Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-09-08
ECLI:NL:RBZWB:2025:6051
Civiel recht
Wraking
1,234 tokens
Procesverloop
Het verloop van deze procedure blijkt onder meer uit:
de processtukken zoals opgenomen in het procesdossier van de hoofdzaak met zaaknummer 11492949 \ CV EXPL 25-335,
de zittingsaantekeningen van de zitting in de hoofdzaak van 2 september 2025,
het proces-verbaal van wraking van 2 september 2025,
de e-mail van de gewraakte rechter aan de wrakingskamer van 3 september 2025 waaruit blijkt dat zij niet in de wraking berust.
2Het verzoek
2.1
Het verzoek strekt tot wraking van mr. Badal (hierna: de rechter), optredend als kantonrechter in de bovengenoemde hoofdzaak. Dit verzoek berust op de gronden zoals die namens verzoeker uiteen zijn gezet tijdens de zitting in de hoofdzaak van 2 september 2025.
2.2
De rechter berust niet in het verzoek tot wraking.
3De gronden van het wrakingsverzoek
Namens verzoeker is aan het wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat de rechter hem door het verdagen van de zitting naar 2 september 2025 niet in de gelegenheid heeft gesteld om bij de zitting aanwezig te zijn, aangezien hij ziek op bed ligt, terwijl dit voor hem wel van groot belang is. Ook is namens verzoeker aan het wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat de rechter door zo te handelen zijn zakenreis naar het buitenland onmogelijk heeft gemaakt, alsook de studiereis van zijn gemachtigde die daardoor zijn talenkennis niet kan bijhouden terwijl hij veel tolkenwerk doet.
Beoordeling
4.1
Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
4.2
Voorop moet worden gesteld dat bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van een rechter als uitgangspunt geldt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Dit is slechts anders als zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat een rechter ten aanzien van een procespartij vooringenomen is, althans dat de bij die partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.
4.3
Dictum
4.4
Alleen als een procesbeslissing in het licht van de omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid, kan dat tot een ander oordeel leiden. Naar het oordeel van de wrakingskamer is daarvan in deze zaak niet gebleken. Hierbij acht de wrakingskamer van belang dat verzoeker blijkens de dossierstukken en het verhandelde op de zitting in de hoofdzaak niet eerder een verzoek om uitstel heeft gedaan. Voor zover het wrakingsverzoek is gebaseerd op de eerdere beslissing tot verdaging, naar aanleiding van het verzoek van de wederpartij van verzoeker, oordeelt de wrakingskamer dat ook ter zake van deze procesbeslissing niet blijkt dat van een hiervoor bedoelde uitzondering sprake zou kunnen zijn, nog daargelaten dat het wrakingsverzoek dan veel te laat is gedaan. Er kan dan ook niet worden geconcludeerd dat de rechter ten aanzien van verzoeker vooringenomen is of dat zijn vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarom is de wrakingskamer van oordeel dat het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond moet worden verklaard.
4.5
Omdat sprake is van een kennelijk ongegrond wrakingsverzoek laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege overeenkomstig artikel 4, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Zeeland-West-Brabant (gepubliceerd op de website www.rechtspraak.nl, zie rechtbanken, rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wraking, wrakingsprotocol).
Dictum
De rechtbank:
verklaart het verzoek tot wraking van de rechter kennelijk ongegrond;
bepaalt dat de behandeling van de hoofdzaak met zaaknummer 11492949 \ CV EXPL 25-335 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens de indiening van dit verzoek.
Deze beslissing is genomen op 8 september 2025 door mr. ing. Peters, rechter en voorzitter, en mr. Broeders en mr. Sterk, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.