Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2025-08-12
ECLI:NL:RBZWB:2025:5424
Strafrecht
Raadkamer
765 tokens
Dictum
[klager]
geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats] ([land])
wonende te [woonadres]
raadsman mr. G.N. Weski, advocaat te Rotterdam
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 1 april 2025 ter griffie van deze rechtbank;
de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv, waaruit blijkt dat op 9 april 2024 onder klager een iPhone 7 en een iPhone 8 (hierna de telefoons) in beslag zijn genomen;
de reactie van de officier van justitie en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 24 juni 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. K. Weijers, klager en mr. G.N. Weski als advocaat van klager gehoord.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag op beide telefoons met last tot teruggave aan de klager. Daartoe is aangevoerd dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de telefoons verbeurd zullen worden verklaard, omdat er geen strafbare feiten met de telefoons zijn gepleegd. Daarnaast wordt klager disproportioneel benadeeld door het voortduren van het beslag. Op één van de telefoons staan zijn inloggegevens voor Digid en zonder de telefoon kan klager daar geen gebruik van maken.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide telefoons verbeurd moeten worden verklaard omdat op de telefoons gesprekken en afbeeldingen zijn aangetroffen die gerelateerd kunnen worden aan de handel in drugs.
Beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Met het indienen van het klaagschrift is verzocht om een voorlopige beslissing over het beslag op beide telefoons. De rechtbank stelt vast dat er in de hoofdzaak een inhoudelijk oordeel is gegeven over dit beslag. Gelet hierop heeft verdachte geen belang meer bij een voorlopig oordeel van de rechtbank. Om die reden zal de rechtbank verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het beklag.
Dictum
De rechtbank verklaart klager niet-ontvankelijk in het beklag.
Deze beslissing is op 12 augustus 2025 genomen door mr. E.G.F. Vliegenberg, voorzitter, mr. R.J.H. Goossens en mr. M.A.E. Dekker, rechters, in tegenwoordigheid van
mr. J. van Eekelen, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting op 12 augustus 2025.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).