Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-05-07
ECLI:NL:RBZWB:2025:5480
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rekestprocedure
1,109 tokens
Inleiding
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Middelburg
Zaaknummer: C/02/432585 FA RK 25-1104
beschikking betreffende voorlopige voorzieningen d.d. 7 mei 2025
in de zaak van
[de vrouw]
,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. N. Wouters, gevestigd te Middelburg,
en
[de man]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de man,
verweerder.
Ouders van de minderjarige:
- [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2014.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland, West- en Midden-Brabant, locatie Middelburg, hierna te noemen: de Raad.
1. Het procesverloop
1.1. Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 3 maart 2025 ontvangen verzoekschrift;
- het F9-formulier d.d. 10 april 2025 van mr. Wouters, met bijlage.
1.2. De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 16 april 2025. Bij die gelegenheid zijn verschenen de man alsook de vrouw, bijgestaan door haar advocaat. Tevens was aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna te noemen de Raad.
1.3. De minderjarige [minderjarige] is gelet op zijn leeftijd in staat gesteld zijn mening kenbaar te maken. [minderjarige] heeft hiertoe een brief gestuurd aan de kinderrechter
2De verzoeken
2.1.
De vrouw verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
Te bepalen dat het minderjarige kind genaamd [minderjarige] (geboortedatum [geboortedag] 2014) wordt toevertrouwd aan de vrouw;
Te bepalen dat de man zal bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van het minderjarige kind genaamd [minderjarige] (geboortedatum [geboortedag] 2014) een bedrag van € 400,= per kind per maand, bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen met ingang van de datum van dit verzoekschrift;
Te bepalen dat de man aan de vrouw een partneralimentatie zal voldoen van € 500,= per maand.
Beoordeling
3.1.
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben partijen overeenstemming bereikt over de voorliggende verzoeken. Partijen zijn het volgende overeengekomen:
De [minderjarige] zal worden toevertrouwd aan de vrouw;
De man zal voorlopig met ingang van 3 maart 2025, te weten de datum van ontvangst van het verzoekschrift, een bedrag van € 400,= per maand voldoen in de kosten van verzorging en opvoeding van de [minderjarige] .
De man zal binnen één week zijn financiële gegevens aan mr. Wouters doen toekomen, waarna mr. Wouters op basis van die gegevens een juiste berekening van de kinderbijdrage zal maken. In het geval uit deze berekening een andere uitkomst volgt, wordt de kinderbijdrage hierop aangepast.
3.2.
Gelet op de overeenstemming tussen partijen, die de rechtbank niet onrechtmatig of
ongegrond voorkomt, zal de rechtbank dienovereenkomstig beslissen.
3.3.
De vrouw heeft gelet op de bereikte overeenstemming haar verzoek ten aanzien van de partneralimentatie ingetrokken, waardoor de rechtbank dit verzoek niet meer kan beoordelen en daarom zal afwijzen.
Dictum
De rechtbank
bepaalt dat aan de vrouw wordt toevertrouwd de [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2014;
bepaalt dat de door de man te betalen bijdrage voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige met ingang van 3 maart 2025 wordt vastgesteld op € 400,= per maand, aan de vrouw voor de toekomst bij vooruitbetaling te voldoen, zulks met inachtneming van hetgeen onder rechtsoverweging 3.1 is overwogen;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. Hopmans, en, in tegenwoordigheid van mr. Oude Weernink, griffier, in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2025.