Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-06-11
ECLI:NL:RBZWB:2025:6710
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Verstek
1,522 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11591793 RR FORM 25-2
Vonnis van 11 juni 2025 in de experimentele procedure bij de kantonrechter als regelrechter
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [plaats] aan het [adres],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
procederend in persoon,
tegen
de besloten vennootschap Solaar B.V.,
gevestigd te (4815 HR) Breda aan het adres Spinveld 15,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Solaar,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het op 12 maart 2025 ontvangen aanvraagformulier met bijlagen;
- de op 3 juni 2025 ontvangen aanvullende producties;
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 3 juni 2025.
1.2
Aan het slot van de mondelinge behandeling is bepaald dat binnen vier weken een vonnis wordt gewezen.
Geschil
2.1
[eiser] vordert om bij vonnis Solaar te veroordelen tot terugbetaling van de door hem betaalde borg en aanbetalingen, te vermeerderen met kosten en schadevergoeding.
2.2
Solaar is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter mondelinge behandeling verschenen. Ook is van haar geen schriftelijk verweer of uitstelverzoek ontvangen. De kantonrechter heeft aan Solaar dan ook verstek verleend.
2.3
[eiser] stelt dat hij een overeenkomst tot aankoop van een thuisbatterij met Solaar heeft gesloten. Hij heeft vervolgens een borg van € 250,00 en twee aanbetalingen van in totaal € 3.387,75 aan Solaar betaald. Na voornoemde betalingen te hebben verricht, heeft [eiser] onderzoek naar Solaar gedaan op internet en heeft hij naar aanleiding van dat onderzoek besloten de overeenkomst te herroepen binnen de in de algemene voorwaarden van Solaar opgenomen herroepingstermijn. Solaar weigert echter de bedragen terug te betalen, zodat hij genoodzaakt is deze procedure aanhangig te maken.
2.4
De kantonrechter overweegt dat, nu Solaar niet is verschenen, zij geen verweer heeft gevoerd tegen de stellingen van [eiser]. Bovendien volgt uit het door [eiser] overgelegd e-mailbericht van Solaar van 10 april 2025 dat ook Solaar zich op het standpunt stelt dat zij de borg en de aanbetalingen aan [eiser] moet terugbetalen. De kantonrechter zal dan ook het gevorderde bedrag van € 3.637,75 toewijzen.
2.5
[eiser] vordert daarnaast € 400,00 aan immateriële schadevergoeding. Hij stelt dat hij en zijn echtgenote sinds de herroeping van de overeenkomst regelmatig telefonisch, tot zelfs op de dag van de mondelinge behandeling, lastig worden gevallen en worden bedreigd, soms zelfs meerdere keren per dag. Regelmatig wordt een ander telefoonnummer gebruikt, zodat [eiser] en zijn echtgenote de telefoontjes niet kunnen blokkeren. Dit heeft tot spanningen en onrust binnen het gezin geleid.
2.6
De kantonrechter overweegt dat op grond van artikel 6:95 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek is opgenomen dat voor schadevergoeding in aanmerking komt vermogensschade en ander nadeel (lees: materiële en immateriële schade). In artikel 6:106 lid 1, aanhef en onder b, BW is opgenomen dat een benadeelde voor geleden immateriële schade recht heeft op schadevergoeding, indien de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Volgens vaste jurisprudentie omvat het "op een andere wijze in persoon aangetast" louter psychisch letsel van voldoende ernstig karakter. Bij psychisch letsel valt te denken aan vaak blijvende of althans langdurige aantasting van het geestelijk vermogen, dan wel een korter durende, doch intense aantasting daarvan. Hoewel de door [eiser] gestelde gang van zaken vervelend voor hem en zijn echtgenote is en zeker klachtwaardig is, is niet gesteld of gebleken dat sprake is van de voornoemde mate van psychisch letsel. Dit deel van de vordering wordt afgewezen.
2.7
Solaar zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. [eiser] vraagt om vergoeding van griffierecht, reiskosten, parkeerkosten en gemiste inkomsten van hem en zijn echtgenote. Het griffierecht, de reiskosten, de parkeerkosten en de gemiste inkomsten Van [eiser] zelf zijn toewijsbaar, gelet op het bepaalde in artikel 238 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en de ter mondelinge behandeling gegeven onderbouwing van de kosten. De inkomstenderving van de echtgenote van [eiser] is niet toewijsbaar, nu zij geen partij is in deze procedure. Het voorgaande leidt ertoe dat een bedrag van € 736,00 aan proceskosten toewijsbaar is.
Dictum
De kantonrechter als regelrechter
3.1
veroordeelt Solaar om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 3.637,75,
3.2
veroordeelt Solaar in de proceskosten van € 736,00, te vermeerderen met de kosten van betekening als het vonnis wordt betekend,
3.3
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2025.
Bent u het niet eens met dit vonnis? Dan kunt u in verzet gaan door een schriftelijke mededeling aan de griffier van deze rechtbank, die wordt gedaan per gewone post of langs elektronische weg. Dat doet u in beginsel binnen vier weken na de betekening van het vonnis aan u in persoon of nadat u bekend bent geworden met het vonnis. De termijn begint ook op de dag waarop het vonnis ten uitvoer is gelegd. Er zijn uitzonderingen mogelijk op de termijn van verzet.