag eerder dan voornoemde roldatum ter inschrijving op de rol aan de griffie aan te bieden;
3.4
beveelt dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt zal worden voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure;
3.5
stelt [verzoekers] c.s. in de gelegenheid zijn stellingen aan te passen aan de voor de dagvaardingsprocedure toepasselijke procesregels;
3.6
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2025.