Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-08-27
ECLI:NL:RBZWB:2025:5872
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,186 tokens
Inleiding
RECHTBANK
ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11725567 \ CV EXPL 25-2649
Vonnis van 27 augustus 2025, bij vervroeging
in de zaak van
STICHTING WONENBREBURG,
te Tilburg,
eisende partij,
hierna te noemen: WonenBreburg,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 juni 2025
- de mondelinge behandeling van 13 augustus 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
2.1.
WonenBreburg verhuurt haar woning aan [adres] in [plaats] aan [gedaagde] . De tussen partijen overeengekomen huurprijs is op dit moment € 599,01 per maand.
2.2.
[gedaagde] heeft de huur niet altijd betaald. Daardoor is een achterstand ontstaan. Om de achterstand in te lopen, hebben partijen meerdere keren een betalingsregeling getroffen. [gedaagde] is ook deze regelingen niet, of in ieder geval niet altijd op tijd nagekomen. In verband daarmee is WonenBreburg deze procedure gestart. Na het uitbrengen van de dagvaarding heeft [gedaagde] nog diverse bedragen betaald, waarmee de betalingsachterstand aanzienlijk is verlaagd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft WonenBreburg aangegeven dat zij op dit moment alleen nog betaling vordert van het op dat moment nog openstaande bedrag aan huurachterstand van € 1.363,61 en de proceskosten. Haar vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning heeft zij op zitting ingetrokken.
2.3.
WonenBreburg heeft een overzicht overgelegd ter onderbouwing van de actuele huurachterstand van € 1.363,61. [gedaagde] heeft erkend dat dit bedrag juist is. Daarom wijst de kantonrechter de vordering tot betaling van dit bedrag van € 1.363,61 toe,
2.4.
Hoewel de wet geen grond biedt om bij vonnis dwingend een betalingsregeling op te leggen, heeft WonenBreburg tijdens de mondelinge behandeling toegezegd om met [gedaagde] voor de betaling van het toegewezen bedrag wel een betalingsregeling te treffen. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat WonenBreburg zich aan deze toezegging zal houden.
2.5.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom ook de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van WonenBreburg worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
146,14
- griffierecht
€
514,00
- salaris gemachtigde
€
408,00
(2 punten × € 204,00)
- nakosten
€
102,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.170,14
Dictum
De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan WonenBreburg te betalen een bedrag van € 1.363,61,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.170,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken, bij vervroeging, op 27 augustus 2025.