Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-08-18
ECLI:NL:RBZWB:2025:5911
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,836 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/438802 / FA RK 25-4202
Datum uitspraak: 18 augustus 2025
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend te [geboorteland]
thans verblijvende te [stichting] ,
advocaat: mr. C.E.J.E. Kouijzer te Middelburg.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 augustus 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 augustus 2025 in de hierboven genoemde accommodatie. Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de heer [persoon 1] , arts.
- een tolk in de Spaanse taal, via telefonisch horen.
Verschenen, maar niet gehoord is:
- [persoon 2] , verpleegkundige van de afdeling;
2Wat vaststaat
2.1.
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [stichting] . De burgemeester van Goes heeft de crisismaatregel op 12 augustus 2025 afgegeven.
3Het verzoek
3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken, met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van vocht en voeding, het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles en het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- het insluiten;
- het uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- het onderzoeken aan kleding of lichaam;
- het onderzoeken van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
- het opnemen in een accommodatie.
4De standpunten
4.1.
Betrokkene benoemt tijdens de mondelinge behandeling dat het sinds de opname in [stichting] beter met haar gaat. Zij voelt zich nu rustiger, heeft geen suïcidale gedachtes meer en ervaart minder stress over de problemen die spelen in Spanje. Betrokkene legt uit dat zij in Spanje bij haar moeder verbleef en dat zij niet goed met elkaar overweg kunnen. Volgens betrokkene maakt haar moeder misbruik van andere mensen. Betrokkene wil nu graag bij haar vader in [plaats] gaan wonen en aldaar de benodigde behandeling op vrijwillige basis voortzetten. Haar vader is hiervan op de hoogte. Betrokkene benoemt tot slot dat zij in [stichting] zal blijven totdat er ambulante hulpverlening voor haar is geregeld.
4.2.
De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek.
4.3.
De arts benoemt dat betrokkene is opgenomen nadat zij via intoxicatie een zelfmoordpoging had gedaan. Betrokkene verbleef bij haar moeder in Spanje en haar moeder is zeer luxerend voor de suïcidale gedachten van betrokkene. Sinds de opname van betrokkene in [stichting] zijn deze gedachten naar de achtergrond getreden. Het ligt dan ook niet in de lijn der verwachting dat betrokkene nu opnieuw een zelfmoordpoging zal ondernemen, aldus de arts. Er is geen sprake meer van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Daarbij komt dat betrokkene openstaat voor de benodigde (ambulante) behandeling. Dat wordt nu geregeld. Tot het zover is, zal betrokkene op vrijwillige basis in [stichting] blijven. Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel kan dus worden afgewezen.
Beoordeling
5.1.
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Het vermoeden bestaat dat betrokkene belast is met een psychische stoornis, in de vorm van bipolaire stemmingsstoornissen en persoonlijkheidsstoornissen. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is echter gebleken dat het gedrag dat betrokkene vertoont onder invloed van deze psychische stoornis niet langer leidt tot onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene voorafgaand aan de opname in [stichting] via intoxicatie een zelfmoordpoging had ondernomen, maar dat betrokkene de afgelopen dagen in [stichting] tot rust is gekomen, en dat haar suïcidale gedachten naar de achtergrond zijn getreden. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de arts aangegeven dat hij het gelet daarop niet aannemelijk acht dat betrokkene nu nogmaals een zelfmoordpoging zal ondernemen. Het voorgaande maakt naar het oordeel van de rechtbank dat er op dit moment geen sprake meer is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Daarbij komt dat betrokkene bereid is om de voor haar benodigde behandeling in het vrijwillig kader te vervolgen. Zij heeft tijdens de mondelinge behandeling ook aangegeven dat zij in [stichting] zal blijven totdat er ambulante hulpverlening voor haar is geregeld.
5.3.
Het voorgaande maakt dat niet is voldaan aan de wettelijke criteria voor het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.
Dictum
De rechtbank:
6.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2025 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 1 september 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.