Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-10-01
ECLI:NL:RBZWB:2025:6587
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,810 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 11363395 \ CV EXPL 24-3599
Vonnis van 1 oktober 2025
in de zaak van
[verkoper]
,
wonende te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [verkoper] ,
gemachtigde: mr. E.P.E. Fluit,
tegen
[koper]
,
wonende te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [koper] ,
gemachtigde: mr. R. Wouters.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 18 december 2024 met de daarin genoemde stukken, de aanvullende stukken van [verkoper] en de mondelinge behandeling van 30 juni 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Aan het einde van de zitting heeft de kantonrechter bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken.
2De kern van de zaak
2.1.
[verkoper] heeft zijn auto aan [koper] verkocht voor € 8.000,-. Zij hebben dit zo afgesproken via Whatsapp. [verkoper] is deze procedure gestart, omdat [koper] nooit voor de auto heeft betaald. [verkoper] vordert daarom dat [koper] de koopprijs van € 8.000,- aan hem betaalt. Daarnaast wil [verkoper] dat [koper] € 775,- aan buitengerechtelijke incassokosten betaalt. [verkoper] vordert om deze bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2024 (de dag van de dagvaarding). Ook moet [koper] volgens [verkoper] de kosten betalen die hij voor deze procedure heeft moeten maken.
2.2.
[koper] is het niet eens met de vorderingen en vindt dat zij niets meer hoeft te betalen. Volgens [koper] klopt het dat zij samen eerst € 8.000,- hadden afgesproken als koopprijs. [verkoper] moest nog kosten maken voor de import, reparatie en tenaamstelling van de auto. [koper] heeft deze kosten betaald, welke van de koopprijs af zouden gaan. Later heeft [verkoper] tegen [koper] gezegd dat zij helemaal niets meer hoefde te betalen, omdat zij [verkoper] steeds had geholpen toen hij aan het revalideren was.
2.3.
De kantonrechter zal de vorderingen van [verkoper] toewijzen. Hieronder volgt een toelichting waarom.
Beoordeling
3.1.
[verkoper] en [koper] zijn het erover eens dat zij eerst hebben afgesproken dat [koper] € 8.000,- voor de auto zou betalen. Dat zij ook hebben afgesproken dat [koper] de kosten die zij zou maken van de koopprijs af mocht halen (zoals [koper] stelt en [verkoper] betwist), leest de kantonrechter niet in de Whatsapp-berichten. Het klopt dat [verkoper] en [koper] over de te maken kosten hebben gesproken. Zo zegt [verkoper] eerst dat alle kosten naar hem doorgestuurd kunnen worden en zegt [koper] vervolgens dat zij dat zal doen. Later stelt [koper] voor om die kosten van de koopprijs af te halen (“Dan trek je dat toch af van de koopprijs”), maar daarop geeft [verkoper] geen reactie. In de berichten is dan ook niet te lezen dat hij akkoord gaat met het aftrekken van de kosten van de koopprijs. Er is dus geen overeenstemming bereikt over aanpassing van de prijs vanwege gemaakte kosten.
3.2.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verkoper] gezegd dat het niet klopt dat hij zou hebben gezegd dat [koper] niets meer voor de auto hoefde te betalen. [koper] heeft niet onderbouwd dat [verkoper] dit zou hebben gezegd. In de berichten staat een dergelijke afspraak niet. Dit verweer van [koper] slaagt dan ook niet. Dit houdt in dat [koper] de koopprijs voor de auto van € 8.000,- aan [verkoper] moet betalen.
3.3.
[verkoper] wil dat [koper] een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten aan hem betaalt. De vordering voldoet aan de eisen die de wet hieraan stelt, omdat [koper] een brief heeft ontvangen waarin zij veertien dagen de tijd krijgt om de koopprijs aan [verkoper] te betalen. Daarom zal een bedrag van € 775,00 worden toegewezen. De gevorderde rente over de vergoeding wordt ook toegewezen.
3.4.
[koper] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. In de explootkosten is ook een bedrag opgenomen voor het raadplegen van de KvK. Niet is aangevoerd waarom dit noodzakelijk is, terwijl [koper] een natuurlijk persoon is, niet handelend in de oefening van bedrijf of beroep. Deze kosten zijn daarom niet toewijsbaar. De proceskosten van [verkoper] worden vastgesteld op:
- kosten van de dagvaarding
€
137,38
- griffierecht
€
248,00
- salaris gemachtigde
€
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.198,38
3.5.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [koper] om aan [verkoper] te betalen een bedrag van € 8.775,-, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 10 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [koper] in de proceskosten van € 1.198,38, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [koper] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
veroordeelt [koper] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2025.