Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-04-25
ECLI:NL:RBZWB:2025:6700
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Beschikking
2,608 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Breda
zaak/rolnr.: 11540647 OV VERZ 25-583
beschikking d.d. 25 april 2025
inzake
[verzoeker] ,
wonende te [plaats 1] aan het [adres 1] ,
verzoekende partij,
procederend in persoon,
tegen:
1INOS, stichting katholiek onderwijs Breda,
gevestigd te (4814 DC) Breda aan het adres Reduitlaan 31,
2. [verweerder 1],
kantoorhoudende te [plaats 2] aan het [adres 2] ,
3. [verweerder 2],
kantoorhoudende te [plaats 3] aan het [adres 3] ,
4. [verweerder 3],
kantoorhoudende te [plaats 3] aan het [adres 3] ,
verwerende partijen,
(nog) niet verschenen.
Partijen zullen hierna (voor zover nodig) worden aangeduid als ‘ [verzoeker] ’, ‘INOS’, ‘ [verweerder 1] ’, ‘ [verweerder 2] ’ en ‘ [verweerder 3] ’.
1Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
de beschikking in deze zaak van 4 april 2025 met de daarin genoemde stukken;
het e-mailbericht van [verzoeker] van 11 april 2025 met één productie;
het e-mailbericht van [verzoeker] van 15 april 2025 met producties;
het e-mailbericht van [verzoeker] van 15 april 2025 met één productie;
het e-mailbericht van [verzoeker] van 17 april 2025 met één productie;
het e-mailbericht van [verzoeker] van 19 april 2025 met één productie;
het e-mailbericht van [verzoeker] van 22 april 2025 met één productie.
2De verdere beoordeling
De voorgenomen verwijzing van een aantal van de verzoeken:
2.1
In voornoemde beschikking is overwogen dat de verzoeken van [verzoeker] onder c., d., f. en g. te kwalificeren zijn als vorderingen, zodat deze zijn verwezen naar de dagvaardingsprocedure. Met betrekking tot de verzoeken a., b. en e. heeft de kantonrechter overwogen dat zij niet bevoegd is deze te behandelen, zodat deze moeten worden doorverwezen naar de wel bevoegde rechter. [verzoeker] is in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten.
2.2
[verzoeker] voert aan dat de voorgenomen verwijzing in zijn situatie leidt tot een onredelijke en ontoelaatbare belemmering van de toegang tot de rechter. Het verzoekschrift is met zorg opgesteld, bedoeld ter behandeling door de kantonrechter. Daarbij is het voor hem onmogelijk om een advocaat in de arm te nemen, omdat – kortgezegd – het systeem van de gefinancierde rechtsbijstand faalt.
2.3
De kantonrechter overweegt dat zij begrip heeft voor de situatie van [verzoeker] , maar zijn persoonlijke situatie maakt de bevoegdheidsregels niet anders. Gelet op de bewoordingen van de bepalingen, waar hij een beroep op doet, dienen de verzoeken te worden behandeld door rechters van Cluster II van onderhavig team en van het team Familie & Jeugd. De kantonrechter is aan de bevoegdheidsregels gebonden, zodat zij daar niet aan voorbij kan gaan.
2.4
Ingevolge het eerste lid van artikel 71 Rv zal de kantonrechter de verzoeken dan ook, in de stand waarin deze zich thans bevinden, verwijzen naar voornoemde teams.
2.5
Partijen moeten zich bij voornoemd cluster en voornoemd team laten bijstaan door een advocaat. Tevens wordt (een hoger) griffierecht in rekening gebracht. Voor de meest recente tarieven verwijst de kantonrechter naar de informatie op www.rechtspraak.nl.
Overige e-mailberichten:
2.6
In zijn e-mailbericht van 19 april 2025 uit [verzoeker] klachten over de wijze van behandeling van zijn zaken bij dit team en andere teams van deze rechtbank. Deze zullen worden doorgestuurd aan de klachtenfunctionarissen binnen deze rechtbank. In zijn e-mailbericht van 15 april 2025 (ontvangen om 15:00 uur) vraagt hij alle uitspraken in straf- en jeugdzaken, waarbij hij betrokken was, te publiceren. Dit verzoek zal worden doorgestuurd naar de desbetreffende teams ter verdere behandeling.
2.7
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De kantonrechter:
verwijst:
de verzoeken onder a. en b., in de stand waarin deze zich bevinden, naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, team Familie & Jeugd, aan de Stationslaan 10 te Breda (postbus 90005, 4800 PA);
het verzoek onder e., in de stand waarin deze zich bevindt, naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, team Civiel, Cluster II Handelszaken, aan de Stationslaan 10 te Breda (postbus 90004, 4800 PA);
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2025.
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Breda
zaak/rolnr.: 11540647 OV VERZ 25-583
beschikking d.d. 25 april 2025
inzake
[verzoeker] ,
wonende te [plaats 1] aan het [adres 1] ,
verzoekende partij,
procederend in persoon,
tegen:
1INOS, stichting katholiek onderwijs Breda,
gevestigd te (4814 DC) Breda aan het adres Reduitlaan 31,
2. [verweerder 1],
kantoorhoudende te [plaats 2] aan het [adres 2] ,
3. [verweerder 2],
kantoorhoudende te [plaats 3] aan het [adres 3] ,
4. [verweerder 3],
kantoorhoudende te [plaats 3] aan het [adres 3] ,
verwerende partijen,
(nog) niet verschenen.
Partijen zullen hierna (voor zover nodig) worden aangeduid als ‘ [verzoeker] ’, ‘INOS’, ‘ [verweerder 1] ’, ‘ [verweerder 2] ’ en ‘ [verweerder 3] ’.
1Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
de beschikking in deze zaak van 4 april 2025 met de daarin genoemde stukken;
het e-mailbericht van [verzoeker] van 11 april 2025 met één productie;
het e-mailbericht van [verzoeker] van 15 april 2025 met producties;
het e-mailbericht van [verzoeker] van 15 april 2025 met één productie;
het e-mailbericht van [verzoeker] van 17 april 2025 met één productie;
het e-mailbericht van [verzoeker] van 19 april 2025 met één productie;
het e-mailbericht van [verzoeker] van 22 april 2025 met één productie.
2De verdere beoordeling
De voorgenomen verwijzing van een aantal van de verzoeken:
2.1
In voornoemde beschikking is overwogen dat de verzoeken van [verzoeker] onder c., d., f. en g. te kwalificeren zijn als vorderingen, zodat deze zijn verwezen naar de dagvaardingsprocedure. Met betrekking tot de verzoeken a., b. en e. heeft de kantonrechter overwogen dat zij niet bevoegd is deze te behandelen, zodat deze moeten worden doorverwezen naar de wel bevoegde rechter. [verzoeker] is in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten.
2.2
[verzoeker] voert aan dat de voorgenomen verwijzing in zijn situatie leidt tot een onredelijke en ontoelaatbare belemmering van de toegang tot de rechter. Het verzoekschrift is met zorg opgesteld, bedoeld ter behandeling door de kantonrechter. Daarbij is het voor hem onmogelijk om een advocaat in de arm te nemen, omdat – kortgezegd – het systeem van de gefinancierde rechtsbijstand faalt.
2.3
De kantonrechter overweegt dat zij begrip heeft voor de situatie van [verzoeker] , maar zijn persoonlijke situatie maakt de bevoegdheidsregels niet anders. Gelet op de bewoordingen van de bepalingen, waar hij een beroep op doet, dienen de verzoeken te worden behandeld door rechters van Cluster II van onderhavig team en van het team Familie & Jeugd. De kantonrechter is aan de bevoegdheidsregels gebonden, zodat zij daar niet aan voorbij kan gaan.
2.4
Ingevolge het eerste lid van artikel 71 Rv zal de kantonrechter de verzoeken dan ook, in de stand waarin deze zich thans bevinden, verwijzen naar voornoemde teams.
2.5
Partijen moeten zich bij voornoemd cluster en voornoemd team laten bijstaan door een advocaat. Tevens wordt (een hoger) griffierecht in rekening gebracht. Voor de meest recente tarieven verwijst de kantonrechter naar de informatie op www.rechtspraak.nl.
Overige e-mailberichten:
2.6
In zijn e-mailbericht van 19 april 2025 uit [verzoeker] klachten over de wijze van behandeling van zijn zaken bij dit team en andere teams van deze rechtbank. Deze zullen worden doorgestuurd aan de klachtenfunctionarissen binnen deze rechtbank. In zijn e-mailbericht van 15 april 2025 (ontvangen om 15:00 uur) vraagt hij alle uitspraken in straf- en jeugdzaken, waarbij hij betrokken was, te publiceren. Dit verzoek zal worden doorgestuurd naar de desbetreffende teams ter verdere behandeling.
2.7
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dictum
De kantonrechter:
verwijst:
de verzoeken onder a. en b., in de stand waarin deze zich bevinden, naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, team Familie & Jeugd, aan de Stationslaan 10 te Breda (postbus 90005, 4800 PA);
het verzoek onder e., in de stand waarin deze zich bevindt, naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant, team Civiel, Cluster II Handelszaken, aan de Stationslaan 10 te Breda (postbus 90004, 4800 PA);
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2025.